Op de affiche van het 76ste filmfestival van Venetië, dat woensdag begon, staat genoeg volk dat de cinefiele tongen kan losweken. Denk maar aan James Gray, die eindelijk Ad Astra heeft afgewerkt en Hirokazu Kore-eda, die een jaar na zijn Gouden Palm voor Shoplifters van de Gouden Leeuw mag dromen. Toch gaat het gros van de aandacht maar naar één man: Roman Polanski. Dat de regisseur van The Pianist welkom is op het Lido met zijn nieuwe film J'accuse, zet bij velen kwaad bloed, omdat Polanski in de jaren zeventig werd beschuldigd van de verkrachting en drogering van een dertienjarig meisje. De regisseur pleitte toen schuldig voor seks met een minderjarige, zonder geweldpleging. Sindsdien mag hij de Verenigde Staten niet meer in. Daarnaast wordt hij ook door meerdere andere vrouwen beschuldigd van verkrachting.

Uiteraard was de zaak ook een gespreksonderwerp op de persconferentie bij de opening van het festival. Daar bleek dat directeur Alberto Barbera en de juryvoorzitter, de Argentijnse cineaste Lucrecia Martel, het niet met elkaar eens zijn wat betreft de zaak Polanski. Barbera vindt dat we de kunstenaar van de mens moeten kunnen scheiden, Martel vindt dat niet. Maar het is complexer dan dat, zei ze ook volgens verschillende Amerikaanse media. 'Een man die een misdaad van deze omvang begaat, maar daarvoor veroordeeld is op een manier die voor het slachtoffer voldoende is, dat is voor mij moeilijk om te beoordelen. Ik denk dat zulke vragen het onderwerp van debat zijn in onze tijden.' Martel zal hem niet feliciteren, zei ze, maar noemt het 'correct' dat J'accuse op het festival te zien is.

Martel, nog maar de zevende vrouwelijke juryvoorzitter in de geschiedenis van het festival van Venetië, liet zich op de persconferentie ook uit over quota voor vrouwelijke regisseurs. 'Het is een moeilijk issue en geen enkele oplossing voldoet', zegt ze. 'Maar vandaag de dag zijn quota pertinent. Vind ik dat leuk? Nee, maar ik denk niet dat er een ander system bestaat dat deze industrie kan dwingen om anders te denken en films die geregisseerd zijn door vrouwen in overweging te nemen.' Daar is festivaldirecteur Barbera, die dit jaar twee films van vrouwelijke cineasten opnam in zijn programma, het niet mee eens. Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid onder meer bij de filmscholen en zou dat het niveau van het festival omlaag halen. 'Als ik zoveel films van vrouwelijke regisseurs had gevonden, had ik ze zonder quota geprogrammeerd. Ik heb het geprobeerd', was zijn antwoord.