Lees ook: Hoe de Coen Brothers 'fucking nihilists' geworden zijn
...

'Life is a tale told by an idiot, full of sound and fury signifying nothing', orakelde Shakespeare al in Macbeth. De broertjes Joel en Ethan Coen, meesters van de existentiële ironie, namen de woorden van de Britse bard altijd al ter harte, en in hun nieuwste film, Hail, Caesar!, een mix van screwballkomedie, Hollywoodhommage en noirparodie, is dat niet anders. De idioot die het nietsbetekenende verhaal mag vertellen, of tenminste mag ondergaan, is een zekere Eddie Mannix (Josh Brolin). Die werkt anno jaren vijftig voor een grote filmstudio en moet beroepshalve de willen en grillen managen van alle paradijsvogels die er rondfladderen, wat de gehaaide 'fixer' ook aardig lukt. Tenminste: tot plots steracteur Baird Whitlock (George Clooney) tijdens de opnames van een groots Romeins epos wordt ontvoerd en een mysterieus genootschap dat zich The Future noemt een flinke som losgeld voor hem vraagt. Zal Eddie erin slagen om Whitlock op te sporen vooraleer de boulevardpers lucht krijgt van zijn verdwijning? En zal hij ondertussen alle andere brandjes met bazige producenten, houterige tweederangsacteurs, communistische scenaristen en promiscue starlets kunnen blussen?Conform de Coen-canon doen de antwoorden er weinig toe en net als in pakweg The Big Lebowski (1998) is de ontvoeringszaak vooral een MacGuffin die de Coens toelaat om een caleidoscoop aan kleurrijke karikaturen te serveren. Zoals steeds weet je daarbij nooit goed of de Coens nu hommage brengen aan het gouden studiotijdperk van weleer, of het net nekhoog in de zeik zetten. Wel zeker is dat - terwijl de plot meer zijwegen inslaat dan Preston Sturges' heerlijke Hollywoodsatire Sullivan's Travels (1941), die duidelijk model stond - ongeveer alle populaire filmgenres van toen de retrorevue passeren. Een musical met Channing Tatum in matrozenpakje die zo closet gay is dat Rock Hudson er hitsig zou van worden? Check! Een Esther Williams-achtig waterballet met ScarJo als ongewenst zwangere nimf? Check! Een gesofisticeerd prestige­drama met een cowboyster die beter met lasso's dan met woorden overweg kan? Check! En dan is er natuurlijk nog de peplum Hail, Caesar! A Tale of The Christ, waarin je de uitvergrote contouren van Ben-Hur (1959) ontwaart, met Clooney als linkse Charlton Heston. Wie zijn klassiekers kent en graag in de coulissen van het vergeelde Hollywood rondhangt, heeft aan Hail, Caesar! een smakelijke kluif vol inside- en andere jokes, maar desondanks kun je het lichtvoetige, veeleer caloriearme resultaat bezwaarlijk een topper in de Coen-cataloog noemen. De ene knipoog is al geïnspireerder dan de andere, de coeneske dialogen klonken wel eens scherper en huiscameraman Roger Deakins heeft beslist al fraaier werk geleverd. Bovendien mist Hail, Caesar! de weerhaakjes van hun vorige trip down Hollywood memory lane: het sardonische Barton Fink (1991). Daarin werd het Tinseltown van de jaren vijftig letterlijk in de fik gezet, en met meer zin voor stijl en detail gefileerd als een naar sulfer geurend Babylon, een koortsdroomfabriek waar een paar carrières worden gemaakt en nog meer gekraakt, en waar zieltjes voor een handvol dollars worden verpatst in de eeuwige queeste naar vergankelijke roem. Hail, Caesar! is een nietsbetekenend maar best amusant verhaal, verteld door best geestige idioten.