Dat Yorgos Lanthimos, het creatieve brein achter onder meer Dogtooth (2009), The Lobster (2015) en The Killing of a Sacred Deer (2017), de Britse royalty als basis voor zijn nieuwe project koos, is ogenschijnlijk een vreemde wending in zijn carrière. Als boegbeeld van de Griekse weird wave staat Lanthimos onder meer bekend om zijn dystopisch zwarte humor, absurdistische fabels, automutilatiesequenties en permanent onbehaaglijke personages; karakteristieken die niet meteen 'Brits kostuumdrama!' schreeuwen. Zijn nieuwe film The Favourite heeft echter weinig weg van het sjabloonmatige prestigedrama, en des te meer van een eigentijdse, satirische tragikomedie met een vleugje pruikentijd-opzichtigheid. Lanthimos' meest recente geesteskind getuigt van pittige dialogen en slapstickachtige visuele humor, waardoor zijn voorstelling van politiek-seksuele strubbelingen aansluit bij zijn vorige werk: minder bressionaans, dat wel, maar even kinderlijk, gevaarlijk en misantroop, en misschien wel dubbel zo grappig. Hoofdactrice Rachel Weisz vat de film niet voor niets samen als 'a funnier, sex-driven All About Eve'.

"The queen is an extraordinary person. She's been stalked by tragedy"

Desondanks liet Lanthimos zich voor zijn nieuwe meesterwerk inspireren door een niet al te lollige bladzijde uit de Britse geschiedenisboeken. Centraal figuur in The Favourite is queen Anne, gespeeld door Olivia Colman, die ondertussen al een Golden Globe ontving voor haar rol en de koningin geniaal vertolkte als een lastpost vol bittere tranen en deugnieterij. Het is een fragiele, infantiele vrouw met een twijfelachtige mentale en fysieke gezondheid, zeventien dode kinderen (alsook evenveel levende dwergkonijnen) en een job die er in principe uit bestaat het Verenigd Koninkrijk, een land in oorlog, te leiden. Boezemvriendin Sarah Churchill (Rachel Weisz), met wie ze een intieme en obsessieve relatie opbouwde, neemt wat van dat gewicht op haar schouders door het land op eigen houtje te besturen en de koningin manipulatief te degraderen tot een politieke marionet annex sekspartner. Net wanneer de relatie tussen de twee vertroebelt (onder meer door Churchills pesterijen en navenante desinteresse voor Annes gevoelsleven), verschijnt Abigail Hill (Emma Stone) ten tonele: een armzalige nicht van Sarah, die voornamelijk uit medelijden een job aan het koninklijk hof aangeboden krijgt. Al snel stoot Hill Churchill van de troon als favoriet van de koningin. Wat volgt is een lepe, achterbakse strijd om wraak, bestuursmacht, en wie er al dan niet aan de koninklijke poes mag likken.

Nestelden er zich echt zeventien verschillende foetussen in de baarmoeder van queen Anne? Jazeker. Zijn al die zeventien kinderen voor of niet lang na de geboorte gestorven? Jazeker. Adopteerde de koningin een gelijk aantal knaagdieren bij wijze van experimentele rouwverwerking? Dat dan weer niet.

Afgezien van de expliciet seksuele verwijzingen is dit het - historisch feitelijke - narratieve skelet waarop Yorgos Lanthimos The Favourite baseerde. Hoewel hij veel van de details zelf verzon, zoog hij het hele oorlogsgedoe en de verregaande febbekakskesstrijd tussen de twee voornaamste hofdames dus níét uit zijn duim. Nestelden er zich zeventien verschillende foetussen in de baarmoeder van queen Anne? Jazeker. Zijn al die zeventien kinderen voor of niet lang na de geboorte gestorven? Jazeker. Adopteerde diezelfde koningin een gelijk aantal knaagdieren bij wijze van experimentele rouwverwerking? Dat dan weer niet.

Eerst en vooral passen de zeventien harige substituutkinderen net iets té goed binnen Lanthimos' poëtica, waar mens en dier niet meer dan een klein overgangsritueel van elkaar verwijderd zijn. Zo kregen zijn personages in The Lobster (2015) vijfenveertig dagen de tijd om een partner te zoeken. Lukte dat niet, dan werden ze op nogal raadselachtige wijze omgebouwd tot een dier naar keuze. Of vergelijk het met de pubers in Dogtooth (2009), die het landgoed van hun ouders pas voor de allereerste keer mogen verlaten wanneer ze hun fictieve hondentand kwijtspelen.

Naast de creatieve affiniteit die de regisseur jegens dieren lijkt te voelen, fungeerden konijnen in queen Annes tijdperk trouwens voornamelijk als voedsel of als incidentele doch zeer efficiënte ziekteverspreiders, waardoor hun imago dichter aanleunde bij 'pluizige rat' dan bij 'potentieel huisdier'. Horatio, volgens de aftiteling the fastest duck in the city, en zijn minder snelle soortgenoten waren waarschijnlijk hetzelfde lot beschoren: hun aanwezigheid oogt eerder lanthimosiaans dan historisch correct. Hoewel het waarschijnlijk steeds raadzaam is om nooit de inventieve decadentie van de kapitaalkrachtige bourgeoisie te onderschatten.

Dat Lanthimos zijn films wel vaker doorspekt met absurde mythologie maakt het des te ongeloofwaardiger dat The Favourite wel degelijk een feitelijke oorsprong kent. Het is dan ook de eerste keer dat Lanthimos en zijn vaste co-scenarist Efthimis Filippou niet zelf achter de schrijftafel kropen. Het script lag namelijk al langer stof te vergaren dan supereend Horatio ooit op deze aarde zal rondfladderen. Want zo'n 20 jaar geleden nam historica-in-wording Deborah Davis de lokale avondkrant vast, las een terloopse vermelding van de intieme capriolen aan queen Annes hof, en ging op onderzoek uit. Die queeste liep ietwat uit de hand, met heel wat archiefbezoeken, een bijzonder specifieke expertise, een diploma scriptschrijven en - ondertussen - een bescheiden aantal awardnominaties tot gevolg. Uiteindelijk belandde de tekst in de handen van producers Lee Magiday en Ceci Dempsey, die het script voor dit toch wel opmerkelijke, vrouwcentrische en sterk LGBTQ+-getinte period piece maar al te graag in de schoot van een regisseur met avant-gardistische neigingen wilden werpen.

Enter Yorgos Lanthimos. Die is ondertussen zo geliefd in West-Europa dat de Britten hem blijkbaar zelfs toelieten te kullen aan hun nationale trots - het kostuumdrama - en hem daar ook nog eens rijkelijk voor wilden betalen. Nu ja, ook Amerika en Ierland pompten wat zakcentjes in de derde Engelstalige film van de 'rare' Griek, wat resulteerde in een productiebudget van zo'n 15 miljoen dollar.

Dat een kostuumfilm in de capabele handen van Yorgos 'ik wil me niet vastklampen aan slechts één stijl' Lanthimos bijzonder goed gedijt, is wellicht geen wereldschok en bijgevolg allesbehalve een domme investering, maar de timing is wel bijzonder amusant: de filmmaker kon ogenschijnlijk geen beter moment kiezen om als continentale Europeaan tegen een Brits heilig huisje te schoppen. Of het genre nieuw leven in te blazen, afhankelijk van het perspectief dat u wil hanteren.

U kunt in The Favourite bewegingsstijlen bewonderen die niet zouden misstaan in het dansrepertoire van de doorsnee postironische prepuber met een Fortnite-verslaving.

Want het creatieve team achter The Favourite zette bijzonder veel in op hedendaagsheid. In Lanthimos' woorden: 'If people are coming to this movie for a history lesson, they're going to be in the wrong movie.' Van het traditionele heiligdom dat ook wel de naam 'Brits historisch drama' draagt, blijft dan ook maar weinig overeind. Geen antiek Engels te bespeuren, wel iets wat contemporain genoeg klinkt dat zelfs de Amerikaanse Emma Stone niet bijzonder opvalt. Die frisse talige vibe kwam er met dank aan scenarist Tony McNamara, die met Davis' originele script mocht prullen tot de toon volledig strookte met wat Lanthimos wilde nastreven: een hybride film die bulkt van de anachronistische lolligheden. Zo kan u er bewegingsstijlen in bewonderen die niet zouden misstaan in het dansrepertoire van de doorsnee postironische prepuber met een Fortnite-verslaving.

Verder wordt de film niet louter gekenmerkt door (medium) close-ups van talking heads, maar ook door extreme breedhoekbeelden van cinematograaf Robbie Ryan, die de architecturale imposantheid van het paleis zowel benadrukken als vervormen, en het geheel een subjectieve toets geven. Ook desoriënterend zijn de gestoffeerde muren van het paleis, een creatie van decorontwerper Alice Felton. Zij ontruimde zowat half het Jacobean House of Hatfield Estate - waar de opnames van de volledig op locatie én met natuurlijk licht geschoten film plaatsvond - en haalde imponerende portretten van ooit machtige leiders onverbiddelijk van de muur, om ze te vervangen door wandtapijten. Zelfs het kostuumdesign van Sandy Powell vertoont wat anachronistische eigenaardigheden: hoewel de silhouetten getrouw ogen aan hun tijd, zijn de gebruikte stoffen dat niet: post-18e-eeuwse stoffen à la denim en vinyl omhullen de lichamen van The Favourites adellijk zootje ongeregeld.

"Sometimes a lady likes to have some fun"

Ondanks de relatief minimalistische architectuur - althans voor een paleis - is het koninklijk stulpje een zwijnenstal van formaat. Hoffelijkheid is ver zoek in Annes hofhouding, en wie door de majesteitelijke gangen dwaalt, zal naast de vaste politieke waarden à la bedrog, achterbaksheid, jaloezie, wraak en geldwolverij ook in contact komen met modderbaden, iets wat blijkbaar een ananas heet, sinaasappelgevechten, rolstoelraces en dure vazen die occasioneel als braakemmer dubbelen. Excentrieke mannen lopen er rond met hysterisch hoge pruiken en matig geplamuurde smoelen - historisch correct, blijkbaar, hoewel lichtjes geëxagereerd -, sommige vrouwen zijn er gespecialiseerd in vuilbekkerij, vulgariteiten en opportunisme. De koningin vertoont regelmatig esthetische gelijkenissen met een das, werkt graag royaal veel taart naar binnen en engageert zich zelden in haar politieke plichten; onder meer geïllustreerd door een 'Oh. Well. I did not know that' nadat Lady Sarah haar informeert dat de Spaanse Successieoorlog, in tegenstelling tot wat de koningin denkt, verre van afgelopen is. Niet dat de rest van het koninklijk hof als schoolvoorbeeld kan fungeren: terwijl die oorlog wel degelijk woedt, gedragen de hovelingen zich voornamelijk als toezichtsloze kleuters onder invloed van druivensuiker. Wie met de omwenteling naar een historisch gebaseerd script vreest voor het verlies van Lanthimos' kenmerkende soft-apocalyptische cinema, kan dus op beide oren slapen: zijn politieke satire is zo tragisch grappig dat u bijna zou wensen dat het niet zo brandend actueel aanvoelde.

Mocht u ondertussen vermoeden dat de pruikentijd niet de meest heteroseksuele periode was in de geschiedenis: klopt. Dat was waarschijnlijk de twintigste eeuw, met dank aan een aantal eind-19e-eeuwse psychologen en -analytici die plots ogenschijnlijk de collectieve neiging voelden om homoseksualiteit tot het rijk der ziekten te rekenen. Individuen die zich voordien weinig inspanden om hun intense affectie jegens een geslachtsgenoot onder stoelen of banken te schuiven, hadden plots die keuze niet meer. De opties werden herleid tot (1) gedwongen heteroseksualiteit of (2) gestoord, ziek, afwijkend studie-object. Met dank aan die morbidificatie-golf zijn ook de geschiedenisboeken niet lief geweest voor historische queers: 20e-eeuwse biografie-auteurs deden hun uiterste best om de (homo)seksualiteit van talloze bekende figuren weg te moffelen. Die praktijk ging ver: 'perverse' verlangens werden verdoezeld door wat in de schrijfsels van de betrokken persoon te prutsen en intense expressies van liefde werden zwaar afgezwakt of ronduit genegeerd. Wanneer de moedeloze verliefdheid van een homoseksuele historische bekendheid overbloembaar bleek te zijn, gingen historici wanhopig op zoek naar een object van verlangen van het andere geslacht. Vooral die laatste praktijk - in het geval van lesbische vrouwen wel eens cherchez l'homme genoemd - kende een immense populariteit.

Dat de hofdames wel hun mannetje kunnen staan, staat buiten kijf. Niet alleen lijkt het merendeel van de mannelijke hofhouding nogal flauw en redundant, Anne, Sarah en Abigail praten ze ook consequent onder tafel - of het nu politieke of persoonlijke zaken betreft. Ze zijn zowel onverbiddelijk in hun daden als zachtaardig in hun plaisanterieën, getuige de folteringen en de zelfgetekende moddersnorren, de strijdoutfits en de dwergkonijntjes, moordpogingen en jolige dansjes. Verder is het in The Favourite niet ver zoeken naar mannen met strijdlustige inborst: die knokken ergens offscreen met Fransmannen, Spanjaarden en ander gespuis. Ze onderhouden echter behoorlijk innige relaties met hun vrouwelijke partners, en ook Anne moet affectie gekoesterd hebben jegens haar (in de film inmiddels gestorven) echtgenoot, impliceren de zeventien zwangerschappen (alsook historische vermeldingen van haar rouwproces na zijn dood).

Met dank aan onverbloemde citaten als 'I like it when she puts her tongue in me' en 'If I were a man I would ravish you' blijft er, in tegenstelling tot de historische overlevering, bitter weinig ruimte over voor alternatieve lezingen.

De seksuele verlangens die Anne kenmerken zijn echter duidelijk ook op vrouwen gericht. Aan ambigue verwijzingen en subtiele knipogen naar het eventuele bestaan van Annes biseksuele aard heeft het creatief team achter The Favourite weinig boodschap. Met dank aan onverbloemde citaten als 'I like it when she puts her tongue in me' (dixit queen Anne) en 'If I were a man I would ravish you' (dixit Abigail Hill) blijft er, in tegenstelling tot de historische overlevering, bitter weinig ruimte over voor alternatieve lezingen. In die zin doet The Favourite denken aan het werk van romanschrijfster en literatuurhistorica Sarah Waters, in wier boeken historisch lesbianisme dagelijkse kost is. Zij onderzocht hoe vrouwen elkaar beminden in de Victoriaanse periode, betreurde de afwezigheid van een literair relaas daarover, en is dan maar zelf verhalen beginnen te publiceren. BBC verfilmde haar Tipping the Velvet (1998) en Fingersmith (2002) al tot twee miniseries, en diezelfde Fingersmith is tevens het boek waar de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-Wook in 2016 zijn film The Handmaiden op baseerde.

Of Abigail Hill wel degelijk haar tong in een aantal majesteitelijke openingen stak, zullen we wellicht nooit met zekerheid weten. Dat heeft mogelijk te maken met het eerder vermelde uitwis-procedé, alsook met hoe taal steeds evolueert, waarbij connotatiewijzigingen kunnen optreden. Wél duidelijk is dat Sarah Churchill haar privébriefwisseling met de koningin daadwerkelijk gebruikte om diezelfde koningin af te persen, en dat die brieven - eventueel met wat extra olie op het vuur vanuit kamp-Sarah - een royaal schandaalverhaal zouden kunnen ontketenen, waarna het halve rijk moord, brand en lesbianisme kan schreeuwen. Bijzonder veel primaire (alsook secundaire) bronnen overleefden trouwens de tand des tijds, wat de relaties tussen de drie vrouwen vanuit verbazingwekkend veel verschillende perspectieven belicht. Zo vond Deborah Davis, de originele scripschrijfster, talloze liefdesbrieven tussen Anne en Sarah, alsook een bijzonder gedetailleerde beschrijving van Sarah over hoe Abigail stilaan uitgroeide tot Annes favoriet. Verder schreef Abigail dan weer brieven naar een aantal hoge pieten buiten het hof, waarin ze haar complot tegen Sarah - hoewel licht verbloemd - uit de doeken deed. Zelfs Jonathan Swift, die via-via over Abigail te horen kreeg, schreef erover in zijn dagboeken, en ook Winston Churchill repte in zijn biografie uitgebreid over het reilen en zeilen van zijn voorouders.

Dat de machts- en liefdesstrijd tussen de drie vrouwen voor memorabele verhaalstof zorgde, staat buiten kijf. Voeg daar nog wat van Lanthimos' disfunctionaliteit aan toe, en zelfs het laatste sprankje pseudo-beleefdheid moet eraan geloven. Een verdeel- en heerschaos kenmerkt Annes hof, een vacuüm dat ver verwijderd is van de reële wereld en waarin witte schmink, torenhoge pruiken en blasé outfits vooral géén authenticiteit uitstralen, en een voorwendsel vormen om je eigen ding te doen - van een occasionele eendenrace op het werk tot absolute regeringsmacht verkrijgen met dank aan je beftalent. Realiteit en fictie lopen er op speelse wijze in elkaar over, tijd voelde zelden zo relatief, de hybriditeit ervan nooit zo plezant.

En wanneer u twijfelt aan de waarachtigheid van wat u ziet, kunt u het aan uw verbeelding overlaten. Of beter nog: aan die van Yorgos Lanthimos.