'Dat zou mooi zijn', zegt Charlotte Rampling met een monkellachje als ik opmerk dat haar vertolking in Andrew Haighs prachtige 45 Years voor mijn part een Oscar mag krijgen. 'Kun je dat voor me regelen?' Moeilijk uit te maken hoe ernstig ze het meent. Als Rampling echt haar zinnen had gezet op zo'n beeldje, zou ze nooit - weken na dit interview - de hele hetze over de afwezigheid van zwarte Oscargenomineerden bestempeld hebben als 'antiblank racisme', zoals ze onlangs deed. Anderzijds voelde ze zich wel verplicht haar controversiële woorden achteraf te verduidelijken.
...

'Dat zou mooi zijn', zegt Charlotte Rampling met een monkellachje als ik opmerk dat haar vertolking in Andrew Haighs prachtige 45 Years voor mijn part een Oscar mag krijgen. 'Kun je dat voor me regelen?' Moeilijk uit te maken hoe ernstig ze het meent. Als Rampling echt haar zinnen had gezet op zo'n beeldje, zou ze nooit - weken na dit interview - de hele hetze over de afwezigheid van zwarte Oscargenomineerden bestempeld hebben als 'antiblank racisme', zoals ze onlangs deed. Anderzijds voelde ze zich wel verplicht haar controversiële woorden achteraf te verduidelijken. Hoe het ook zij, ergens typeert de hele kwestie Rampling, die altijd al koppig haar eigen weg gevolgd heeft. Het Oscarcircus staat in haar ogen trouwens ver van de cinema die ze haar hele carrière nagestreefd heeft. Ze liet zich occasioneel wel eens zien in Amerikaanse films (Stardust Memories van Woody Allen, The Verdict van Sidney Lumet, Spy Game van Tony Scott) en ze had een hoofdrol in het laatste seizoen van Dexter, maar voor de rest heeft ze zich ver van Hollywood gehouden. En dat gebrek aan appreciatie was wederzijds, zoals bleek toen The Verdict in 1982 Oscarnominaties kreeg in alle grote categorieën behalve beste vrouwelijke hoofdrol - Ramplings bijdrage. De actrice heeft er haar slaap niet om gelaten. Ze bouwde een benijdenswaardige loopbaan uit in de Europese arthousecinema, met controversiële klassiekers als The Damned van Luchino Visconti, The Night Porter van Liliana Cavani en Max mon amour van Nagisa Oshima. In de jaren 90 ging het wegens een reeks depressies even bergaf, tot François Ozon haar carrière begin deze eeuw nieuw leven inblies met Sous le sable en Swimming Pool. Sindsdien schittert Rampling als nooit tevoren, en 45 Years is een zoveelste parel aan haar kroon. In het intimistische relatiedrama van de Britse regisseur Andrew Haigh (Weekend) speelt ze een oudere vrouw, Kate, die haar 45e huwelijksverjaardag met de gezapige Geoff (Tom Courtenay) voorbereidt. Het koppel voelt zich prima bij elkaar, maar er komt een kink in de kabel wanneer Geoff een brief uit Zwitserland krijgt. Daar is het lijk gevonden van het meisje met wie hij vijftig jaar geleden verloofd was en dat tijdens een wandeling op een gletsjer verongelukte. Geoff is compleet van de kaart door het nieuws, en zijn reactie maakt ook bij Kate vreemde emoties los. 45 Years snijdt tot op het bot, omdat Haigh zijn acteurs met weinig woorden het verhaal laat vertellen, en zowel Rampling als Courtenay spelen op de top van hun kunnen. Dat had de jury op de Berlinale vorig jaar al gezien, waar beide acteurs in de prijzen vielen. En het is nu dus ook de Academy niet ontgaan: Rampling heeft haar eerste Oscarnominatie beet. CHARLOTTE RAMPLING: 45 Years is een film over gewone mensen, maar het is geen gewoon verhaal. Dat vond ik zo mooi toen ik het script las en ik merk aan de reacties op de film dat andere mensen die mening delen. 45 Years gaat over hoe we een gewoon leven leiden, tot het moment waarop iets buitengewoons gebeurt, iets wat je nooit had verwacht en wat je niet kunt bevatten. Wat moet Kate doen met de emoties die in haar opwellen? Het houdt geen steek dat ze jaloers is op een dode. Die overleden vrouw vormt geen bedreiging. Het is niet alsof ze ontdekt dat Geoff ergens een minnares en een stel kinderen heeft. Eigenlijk is er niks aan de hand. Maar voor Kate wordt het iets enorms dat ze niet kan afschudden. Dat vond ik fantastisch. Omdat je zelf ook zo zou reageren? RAMPLING: Dat zou me in elk geval niet verbazen. Ik kan het me levendig voorstellen. Mijn verbeelding is altijd een heel actief onderdeel van mijn persoon geweest. Ik kan moeiteloos in een modus glijden waar die verbeelding het commando overneemt. Met logica en redelijkheid heeft dat niets meer te maken. Kate en Geoff staan op het punt om hun 45e huwelijksverjaardag te vieren, en toch blijken ze elkaar niet echt te kennen. Geldt dat per definitie voor alle koppels, denk je? RAMPLING: Ik vermoed het. Mannen en vrouwen zijn nu eenmaal heel verschillende wezens. Mannen hebben een geheime kant die een vrouw nooit kan penetreren. Het omgekeerde is ook waar, hoor. RAMPLING: Daar twijfel ik niet aan. Maar mijn ervaring beperkt zich helaas tot de vrouwelijke zijde. (lacht) In dit geval merkt Kate dat Geoff helemaal in de ban raakt van die vrouw in het ijs, die liefde uit het verleden. En dat maakt haar doodsbang. Wanneer ze Geoff wil doen toegeven dat hij met die verloofde was getrouwd als ze niet gestorven was, begint Kate te twijfelen aan haar positie in hun relatie. Dat soort gedachten kan heel snel uit de hand lopen, hoe dwaas ze ook zijn. Was je voordien al bevriend met Tom Courtenay, je tegenspeler? Tenslotte moeten jullie de indruk geven dat jullie al een heel leven samen doorgebracht hebben. RAMPLING: Ik kende hem een beetje, niet goed. Ik wist uiteraard wel wie Tom is. Toen ik mijn eerste stappen als actrice zette, was hij een grote ster in Engeland, dankzij The Loneliness of the Long Distance Runner (1962) en Billy Liar (1963). Door de jaren heb ik hem waarschijnlijk ook wel eens goeiedag gezegd. Maar ik heb hem pas tien dagen voor het begin van 45 Years echt ontmoet. Hij, Andrew Haigh en ik hebben toen een middag uitgetrokken om het script door te nemen. Tijdens de opnames hebben we heel veel tijd met elkaar doorgebracht. We logeerden in belendende kamers, we gingen samen naar de set, we aten samen. (met een ondeugende blik) En nee, we zijn niet verder gegaan. (lacht) 45 Years is gedraaid in Norfolk, in het oosten van Engeland. Het is een regio die je niet zo vaak te zien krijgt op televisie of in de bioscoop. Hoe goed kende je de streek? RAMPLING: Heel goed: ik heb er als kind gewoond. Dat was in Swaffham, niet ver van Norwich. Mijn vader was kolonel in het leger en hij heeft het gezin een tijdje meegenomen naar Norfolk. Het was dus alsof ik rondliep in mijn jeugdherinneringen, wat een heel dankbare inspiratiebron is voor acteurs. Voor mij was 45 Years sowieso een soort thuiskomst. Ik had al een paar jaar niet meer in Engeland gewerkt en het deed deugd. En Norfolk is natuurlijk ook gewoon een prachtige streek. Ik begrijp niet waarom filmmakers er niet vaker draaien. Het valt op hoe zelfverzekerd Andrew Haigh de tijd neemt om het verhaal te vertellen. Hij laat de film zich ontvouwen op een heel natuurlijk ritme. Dat moet een godsgeschenk zijn voor een acteur. RAMPLING: Het gebeurt inderdaad niet vaak dat een regisseur je zoveel tijd en ruimte gunt. Gewoon de camera laten draaien en het spel van de acteurs vastleggen. Ingmar Bergman deed dat ook, maar vandaag zie je dat nauwelijks nog. We hebben drie maanden lang zowat in dat huis geleefd. We hebben de eigenaars buitengesjot en de boel ingenomen. Daar hebben we allerlei scènes uitgeprobeerd. Andrew heeft trouwens enorm veel gedraaid wat niet in de film zit. En we zochten voortdurend manieren om dingen te zeggen zonder woorden. Heb je je inspiratie gezocht in bepaalde boeken of films? RAMPLING: O ja, vooral Italiaanse films uit de jaren 60 en 70: Rossellini, Pasolini, Visconti... 45 Years deed me denken aan mijn ervaringen uit die tijd. Ik weet nog goed hoezeer ik onder de indruk was van Visconti toen ik op de set van The Damned stond. Ik moet er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik niet wist wie hij was. Ik was nog zo groen, amper 22. (lachje) Maar het klikte geweldig met die man. Ik ben halsoverkop verliefd geworden op die buitengewone persoon. Ik weet nog dat ik dacht: 'Als cinema zo kan zijn, dan wil ik nooit meer iets anders.' Die ervaring heeft me de weg getoond. 45 Years is ook een verhaal over tijd, ouder worden en de impact op je lichaam en je geest. Ben jij daar als bijna 70-jarige veel mee bezig? RAMPLING: Ik voel me nog even dynamisch als toen ik twintig was. Mijn lichaam, mijn huid en mijn gezicht zien er weliswaar anders uit, maar al de rest is nog even kwiek. Dat is wat telt als je ouder wordt. Ik vind het prachtig dat we het daarover kunnen hebben in 45 Years, dat we jongere mensen kunnen tonen dat je op oudere leeftijd ook gepassioneerd bent en van het leven geniet. Ik heb nochtans de indruk dat ouder worden voor veel mensen vooral betekent dat het einde nadert. RAMPLING: Dat is zo jammer. Ik vind het heerlijk om ouder te zijn omdat ik met veel meer zelfvertrouwen door het leven stap. Ik weet hoe ik bepaalde fouten kan vermijden, waar de valkuilen liggen. In tegenstelling tot vroeger hoef ik niet langer alles uit te proberen. Dat is een enorm voordeel en in wezen is het ook het enige verschil met jong zijn. Al de rest is hetzelfde, op voorwaarde dat je dat wilt. Veel mensen worden inderdaad gewoon oud, maar enkel omdat ze dat denken. Louter omdat ze de 60 voorbij zijn, geven ze op. Tom Courtenay had dat ook. Ik heb er hem de hele tijd mee geplaagd. (lacht) Ik weet niet of hij beter is geworden, maar ik hoop van wel. Ouder worden is een manier van denken, niet meer dan dat. Dat klinkt geweldig, maar heb je je echt zo gemakkelijk kunnen verzoenen met je veranderende uiterlijk? RAMPLING: Het is altijd even wennen. Er komt een moment waarop je niet langer kunt ontkennen dat je gezicht verandert, en dat maakt je bang. De reactie is dan vaak om daar iets aan te doen, eventueel met plastische chirurgie. Alleen weet niemand dan nog hoe oud je bent en dát is problematisch. Je moet leren leven met je uiterlijk naarmate je ouder wordt. Je moet die verandering doormaken - en die duurt vrij lang, misschien tien jaar - en dan merk je dat je een ouder gezicht gekregen hebt dat even mooi is. Amerikaanse actrices boven een bepaalde leeftijd klagen vaak dat ze nog weinig deftig werk vinden. Behandelt de Europese cinema vrouwen met meer respect? RAMPLING: Absoluut. In Amerika moet iedereen er in de eerste plaats mooi uitzien. In Europa wordt er meer aandacht geschonken aan andere kwaliteiten, zoals karakter, stijl, verhaal en psychologische ontwikkeling. Hier vind je tenminste personages die meer op echte mensen lijken dan op archetypes. Daarom voel ik me veel meer thuis in Europa. Dit is mijn wereld. Jij hebt geen moeite om sterke vrouwenrollen te vinden. Wat is je geheim? RAMPLING: Weet je, ik krijg het op mijn heupen van heel dat gedoe over sterke vrouwen. Alsof het nog altijd zo'n uitzondering is dat vrouwen een sterke positie innemen in onze samenleving. Er zijn veel vrouwen die echte macht hebben. De ongelijkheid van vroeger is fel verminderd. Waarom moeten vrouwen dan jammeren? Voor alle duidelijkheid: ik heb het over onze westerse maatschappij, niet over vrouwen in landen die minder geprivilegieerd zijn. Hier bij ons hebben vrouwen niets om over te klagen. Heel de discussie over sterke vrouwenrollen is overbodig. Meer nog, ze is ongepast. Ik vond het verrassend om je te zien opduiken in Dexter. Je hebt je altijd afzijdig gehouden van de Amerikaanse film- en tv-industrie. RAMPLING: Het is niet gemakkelijk om daar aan de bak te komen. Ik ben geen Amerikaanse en voel me niet geroepen om mezelf daar te verkopen. Dexter was voor mij een manier om mezelf te verzoenen met Hollywood en LA. Ik heb heel snel ja gezegd toen ik het voorstel kreeg en ik heb er geen moment spijt van gehad. Het gaf me ook zin om meer televisie te doen. Vandaar mijn optredens in Broadchurch en London Spy. Televisie geeft je de kans om een personage dieper uit te graven. En je hebt veel vrije tijd. Hoe komt het eigenlijk dat je altijd zo'n haat-liefdeverhouding gehad hebt met Amerika? Je hebt er nochtans gewerkt met mensen als Sidney Lumet en Woody Allen. RAMPLING: Toen ik jong was, had ik echt een afkeer van Hollywood. Ik vond alles wat er geproduceerd werd rommel. Ik heb jarenlang met die verbitterde houding rondgelopen, gebaseerd op enkele slechte ervaringen. Toen ik in Hollywood rondliep - eind jaren 60, begin jaren 70 - hing er een heel onaangename sfeer, de erfenis van de Manson-moorden en Altamont (het Stones-concert in 1969 waar enkele doden vielen, nvdr.). Ik dacht 'Fuck you, Amerika. Jullie zijn afgrijselijk. Ik wil er nooit meer werken.' Ach, ik was 23, had met Visconti gewerkt en dacht dat ik de wijsheid in pacht had. Heel kinderachtig, eigenlijk. Ruben Nollet