Geen wonder dat het klikt tussen Daniel Day-Lewis en Paul Thomas Anderson. De een is een intense, extreem toegewijde acteur, de ander een intense, toegewijde regisseur.
...

Geen wonder dat het klikt tussen Daniel Day-Lewis en Paul Thomas Anderson. De een is een intense, extreem toegewijde acteur, de ander een intense, toegewijde regisseur. De 60-jarige Ierse Brit en de 47-jarige Californiër vonden elkaar tijdens de opnames van het magistrale olie-epos There Will Be Blood (2007) . Na afloop gingen ze elk hun weg en maakten twee films zonder elkaar. Day-Lewis bewees dat ook de groten zich lelijk kunnen vergissen door mee te doen in de flopmusical Nine, om vervolgens als eerste en voorlopige enige acteur een derde Oscar te winnen met een presidentiële hoofdrol in Lincoln van Steven Spielberg. Anderson deed niet voor hem onder en voegde met de hulp van Joaquin Phoenix, die andere specialist intense vertolkingen, nog twee uitzonderlijke films toe aan zijn imposante palmares: het door Scientology geïnspireerde The Master (2012) en de psychedelische Thomas Pynchon-verfilming Inherent Vice (2014) . Maar het bloed kroop waar het niet gaan kan, en ze vonden elkaar opnieuw. Hun nieuwe samenwerking, Phantom Thread, is weer om vingers en duimen bij af te likken, al zou zo'n vulgaire geste geen genade vinden in de ogen van het excentrieke hoofdpersonage, Reynolds Woodcock. Day-Lewis en Anderson plooiden dubbel van het lachen toen ze die naam bedachten. De belachelijk veeleisende Engelse couturier Woodcock verdraagt niets dat hem ook maar een beetje uit zijn humeur en concentratie haalt en bijgevolg tegenhoudt om de mooiste jurken van de jaren vijftig te ontwerpen. Boter 's morgens iets te luidruchtig je toast en Woodcock springt uit zijn vel. Voor geliefden is er nooit lang plaats in zijn leven. Hij behandelt ze als paspoppen tot ze daarover beginnen te zeuren en zijn zus en zakenpartner Cyril (Lesley Manville) hun kordaat de deur wijst. Een nieuwe verovering en muze (de onbekende maar fascinerende Luxemburgse Vicky Krieps) doorbreekt de cyclus omdat ze wél het lef heeft om met de zelfingenomen kunstenaar in duel te gaan. Wil dat zeggen dat PTA zich aan een relatiedrama gewaagd heeft? Een duister romantisch, vilein grappig en mooi relatiedrama maar niettemin een relátiedrama? Yes sir, yes ma'am. Een relatiedrama dat meteen goed is voor zes Oscarnominaties. Day-Lewis kan zijn legende nog aandikken door een vierde keer de Oscar voor beste acteur te winnen. Anderson viste persoonlijk al zes keer naast het net en hoopt dat de zevende nominatie hem eindelijk een eerste Academy Award oplevert. 'Oscarnominaties zijn heel belangrijk', trapt de regisseur van Boogie Nights (1997) en Magnolia (1999) een open deur in. 'In Amerika kwam de film enkele weken geleden al uit. Zonder die nominaties zou hij nu al uit de bioscopen verdwenen zijn. Ik vind dat gewéldig.' Zo geweldig dat hij de volgende dagen en weken intensief campagne voert om eindelijk eens een Oscar te winnen? 'Niet overdrijven, hè. Naar élke lunch en presentatie gaan, dat zou mijn dood betekenen. Maar binnen de grenzen van het redelijke doe ik braaf wat me gevraagd wordt en hoop ik dat ik daar niet al te veel zelfrespect bij verlies.' ( grijnst)Kreeg je de kans om opnieuw met Daniel Day-Lewis samen te werken en verzon je vervolgens een film en een personage op zijn maat of ging het omgekeerd? Paul Thomas Anderson: Ik heb áltijd zin gehad om opnieuw met Daniel samen te werken, maar in het begin was er geen haast. We hoopten dat er zich een goed idee zou aandienen en dat we dan beiden de handen vrij zouden hebben. Maar dat goede idee kwam er niet meteen. We hebben allebei twee films gedraaid, los van elkaar. Daarna hoorde ik de klok wél tikken. Ik ben altijd degene die aan de bel trekt. Als je Daniel laat doen, komt er van films maken niet veel in huis, want hij heeft altijd wel iets omhanden. Dat geeft niet, die rol van aanstoker ligt me wel. Bleef zijn inbreng beperkt tot acteren? Anderson: Totaal niet. We schieten goed met elkaar op en we hebben nauw samengewerkt. Alles bij elkaar zijn we twee, drie jaar in de weer geweest met Phantom Thread. Ik heb het verhaal voor het grootste deel vormgegeven, maar we hebben veel samen bedacht en verfijnd. Na elke bijeenkomst gunde ik mezelf een week om al onze notities en ideeën uit te schrijven. Daniel droeg veel bij aan de dialogen die Brits moesten klinken. Het was zijn idee om het personage Reynolds Woodcock te noemen en om Lesley Manville te vragen voor de rol van Cyril Woodcock. Ook al is Manville bijna een halve meter kleiner dan hijzelf? Anderson: Is dat niet grappig? Ik heb genoeg van dat soort gekke broer-en zuskoppels gezien. Aan hun gezicht zie je dat ze verwant zijn, maar de een is twee meter groot en de ander amper anderhalve meter. Dat is niet de enige reden waarom we Lesley gevraagd hebben. Ze is verschrikkelijk goed, zeer aanwezig, autoritair en haar humor is inktzwart en kurkdroog. Woodcock is een artiest die obsessief met zijn werk bezig is. Hoeveel PTA en Daniel Day-Lewis schuilt er in hem? Anderson: De film is geen zelfportret van Daniel en ik. Dat zou te gruwelijk zijn. Natuurlijk zit er in hem wel iets van ons, maar het personage op zich is uniek. Ik zou mijn werk nooit op een zo zotte manier kunnen beleven als hij. In There Will Be Blood zag Daniel Day-Lewis er slecht uit als oliezoeker Daniel Plainview. Dit keer loopt hij er wel piekfijn bij, maar ziet hij er vanbinnen zoveel beter uit? Anderson: Eerst zagen we Woodcock als een soort van Beau Brummell (de dandy der dandy's die de negentiende-eeuwse herenmode goede smaak en verfijning bijbracht, nvdr.). Uiteindelijk zijn we met Woodcock ergens anders beland, maar gezien zijn uitzonderlijke gevoel voor stijl moesten we hem wel mooi uitdossen. Geen haartje ligt verkeerd, maar vanbinnen tref je alleen maar verval aan. Beau Brummell? Ik dacht dat je je Woodcock gebaseerd had op de Spaanse couturier Cristobal Balenciaga? Anderson:Yeah, right. Woodcock is gebaseerd op een hele rist couturiers. Namen noemen is vervelend, omdat hij met niemand volledig samenvalt. Balenciaga was inderdaad een voorbeeld, maar die verschilt op essentiële punten van Woodcock. Als ik een kind van Balenciaga was, dan zou ik meteen opwerpen: 'Die Woodcock is een lul, mijn vader was dat niet.' (lacht) Balenciaga was wel heel streng en veeleisend, maar nooit gemeen. Alles draaide om het werk. Ik spreek met een kenner. Anderson: Helemaal niet. Ik wist niets van die wereld af. Ik heb alles moeten ontdekken. Vind ik leuk. Jonny Greenwood, die de muziek componeerde, noemde me eens sarcastisch 'Beau Brummell'. Ik kende die man niet en wilde meer over hem weten. Zo gaat dat bij een schrijver die een personage leven wil inblazen: zodra je hoort over een intrigerende figuur, wil je er alles over weten. We hebben van een heleboel couturiers dingetjes overgenomen. Er zit ook veel Norman Hartnell, Hardy Amies en John Cavanagh in Woodcock. Van Michael Sherard namen we het georgiaanse herenhuis over. Er waren indertijd modehuizen die een stuk grootschaliger waren, maar dat konden we niet laten zien. Er was geen geld voor tweehonderd edelfiguranten. Waarom situeer je je verhaal in de jaren vijftig? Er lopen vandaag toch ook nare modeontwerpers rond? Anderson: Het zou niet voldoende plezant geweest zijn om dit verhaal in de hedendaagse modewereld te situeren. Waarom weet ik niet. Misschien past het in de trend om alsmaar minder films na 1993 te situeren. Is dat zo? Anderson: Naar het schijnt. Volgens mij komt dat omdat het totaal oninteressant is om mensen te filmen die telefoneren of voor hun computerscherm zitten. Dat is gruwelijk saai en ondramatisch. Er staat niets meer op het spel nu je binnen de minuut iemand telefonisch kunt bereiken. Bovendien beleefden de couture en die fabelachtige jurken hoogdagen in de jaren vijftig. Op dat moment smeulde de Tweede Wereldoorlog nog na. Zoiets is altijd goed voor het drama. Waarom keek je als voorbereiding op Phantom Thread naar Rebecca van Alfred Hitchcock? Anderson: Is het niet overduidelijk dat ik van Hitchcock hou? Rebecca en Vertigo zijn mijn favorieten. Daniel en ik hebben ook samen Rear Window bekeken. Hoe sinister en bizar zijn films ook zijn, je kunt zo zien dat Hitchcock zich ontzettend amuseerde toen hij ze bekokstoofde. Zijn films opnieuw ontdekken heeft me deugd gedaan. Grijp je vaker terug naar de oude meesters? Anderson:Yeah. Ik vind dat een filmregisseur zich om de zoveel jaar opnieuw vertrouwd moet maken met de meesters. De batterijen opladen, opnieuw zien wat er zo groots was aan hun werk, uitvissen hoe ze te werk gingen. Snor zeker de Amerikaanse poster van Rebecca eens op. Je zoekt je suf naar Hitchcocks naam. Helemaal rechts onderaan staat hij, in kleine letters. Rebecca werd toen aan de man gebracht als Daphne du Maurier's Rebecca, naar de schrijver van het boek. Wat ziet Alma, Woodcocks liefde, toch in die door zijn werk geobsedeerde man met bitter weinig waardering voor de vrouwen die hem groot maken? Is liefde zo fucked-up? Anderson: Mag ik een kindvriendelijker alternatief voorstellen? In een song verwoorden Mickey & Sylvia het zo: love is strange. Ik kan me daarin vinden. Liefde is ráár. Eigenaardig is misschien een nog beter woord. Liefde kan ook gewoon goed zijn, maar een film die dat verkondigt, wordt snel saai. Een film die verkondigt dat liefde opwindend is, is al ietsje opwindender, maar hoelang houdt dat idee de aandacht vast? Net lang genoeg voor een kortfilm? (lacht)Woodcock dankt alles aan de vrouwen die hem omringen. Zijn zus heeft de teugels in handen, maar laat hem geloven dat hij de baas is. Zijn moeder zit in zijn hoofd om er nooit meer weg te gaan en heeft hem grondig verneukt. Vreemd genoeg hebben we dat niet eens verzonnen. Tijdens de historische research botsten we keer op keer op datzelfde patroon. Couturiers zijn moederkindjes? Anderson: Van de band die hedendaagse couturiers met hun moeder hebben, weet ik niets af, maar de couturiers van vroeger hadden héél vaak moeders met een heel sterke wil. Ze leerden hun zonen naaien en vertroetelden hen enorm. Ze werden gekweekt om één ding te kunnen: kleren maken. Alles en iedereen moest daarvoor wijken. Zo wilden ze hun een leven in armoede besparen. Je gelooft nooit hoeveel soortgelijke verhalen ik ben tegengekomen. Zo'n opvoeding draag je natuurlijk je hele leven mee. Woodcocks relatie met zijn muzes en medewerkster zijn ingewikkeld. Om een lang verhaal kort te maken: hij is een puinhoop en dus een ideaal personage. Daniel Day-Lewis zet een punt achter zijn carrière. Heb je het moeilijk met zijn beslissing? Anderson: Ik heb er lang niet over wíllen nadenken, maar jammer genoeg geloof ik hem elke dag een beetje meer. Zou jij je afscheid aankondigen of stiekem stoppen? Anderson: Ik zou mijn pensioen niet aankondigen. Quentin Tarantino zegt dat hij het na tien films voor bekeken zal houden. Anderson: Echt? Hoeveel heeft hij er dan nog voor de boeg? Twee. Anderson: Pf. Da's lulkoek. Zijn volgende film zou dus zijn voorlaatste zijn? No way. Waarom zegt een mens zoiets? Je kunt natuurlijk ook doen zoals Steven Soderbergh: eerst je afscheid aankondigen en daar na enkele jaren op terugkomen. Anderson:Yeah, waar ging dat over? Daar heb ik echt niets van begrepen. Gaan de bioscopen het nog lang uitzingen? Anderson:Yeah. Misschien. Natuurlijk wel! En ik neem er graag het risico bij dat iemand ooit een oude krant zal openslaan waarin ik orakel dat de bioscopen zullen blijven bestaan, en me vervolgens een grote sufkop vindt omdat alle bioscopen intussen allang gesloten zijn. Er gaat niets boven de bioscoop, trouwens. Een van de zes Oscarnominaties voor Phantom Thread is volkomen terecht voor componist Jonny Greenwood. Het is dit keer wel niet te horen dat hij lid is van Radiohead.Anderson: Daar ben ik het niet mee eens, maar dat is omdat ik zo goed met Jonny bevriend ben. Ik ken al zijn muziek héél goed en voor mij vormt het een magnifiek geheel. De muziek voor Phantom Thread stuurt op iets nieuws aan, maar is tegelijk een voortzetting van wat hij tot nog toe gecomponeerd heeft. Misschien is er door de thematiek van de film iets meer romantiek binnengeslopen dan je in songs van Radiohead verwacht, maar bij Radiohead is Jonny slechts een van de vijf. Voor mijn film hoefde hij alleen met zichzelf en met mij rekening te houden. Als het aan mij lag, dan won hij élke prijs waar hij voor in aanmerking komt. Ik hoor dat er mensen op de metro naar de muziek van Phantom Thread luisteren. Dat zijn muziek een eigen leven leidt en ook buiten de film bestaat, is een fucking opwindende gedachte. Want jij beschouwt jezelf als een mislukte muzikant? Anderson: Pf. Dat heb je toch eens publiekelijk gezegd. Anderson: Ach ja. Goed. Oké. Nee, toch niet, niet waar! Ik ben géén mislukte muzikant, man. Om in iets te mislukken, moet je het eerst geprobeerd hebben. Dat heb ik niet. Laten we het hierop houden: op goede muzikanten ben ik jaloers. Eén troost: ik mag tenminste met die lui rondhangen.