Is het een bodyhorrortrip over een losgeslagen genderbender, een furieuze wraakthriller of een grotesk spel met genres en genders? Twee weken nadat Titane in Cannes de Croisette op raasde, om daarna verrassend de Gouden Palm weg te graaien, is de rubberrook om het hoofd van veel critici nog steeds niet verdwenen. Maar één ding is zeker: Julia Ducourneaus tweede, deugddoend radicale langspeler is geen film die zich op platgetreden paden laat dwingen.
...

Is het een bodyhorrortrip over een losgeslagen genderbender, een furieuze wraakthriller of een grotesk spel met genres en genders? Twee weken nadat Titane in Cannes de Croisette op raasde, om daarna verrassend de Gouden Palm weg te graaien, is de rubberrook om het hoofd van veel critici nog steeds niet verdwenen. Maar één ding is zeker: Julia Ducourneaus tweede, deugddoend radicale langspeler is geen film die zich op platgetreden paden laat dwingen. Alles draait om Alexia, die aan een auto-ongeval in haar kindertijd een titaniumplaat in haar cranium en een haat-liefdeverhouding met auto's overhield. Als volgroeide vrouw klust ze bij als pitspoes tijdens tuningsalons, maar ook al maakt ze mannen geil door op motorkappen te twerken, haar motto blijft 'kijken mag, aankomen niet'. Ook niet buiten de diensturen. Dat mag een van haar hitsige fans aan den lijve ondervinden wanneer ze hem met haar vlijmscherpe haarspeld meteen laat voelen wat ze van zijn handtastelijkheden vindt. Het is de eerste stroomstoot van geweld die Alexia - met overgave vertolkt door nieuwkomer Agathe Rousselle - op de vlucht doet slaan, waarna ze terechtkomt bij een vereenzaamde brandweercommandant (Vincent Lindon als gekwetste ersatzvader) die in haar zijn verdwenen zoon Adrien meent te herkennen. Of toch nadat ze zich als jongen heeft verkleed, haar borsten in tape heeft gewikkeld, eigenhandig haar neus heeft krom gemept en, o ja, tussendoor ook nog eens stomende seks heeft gehad... met een Cadillac. Welke bizarre, bruuske bochten het verhaal verder neemt, moet u vooral zelf ontdekken, maar zelfs de sloomste lezer zal begrijpen dat Titane meer met de psychoseksuele esbattementen van David Cronenberg, David Lynch en Nicolas Winding Refn te maken heeft dan met gladgeolied en gepimpt mainstreamspektakel à la Fast & Furious. Wist Ducournau vijf jaar geleden al in oliedonkere zieltjes, verwrongen lijven en mismeesterde genreconventies te pulken met haar kannibalistische coming-of-agefilm Grave, dan gaat ze dit keer nog een stuk verder. Met meer chroom en nog minder schroom. Titane trekt voorbij als een klamme koortsdroom, als een genderfluïde opera op technotonen, in gloedvolle, naturalistische kleuren en schaduwen gedrenkt door onze landgenoot Ruben Impens, die ook al cameraman was bij haar debuut. Soms botst het, soms zwalpt het, en soms dreigt het de bocht uit te vliegen, gek genoeg vooral in de meest 'normale', narratieve passages. Maar Ducournau stuurt telkens op tijd bij, pusht je van het ene opwindende tableau naar het andere, en wat nog het fascinerendst is: onder de woeste, door olie, bloed en hormonen aangedreven machinerie blijkt zowaar een teder, romantisch hart te zitten, zij het een onrustig kloppend. Wie gewillig meegaat met Titane ziet niet alleen een geïnspireerde portie bodyhorror die het scalpel zet in man-vrouw-vader-zoon-dochterrelaties en andere mutante identiteitskwesties. Je krijgt in de eerste plaats een brok pure, onversneden WTF-cinema die plaagt, behaagt, briest en bruist. Don't fasten your seatbelts, and enjoy the ride.