Meer dan enkele subtiele armbewegingen heeft dirigent Dirk Brossé niet nodig om het Brussels Philharmonic voor de eerste keer aan te vuren. De muzikanten openen de avond zoals steeds met de World Soundtrack Awards Fanfare de opzwepende openingstune die door de legendarische Elmer Bernstein (The Magnificent Seven, To Kill a Mockingbird, The Great Escape en ga zo maar door) geschreven werd bij de oprichting van de World Soundtrack Academy.

'Na dit zo lang te doen, mag ik dit een familiebijeenkomst noemen met de beste dj ter wereld', besluit gastheer Thomas Vanderveken zijn tweetalige inleiding, en wij geven hem geen ongelijk. Misschien een rare vergelijking, want Brossé en zijn manschappen doen niet aan ordinaire fuifnummers, zeker niet met een gelauwerde centrale gast als Carter Burwell. Burwell heeft bij het brede publiek misschien niet de weerklank als een John Williams of Ennio Morricone, toch hoort hij stilaan in het rijtje thuis. Voor alle films van de Coen-broers, op Inside Llewyn Davis na, maakte hij stijlrijke, diverse en opvallende scores. Een componist als Burwell bewijst dat film en muziek yin en yang zijn. Onlosmakelijk verbonden en tot elkaar veroordeeld.

Toch houdt hij van een passende contradictie. 'Miller's Crossing was een zeer gewelddadige film en dat wou ik niet nog eens versterken. Dus koos ik voor een sentimentele score', aldus Burwell die zelf even op het podium verschijnt om Dirk Brossé af te lossen voor de ouverture van Anomalisa, een van zijn minder gekende soundtracks, geschreven voor de animatiefilm van Charlie Kaufman.

Het wiegelied van Twilight

Wij zouden onze portefeuille met veel plezier tot op de laatste cent hebben geleegd om Kendrick Lamar en Carter Burwell op een en hetzelfde podium te hebben zien staan.

Tijdens de live-uitvoering (een primeur voor de muziek van de tweevoudige Oscargenomineerde) valt op hoeveel verschillende accenten hij kan leggen. De sfeervolle en sombere tonen van Miller's Crossing, het warme en gevoelige van True Grit, de melancholische opening van Mildred Pierce en de dramatische en klassieke stukken in Hail, Caesar! Zelfs het bloedmooie, sentimentele wiegelied van Twilight past in dat rijtje.

De prijzenparade loopt mooi tussen de muzikale bedrijven door, maar de prijs voor beste originele filmsong zorgt meteen voor een dubbel gevoel. Kendrick Lamar kaapt die weg voor zijn Black Panther, zijn song voor de gelijknamige film. Echter, tot niemands verbazing kan hij er die avond niet bij zijn. Al zouden wij onze portefeuille met veel plezier tot op de laatste cent hebben geleegd om Kendrick Lamar en Carter Burwell op hetzelfde podium te hebben zien staan.

Halfweg de ceremonie gaan we rechtstaan voor de ontdekking van het jaar, Tamar-kali. Haar debuutscore voor het op Netflix verschenen Mudbound is een natuurkracht. Ze is een van de weinige Afro-Amerikaanse filmcomponisten die aan de slag is en zichtbaarheid krijgt. Ze ontvangt de award uit de handen van Nicholas Britell, die vorig jaar de prijs won met zijn compositie voor Moonlight. Na twee verdomd straffe nummers uit Moonlight wordt het Gentse publiek verrast met een sneak peek uit de score van If Beale Street Could Talk, de nieuwe samenwerking tussen Britell en regisseur Barry Jenkins, die ook zelf aanwezig blijkt te zijn. Britell sluit zich aan bij Burwell: 'Voor elke film moet je een unieke sound vinden.'

Postume prijs

Nog uniek: de publieksprijs kreeg een verrassende winnaar. Geen bekende publiekslieveling à la John Williams of Alexandre Desplat, wel Laurent Eyquem met zijn score voor Mark Pellingtons dromerige en sensitieve mozaïekfilm Nostalgia. Wat is het jammer dat we een jaar moeten wachten op de live-versie van de muziek.

Ook al brengt de muziek ons de hele avond lang in vervoering en rolt er meer dan eens een traan (vooral dan bij de uitvoering van Opening uit Todd Haynes' pareltje Carol), het emotionele summum van de avond is toch de bekendmaking van de hoofdprijs, Best Film Composer of the Year. De IJslander Jóhann Jóhannsson, die eerder dit jaar onverwacht overleed, wint de prijs postuum. Hij laat raadselachtige, donkere en hypnotische filmscores na met als hoogtepunten zijn werk voor Denis Villeneuve-films Prisoners, Sicario en Arrival.

Collega en leerlinge Hildur Guðnadóttir snakt naar woorden tijdens haar ontvangstspeech en vertelt hoe eervol het is om haar mentor (ze componeerden samen Jóhannssons laatste score, voor Mary Magdalene) te zien voortleven in zijn muziek. We hopen alvast dat het gemeende applaus van de zaal de betreurde componist ergens kan bereiken.

'Franse cinema is de beste ter wereld... Zelfs al voor ik er was.'

Philippe Sarde, filmcomponist

Het in de bloemetjes zetten van de legendarische componist Philippe Sarde, geen onbekende voor jazzliefhebbers en de coryfeeën van de Franse cinema, is een welgekomen slotakkoord. Al gaat Sarde toch even de mist in wanneer hij in zijn dankbetuiging herhaaldelijk aangeeft dat hij blij is 'wel in leven te zijn bij het in ontvangst nemen van de award'.

Tact mag hem dan vreemd zijn, de Fransman houdt de humor er wel in, zij het op een sarcastische, bijna megalomane manier. 'Wat ik heb gedaan, heeft niemand ooit gedaan', deelt hij mee, of nog: 'Franse cinema is de beste ter wereld... Zelfs al voor ik er was'. Ach, wie naar zijn rijke carrière kijkt, die vijf decennia overspant, vergeeft het de man snel. Voor zo'n lange loopbaan moet je volgens Sarde trouwens 'goed gek' zijn.

Dirk Brossé vraagt zijn orkest nog één keer om het beste van zichzelf geven voor de muziek van Sarde, die in zijn leven samenwerkte met onder meer Roman Polanski, Robert Bressson en Bertrand Tavernier. Van de memorabele score van Barocco over de mix van dreigende en speelse violen in de suite van Tess, langs de ronduit epische, zelfs bombastische, compositie van La Guerre de Feu tot de unieke hoge tonen van de glasharmonica in Le Locataire: Brossé en zijn manschappen bewijzen Sarde een dienst. Zijn muziek is gemaakt om live uit te voeren. Net als die van Carter Burwell. Once more the magic spell from Carter Burwell. Please.

Lees hier ons overzicht van de winnaars.