Eerste zin Vaak komt het niet voor, maar ik denk nog weleens terug aan die mooie voorjaarsochtend waarop er een grijze Mercedes ons erf op reed, en aan alles wat er die lente gebeurde.
...

Eerste zin Vaak komt het niet voor, maar ik denk nog weleens terug aan die mooie voorjaarsochtend waarop er een grijze Mercedes ons erf op reed, en aan alles wat er die lente gebeurde. Samen met zijn vader woont Tristan op een Limburgs fruitbedrijf. Het is lente, de zon schijnt en de bomen staan in bloei. Een idyllisch plaatje, als je even de tenten op het erf van de fruitkweker (en de Mercedes ernaast) zou kunnen wegdenken. Want die storen toch wel wat, vinden ook de driehonderd inwoners van Hucht, het dorpje waar Roman Helinski's novelle Brandsmoor speelt. In die tenten wonen vijf Moldavische gastarbeiders die een job gevonden hebben in het reusachtige distributiecentrum dat Hucht domineert. Het zijn dieven, wordt gefluisterd, en ze hebben een jonge vrouw lastiggevallen. Bovendien vinden ze het niet correct dat Tristans vader fortuinen verdient aan die 'böetelander', terwijl zij er de lasten van dragen. Maar vader houdt geen rekening met hun grieven, en Tristan nog minder, want een van de Moldaviërs is een jong meisje, Sofia, 'een naam om tegen je aan te drukken als je gaat slapen', zoals hij zegt. Zoals in zijn vorige twee romans, Bloemkool uit Tsjernobyl en De wafelfabriek, bewijst Helinski in Brandsmoor nog maar eens dat hij een superieur stilist is die in een paar zinnen een scène kan neerzetten en de lezer daarbij net voldoende informatie geeft om hem zelf ook nog het een en ander te laten invullen. Waarom is Tristans moeder weggegaan? Wie zit er achter het distributiecentrum? En waarom laat Sofia zich zo makkelijk en tegelijkertijd zwijgzaam het hof maken? Zonder ooit ergens expliciet te worden onderzoekt Helinski wat de komst van een aantal vreemdelingen in een kleine gemeenschap teweegbrengt. Hij heeft het over geldzucht en jaloezie, over irrationele afkeer en de werking van geruchten, maar vooral heeft hij het over macht, bijvoorbeeld wanneer hij over Tristan en Sofia schrijft. Die jongen is niet op zoek naar liefde, besef je dan. Hij wil Sofia bezitten. Brandsmoor is Zuid-Nederlands voor een droge, neerhangende nevel die in de lente de boomgaarden kan overvallen en de bloesems doden. Het is verhuld in die mist dat de vreemdelingenkwestie uiteindelijk tot een gewelddadige uitbarsting komt en Helinski toont hoe hij, zelfs in een chaotische scène, de touwtjes strak in de hand weet te houden. Brandsmoor is een kleinood om te koesteren.