Wie Jacques Audiard zegt, denkt meteen aan Un prophéte (2009), De rouille et d'os (2012), Dheepan (2015) en The Sisters Brothers (2018), stuk voor stuk gespierde films die de genregrenzen doorbreken en aangedreven worden door een flinke dosis testosteron. Alleen heeft de americanofiele Franse filmauteur ook altijd al een gevoelige, romantische kant gehad en zich een openhartige troubadour van de luimige liefde betoond. Ook in zijn nieuwste film, een drieluik geschoten in lumineus zwart-wit, wordt geflirt en gevreeën dat het een lieve lust is, en dat door enkele prille dertigers uit het dertiende arrondissement van Parijs, de hoogbouwwijk Les Olympia...

Wie Jacques Audiard zegt, denkt meteen aan Un prophéte (2009), De rouille et d'os (2012), Dheepan (2015) en The Sisters Brothers (2018), stuk voor stuk gespierde films die de genregrenzen doorbreken en aangedreven worden door een flinke dosis testosteron. Alleen heeft de americanofiele Franse filmauteur ook altijd al een gevoelige, romantische kant gehad en zich een openhartige troubadour van de luimige liefde betoond. Ook in zijn nieuwste film, een drieluik geschoten in lumineus zwart-wit, wordt geflirt en gevreeën dat het een lieve lust is, en dat door enkele prille dertigers uit het dertiende arrondissement van Parijs, de hoogbouwwijk Les Olympiades die met haar koele, onpersoonlijke architectuur mijlenver verwijderd lijkt van le gai Paris. Audiard baseerde zich op de Optic Nerve-strips van de New Yorkse graphic novelist Adrian Tomine, die hij met de hulp van Léa Mysius (Ava) en Céline Sciamma (Portrait de la jeune fille en feu) - beiden bejubeld om hun rake jongerenportretten - transponeerde naar het multiculturele stadskwartier in kwestie, waar veel millennials wonen die zich geen flat in het centrum kunnen permitteren. Nochtans hebben ze vaak wel de juiste diploma's. Alleen vinden ze niet het juiste lief, de juiste job of de juiste drive om hun volwassen leven echt te kickstarten. Zoals Emilie (Lucie Zhang), een Française met Taiwanese roots die haar werk in een callcenter hartsgrondig haat. Of Camille (Makita Samba), de zwarte leraar die haar flatgenoot en interim-minnaar wordt, maar net als Emilie niet goed weet of het nu liefde, lust of het onvermogen om zich te engageren is die hen bindt. In het tweede luik lopen we Nora (Noémie Merlant) tegen het lijf, die na een paar jaar oponthoud haar universitaire studies wil verderzetten, tot ze per abuis voor een populaire pornoster aangezien wordt, met alle hitsige reacties en bijbehorende complicaties van dien. In het derde deel ten slotte worden beide verhalen ingenieus door elkaar geweven, maar zoals zoveel vignettenfilms wil ook Audiards vranke en empathische inkijk in het liefdesleven van jonge Parijzenaars nooit écht tot een coherent geheel samenklitten en blijft het allemaal veeleer vrijblijvend, conform de losse manier waarop de naar zichzelf en elkaar zoekende protagonisten in het leven staan. Diep graaft het dus niet, en de amoureuze avonturen van Emilie, Camille, Nora en co. glijden voorbij alsof je achteloos door een graphic novel bladert terwijl je je Instagram checkt. Maar entertainend, charmant en oogstrelend is het zeker, en niet alleen vanwege de kokette cast (met verder ook nog zangeres Jehnny Beth) en sexy stoeiscènes die er tegenaan gegooid worden. De jonge cinematograaf Paul Guilhaume, die zijn talent al showde als cameraman van Sébastien Lifshitz' jeugdige documentaires Adolescentes en Petite fille, weet alles in een korrelig en stijlvol zwart-witjasje te gieten, desnoods ook de prefabflats van Les Olympiades, daar waar dertigers dromen en dolen in afwachting van anders en beter. Een kleine maar fijne datemovie voor cinefielen die, ondanks zijn look en setting en dankzij zijn sensuele sfeertje, veel dichter aanleunt bij Manhattan dan bij de broeierige banlieues van La haine.