Elk jaar zet de organisatie van Film Fest Gent een nationale filmtraditie in de bloemetjes. Vorig jaar was dat nog de Italiaans, met zijn neorealisme, jarenzeventigesthetiek en glorieuze filmsterren niets minder dan een cinefiel weerzien.
...

Elk jaar zet de organisatie van Film Fest Gent een nationale filmtraditie in de bloemetjes. Vorig jaar was dat nog de Italiaans, met zijn neorealisme, jarenzeventigesthetiek en glorieuze filmsterren niets minder dan een cinefiel weerzien. Dit jaar ligt de focus op Hongarije, en dat is toch een ander verhaal. Hoewel de hedendaagse Hongaarse cinema prominent aanwezig is op festivals (en prijsuitreikingen) en de films uit het communistische verleden internationaal aanzien genoten, zijn de werken van grootmeester Miklós Jancsó vandaag de dag geen populaire blikvangers zoals de oeuvres van Rossellini, Visconti en Fellini. Maar ze zijn wel een uitstekende casus om te bewijzen dat politiek, geschiedenis en de zevende kunst met elkaar zijn verweven. Daar wil Film Fest Gent met een eerbetoon aan Jancsó, door landgenoot Béla Tarr de grootste Hongaarse regisseur aller tijden genoemd, iets aan veranderen. 'Zijn films zijn sterk verankerd in de geschiedenis, geografie en cultuur van het land', zegt Patrick Duynslegher, artistiek directeur van Film Fest Gent. Jancsó's werken zijn niet puur esthetische en formele opvallendheden. Het zijn 'politieke musicals', aldus Patrick Duynslaegher, die strenge, inhoudelijke commentaren zijn op de veranderende samenleving in Hongarije. Jancsó brak in de jaren '60 door met The Round-Up (1966) waar hij een onwaarschijnlijke choreografie van lichamen, weidse vlaktes en totalitaire rituelen neerplant. Denk een striemend politiek filmballet. Samen met deze film vertoont Film Fest Gent nog vier andere memorabele werken van Jancsó: het letterlijk blootgevende en wreedaardige The Red and the White (1967), het radicale en ironische Winter Wind (1969), de eerste Jancsó-kleurenfilm The Confrontation (1969) met verwijzingen naar het studentenprotest in mei '68 en het visueel overdonderende Red Psalm (1972). Vandaag is de Hongaarse cinema nog altijd erg geënt op de geschiedenis en de traumatische autoritaire regimes die het land onder de knoet hielden. U herinnert zich misschien Oscarwinnaar Son of Saul (2015) van de toen debuterende László Nemes. De beklemmende Holocaust-film, met zijn subjectief camerawerk en dwingende visuele stijl, is exact wat Hongaarse cinema typeert: een straffe combinatie van onthutsende tragedies uit het verleden en een bewust doorgedreven formalisme. Een goed voorbeeld daarvan in de Hongaarse sectie van Film Fest Gent is Aurora Borealis: Eszaki Fény . In dat familie-epos, dat meerdere generaties overspant, haalt regisseur Márta Mészáros de massaverkrachtingen door de Russische bevrijders in 1945 uit de doofpot. Mészáros is inmiddels 86 jaar, maar houdt haar mysterieuze thriller prangend urgent. De vage, bijna etherische cinematografie maakt van deze kroniek over generatieconflicten en familiegeheimen een film die je moet gezien hebben. Net als Eternal Winter , de waargebeurde werkkampenromance van Attila Szász, is Satan's Bastard van Dezsö Zsigmond oorspronkelijk een voor televisie ingeblikte film gebaseerd op de gelijknamige roman. Dit grauwe portret van een vrouw die een zoon baart na een verkrachting overstijgt moeiteloos de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en is, meer dan een oorlogstragedie, een weinig hoopvolle inkijk in een moederschap dat al dan niet aanvaard is door de gemeenschap.In de focussectie zien we ook een oude bekende opduiken. Cineast Árpád Sopsits had al drie keer eerder een film op Film Fest Gent en zorgt opnieuw voor een atmosferische thriller met intense, nachtelijke scènes. In zijn Strangled wordt een dorpje in de jaren zestig geteisterd door een perverse seriemoordenaar. Bijkomend politiek element is dat de moordenaar enkele jaren voordien door een juridische blunder van de vrij communistische staat werd vrijgelaten. De titel verwijst niet alleen naar de mutilatie en dood van de slachtoffers, het is evenzeer een sneer naar de versmachtende politieke impact op het dagelijkse leven en op het moordonderzoek. Zoals het een Hongaarse film betaamt, is Strangled een bijwijlen intelligent gestileerde neo-noir. Toch is niet enkel het rijke 20ste eeuwse verleden voer voor Hongaarse verhalen. Twee voorbeelden van hoe het land ook in zijn huidige toestand interessante cinema oplevert, zijn The Whiskey Bandit en X - the eXploited van respectievelijk Nimród Antal en Károly Ujj Mészáros. Antal werd in 2003 een mini-cultster dankzij Kontroll (2003), een wilde rit door de metro van Boedapest, en maakte zelfs de oversteek naar het grote geld van Hollywood. Om het verhaal te vertellen van een bankovervaller met een geweten spreekt hij zijn talent voor snelle actie en het Oost-Europese sociale drama aan. The Whiskey Bandit is gebaseerd op een reële, problematische Robin Hood-figuur, die in de jaren 90 zelfs bloemen aanbood aan de bedienden van de banken die hij overviel. In deze film, een geslaagd huwelijk van hollywoodiaanse en Oost-Europese elementen, mag het vooruitgaan, en dat is in deze sectie niet slecht.Houdt u van chaos, creatief talent en vreemde humor, dan bekijkt u best eens Liza the Fox-Fairy (2015), het debuut van bovengenoemde Mészáros, waarna u lekker (en letterlijk) ondersteboven kan zijn van X - the eXploited. De regisseur plaatst een emotioneel instabiele politievrouw in een hedendaags Boedapest dat verscheurt lijkt door protesten en het schaduwrijke verleden. De film heeft alles in zich om een stijlvolle cultfilm te worden van de hand van een ambitieus cineast die meer en meer zijn creatieve visie vormgeeft.