Julia Ducournau kon de Gouden Palm niet winnen. Omdat ze de jongste deelneemster was in een competitie die vooral volleerde auteurs bekroont. Omdat ze aanleunt bij genrefilms en bodyhorror. Omdat op de 73 vorige edities van het festival van Cannes de hoofdprijs slechts één keer naar een vrouw ging (die hem dan nog moest delen met een Chinese cineast): Jane Campion in 1993. Ducournau haalde de Gouden Palm anderhalve week geleden toch binnen, dan nog met de meest choquerende, radicale en grensverleggende film die op het festival te zien was.
...

Julia Ducournau kon de Gouden Palm niet winnen. Omdat ze de jongste deelneemster was in een competitie die vooral volleerde auteurs bekroont. Omdat ze aanleunt bij genrefilms en bodyhorror. Omdat op de 73 vorige edities van het festival van Cannes de hoofdprijs slechts één keer naar een vrouw ging (die hem dan nog moest delen met een Chinese cineast): Jane Campion in 1993. Ducournau haalde de Gouden Palm anderhalve week geleden toch binnen, dan nog met de meest choquerende, radicale en grensverleggende film die op het festival te zien was.In Titane raakt een psychopathische pitspoes zwanger van een getunede Cadillac. Ze vindt na een moordpartij onderdak bij een bejaarde brandweercommandant die haar voor zijn vermiste zoon houdt. Ook al lekt er olie uit haar borsten. Met dank aan Ruben Impens, de favoriete cameraman van Felix van Groeningen, is Ducournaus afrekening met conventies, hokjesdenken en oude gedachten over masculiniteit, seksualiteit en gender ook cinematografisch verbluffend. 'Zoiets heb ik nog nooit gezien', zei juryvoorzitter Spike Lee. 'Bedankt om de viscerale behoefte aan een inclusievere en meer fluïde wereld te erkennen. Bedankt om de monsters toe te laten', riposteerde een geëmotioneerde Ducournau. Tijdens de prijsoverhandiging moest ze aan Jane Campion terugdenken, maar ze zou het afschuwelijk vinden mocht haar sekse een rol hebben gespeeld in de bekroning. 'Ik hoop dat ik de prijs voor mijn film heb gekregen en niet voor mijn geslacht, want mijn geslacht definieert mij niet.' Dat laatste hamert Titane erin. Laten we bij het begin beginnen. Na de proloog schiet Titane uit de startblokken als een verbijsterende kruising tussen Fast & Furious en Crash van David Cronenberg. Akkoord?Julia Ducournau: Nee. Iedereen weet hoeveel ik van David Cronenberg hou. Ook al geloof ik niet dat de vergelijking met hem opgaat, ik hoor je ze graag maken. Maar Fast & Furious, echt? Ik heb nog geen enkele van die films gezien! Ik heb niets met auto's. Ik heb niet eens een rijbewijs. Ik hou wel van de analogie tussen auto-onderdelen en het menselijk lichaam. Kan niet verbazen als je al eens onder een motorkap hebt gekeken. Al die buizen en onderdelen lijken toch net ingewanden? Ik heb Ruben Impens gevraagd om het ook zo te filmen. Hoe kwam je erbij om van je hoofdpersonage een pitspoes te maken en haar op een autosalon te laten vrijen met een getunede Cadillac?Ducournau: Ik wilde het over de fluïditeit van gender hebben en bedacht dat het interessant kon zijn om de kijker archetypes voor te schotelen en die vervolgens te deconstrueren. De bedoeling was om te tonen dat die archetypes maar een rookgordijn zijn, dat je makkelijk kunt wegblazen. In die scène in het autosalon boots ik bewust de male gaze na. Een groep kerels vergaapt zich aan zeer geseksualiseerde en geobjectiveerde vrouwen die rond of op een getunede auto dansen. Vrouwen en auto's staan op hetzelfde niveau. Allebei zijn ze opgemaakt om te behagen. De scène eindigt helemaal anders dan ze begint. Alexia, mijn hoofdpersonage, stapt uit de male gaze. Ze eist het eigenaarschap over haar lichaam én over haar verlangens op voor een auto. Ze staart voortdurend in de lens. Jij kijkt niet langer naar haar maar zij naar jou. Zij wordt niet langer geobjectiveerd, jij wordt geobjectiveerd. Geweld wordt vooral aan mannen toegeschreven. Jij voert een gevaarlijke psychopate op. Ducournau: We schrijven geweld inderdaad bijna exclusief aan mannen toe. Onterecht. Ik vind dat een schadelijk stereotype. In het begin worstelde ik met mijn hoofdpersonage omdat ik me niet in haar herkende. Zo vreemd was dat niet, want Alexia is inderdaad een psychopate. Om haar te kunnen uitwerken, moest ik wel íéts vinden dat me aan haar linkte. Toen dacht ik terug aan die aantal keren dat ik al aangerand ben. Onbekende mannen die in de metro hun handen niet konden thuishouden, bijvoorbeeld. Vraag het maar na bij alle vrouwen die je kent: in grote of minder grote mate zullen ze allemaal ervaring hebben met ongewenste aanrakingen of erger. Dat is toch te gek voor woorden? Zeker. Ducournau: Wat ik evenmin begrijp, is dat het geen seconde in zo'n handtastelijke man opkomt dat ik misschien knettergek ben, een wapen bij me heb en hem ter plaatse kan doden. Omgekeerd denkt een vrouw die in een verlaten metrostation een man ziet onmiddellijk het ergste. De man mag een heilige zijn, in een reflex grijpen we naar onze sleutels om ons te verweren en denken na over een mogelijke ontsnappingsroute in geval van aanranding. Vind jij dat normaal? Je kunt je niet voorstellen hoe razend mij dat maakt. Zodra ze hun woning verlaten bevinden mannen en vrouwen zich in twee totaal verschillende werelden. Dat zou ook jou razend moeten maken. Ik verdraag het niet langer dat vrouwen de aangewezen slachtoffers zijn. Daarom verzon ik een angstaanjagend vrouwelijk personage, daarom toon ik dat geweld in iedereen zit, niet alleen in mannen. Zonder het WTF-einde te verklappen: ze blijft wel geen monster. Ducournau: Ik heb de gewoonte om eerst het einde te verzinnen en van daaruit te vertrekken. Hier eindig ik met de geboorte van een nieuwe mensheid en de suggestie van een nieuwe wereld. Een wereld die sterker is dan de vorige omdat ze inclusiever en monsterlijker is. Ik zie monstruositeit als iets positiefs. Monstruositeit doorbreekt namelijk de normativiteit. Niet iedereen zal het in Titane zien, maar voor mij is het een liefdesverhaal. Een verhaal over de onvoorwaardelijke, absolute liefde en het aanvaarden van de andere. Ongeacht het gender. Ducournau: Het is mijn intentie om de kijker ervan te overtuigen dat iemands geslacht van geen belang is als het over zijn of haar identiteit, levenswandel en levenskeuzes gaat. Bevrijd je van de vooropgestelde ideeën over wat een mens móét zijn. Alexia behoort aan zichzelf toe en aan niemand anders. Ze begeeft zich tussen archetypes die ze een voor een vernietigt. Ik maak het onderscheid tussen geslachten flou en toon dat iedereen mag zijn wat hij of zij of hen maar wil. Er is zoveel schoonheid, emotie en vrijheid te vinden buiten de hokjes. Welke richtlijnen gaf je mee aan Ruben Impens, de Belgische cameraman die je eerder al hielp om van je debuut Grave een fascinerend kijkstuk te maken?Ducournau: Heb je een uurtje? We hebben een vol jaar gepraat en nagedacht over de vorm. We wilden geen strakke, steriele look maar een organische, zinnenprikkelende, grafisch boeiende, radicale film. Soms zitten we de personages op de huid, soms gebruiken we kranen voor zotte opnames. Vooral voor de kleuren en belichting hebben we de grenzen afgetast. Soms zitten we heel dicht tegen het cartooneske aan. We spelen met contrasten: het kille metaal versus het allesvernietigende vuur. Ook het beeld moest de genderstereotypen deconstrueren. De grote, stoere brandweermannen baden in een overweldigend zoet, zacht, roze licht. Het koude licht en het geweld zijn voor de vrouwelijke kant. Je hoofdrolspeelster Agathe Rousselle houdt niet van horrorfilms. Hoe sta jij tegenover het genre?Ducournau: Ik kijk veel en graag naar horrorfilms. Voor mij is dat vooral fun, een beetje zoals ik als kind smulde van tekenfilms. Nu kijk ik door mijn carrière van een grotere afstand naar het genre. Ik wou dat ik zoals vroeger nog eens écht bang kon worden van een horrorfilm. Op welke leeftijd heb je de films van David Cronenberg ontdekt, de grondlegger van de bodyhorror?Ducournau: Mijn ouders zijn heel cinefiel. Ik heb veel van thuis meegekregen. Het verlangen om te schrijven en te filmen kwam op natuurlijke wijze, en Cronenberg is de eerste regisseur die ik helemaal op mijn eentje heb ontdekt. Zijn films brachten me in een andere dimensie. Ik begreep niet wat me overkwam. Ik was niet meteen opgezet met wat ik voelde toen ik zijn films bekeek. Beginnen deed ik met Crash en die film maakte me zeer ongemakkelijk. Maar juist dat fascineerde me. Ik ben blijven terugkeren naar Cronenberg. Ik verslond al zijn films en achterhaalde dat ze me oncomfortabel deden voelen omdat ze waarheden verkondigden waar ik niet mee om kon, en op driften wezen die in mij zaten maar die ik weigerde te erkennen. Cronenbergs oeuvre confronteert je met jezelf, verplicht je om jezelf voortdurend te bevragen.Volgens Le Figaro zijn er toeschouwers misselijk geworden en flauwgevallen tijdens vertoningen van Titane.Ducournau:M'enfin, dat slaat nergens op. Ben je uit op provocatie?Ducournau: Totaal niet. Provocatie is gratuit. Ik hoop dat ik nooit iets gratuits zal maken. Provoceren is je eigen genot als filmmaker vooropstellen, het leuk vinden dat je de macht hebt om reacties uit te lokken. Een scène mag pittig zijn, maar moet volledig passen binnen het verhaal en mag nooit ten koste gaan van het personage. Dus weersta ik aan de verleiding om reacties uit te lokken voor de lol. Pittig is zacht uitgedrukt. Ik zag ervaren filmjournalisten de handen voor de ogen slaan wanneer Alexia probeert haar neus te breken. Ducournau: Die scène is strategisch van groot belang. We volgen al een halfuur een personage waar geen enkele kijker zich moreel in kan vinden: een ijskoude psychopate. Dat houdt niemand lang vol. Ik verlies de kijker als ik geen band met haar creëer. En hoe doe ik dat? Door je te laten voelen wat zij voelt: de pijn van haar alsmaar radicalere methodes om haar neus te breken. Wat zwarte humor helpt ook om je te doen meeleven. Maar die komt bij mij vanzelf. Daar hoef ik niets bijzonders voor te doen. Heb je er vrede mee dat Titane polariseert, dat er ook mensen zijn die er heftig en negatief op reageren? Ducournau: Eigenlijk wel. Je weet dat zo'n film het publiek in tweeën splijt. De vraag of je van een film houdt, vind ik persoonlijk weinig pertinent. Veel belangrijker is de vraag of het werk je beroert en een reactie ontlokt. Of je de film nu verwerpt of aanbidt, in beide gevallen ben je erdoor geraakt en is er minstens een intern debat. Daar gaat het om. Mijn missie is geslaagd als er reactie komt. Cinema zou een dode kunst zijn als er alleen maar films gemaakt werden die antwoorden aanreiken en iedereen op dezelfde lijn krijgen. Ik verkies imperfecte films die pruttelen, koken of zelfs overkoken. Zolang ze maar leven.