Frank Woeste & Baptiste Trotignon: tussen tekenfilm en film noir
...

Frank Woeste & Baptiste Trotignon: tussen tekenfilm en film noirPianist Frank Woeste (van Duitse origine maar al jaren met een vaste stek in Parijs) kaapte ooit een prijs weg tijdens Jazz Hoeilaart en trok op met Dave Douglas en Ibrahim Maalouf. Aparte eigenschap van de man: hij houdt ervan zijn collega's uit te dagen. Dat was ook het uitgangspunt voor zijn recente Libretto Dialogues Vol. 1. Hij componeerde een aantal stukken met welbepaalde muzikanten in zijn hoofd en nodigde hen uit om dit telkens met zijn tweetjes op te nemen. Voorbereidingen waren er niet bij voor de genodigden. Even voor de studiodeuren opengingen, mochten ze het materiaal vluchtig inkijken, en dan kregen ze drie kansen om het definitieve eindresultaat vast te leggen. Iedereen opgetogen nadien, maar Woeste wilde meer: het hele experiment ook live uitproberen. Op Gent Jazz tekende alleen Baptiste Trotignon present. Geen nood, de twee vervulden hun opdracht met verve. Het duo hield elkaar voortdurend in het vizier en had zichtbaar een eigen codetaal ontwikkeld om af te spreken wie wanneer en hoe de volgende zet mocht plaatsen. Repetitieve patronen gelardeerd met flarden melodie rolden als golven door de concerttent. Continu porden ze elkaar aan, zonder dat het uitmondde in oeverloze duels. Wel ontstond zo een resem spanningsbogen waardoor het leek of je van een tekenfilm in een film noir belandde. En er mocht al eens gelachen worden: "Do you like piano? Otherwise it's gonna be tough", grijnsde Trotignon. Kortom: een concert met alle ingrediënten die Yann Tiersen een paar dagen voordien thuis vergeten was. (Georges Tonla Briquet)Christian Sands Trio: fysiek vertoon, clevere muziekHet was uitkijken naar "the new kid in jazztown" zoals pianist Christian Sands wordt genoemd. Net 30 is hij. Facing Dragons, zijn nieuwste release, kwam er tijdens een overgangsperiode in zijn leven waarin hij met een hoop praktische en emotionele problemen moest afrekenen. Dat verwerkte hij in muziek die vernuftig pendelt tussen heden en verleden en tussen uiteenlopende stijlen. Live werd dit alles vakkundig uitvergroot met de hulp van Ysushi Nakamura (contrabas) en Clarence Penn (drums). Niet toevallig zetten ze in met Rebel Music, de openingstrack van het album. Een wervelende Sands op 88 toetsen, een drummer die krachtig accentueerde en een bassist die de snaren van zijn bas niet spaarde. Veel fysiek vertoon, maar wel overwogen. Sands zit vol clevere voicings en verrassende ritmes - luister eens naar zijn "messin' with rhythm", een verwijzing naar zijn liefde voor Picasso's kubistische stijl. Zoals de schilder experimenteerde met perspectief, zo goochelt Sands met ritmeschakeringen - de man maakte niet voor niets deel uit van het Afro-Cuban Jazz Orchestra, en kent blijkbaar het hele oeuvre van Erroll Garner en Jaki Byard uit het hoofd. Sands omarmt de traditie, en voegt er zijn eigen laagje aan toe. Sterk voor een gast van 30. (Georges Tonla Briquet)Vincent Peirani & Emile Parisien: accordeon en progrockAccordeonist Vincent Peirani en sopraansaxofonist Emile Parisien vormen al jaren een duo. Met Living Being en Living Being II - Nightwalker scoorden ze als kwartet bij een ruimer publiek. Het DNA van hun muziek is nadrukkelijk Europees, en dan vooral Frans. De melancholie en tristesse van het chanson zijn de grote ankerpunten, al was dat live in Gent wat minder dominant. Idem voor de filmische fragmenten die mee de toon van Living Being II - Nightwalker bepaalden. Wat kregen we dan wel? Decibels! Stap voor stap ging de sound richting progrock, tot alles dreigde af te stevenen op een eerbetoon aan Emerson, Lake & Palmer.Zover kwam het gelukkig niet. Maar net als dat trio grepen ze ook wel even terug naar klassiek, een wereld die ze allebei goed kennen. En natuurlijk stond hun Led Zeppelins-hit Kashmir To Heaven op de setlist. Peirani bleef trouwens de hele tijd flegmatiek op zijn kruk zitten, terwijl Parisien als een djinn uit een toverlamp kronkelend over het podium bewoog. Een passage met een hoog rock-'n-rollgehalten maar wel met de nodige finesse.(Georges Tonla Briquet)Diana Krall: swingen met de losse kinnebak Geen stoel bleef leeg bij het slotconcert. De Canadese pianiste (54) heeft vooral sinds het album Glad Rag Doll (2012) een sterrenstatus verworven in ons land - en dat zou zich op verschillende niveaus laten merken. De band die ze meebracht was even sterk als curieus. Met Robert Hurst (bas) en Karriem Riggins (drums) had ze een uitstekende ritmesectie achter zich, maar alle ogen waren gericht op haar twee solisten: tenorsaxofonist Joe Lovano en gitarist Marc Ribot. Groter kunnen de tegenstellingen niet zijn. Lovano is een exponent van de klassieke jazz. De man heeft een heel eigen, vlezige, tochtige toon die van hem een uitmuntende balladeer maakt. Als hij solo out of the box gaat, kom je uit bij de late periode van John Coltrane. Niet zo bij Ribot - eerder al te horen in Kralls band - die veeleer de man van de deconstructie is. Luister naar zijn werk bij Tom Waits en Los Cubanos Postizos, en u hoort zijn corebusiness. Als hij zich laat gaan, krijg je een fuzzfeest bij John Zorn. Zo'n vaart zou het allemaal niet lopen. Diana Krall grossiert nu eenmaal in het rustiger standards-werk. Nu houden wij als geen ander van The Great American Songbook, maar het mag ook weleens vooruitgaan. Van bij de opener, All or Nothing at All, was de toon gezet: het zou de avond worden van de trage love songs met een ironiserend opgetrokken wenkbrauw (Krall: "I'm giving you a loving weather report"). L.O.V.E., I've Got You under My Skin, Moonglow: ze werden gespeeld met een achteloze klasse die dicht bij de onverschilligheid aanleunde. Krall maakte van haar slordige dictie haar handelsmerk, maar als zelfs de piano-fills klinken alsof ze haar onderkaak laat wiebelen, is de arrogantie niet veraf. Was het dan allemaal vlak? Dat nu ook weer niet. Joe Lovano blijft een meester in dit genre en had met plezier meer speeltijd mogen krijgen. Ribot stond garant voor het zo nodige scherpe randje - Just Like a Butterfly Caught in the Rain was een showcase voor de gitarist. En op momenten dat Krall er echt met haar hoofd en hart bij was, zoals op Boulevard of Broken Dreams en Tom Waits' Take It with Me, is ze niet te kloppen. Samengevat: close but no cigar. (Bart Cornand)