Er was eens... een afgelegen, bucolisch dorpje genaamd Inviolata, waar alles nog wordt ingedeeld volgens de klassen en seizoenen. Je vindt er volkse mensen die het land bewerken, tabak kweken en beesten houden, zoals de simpele, goedhartige boerenknul Lazzaro. In een villa woont de markiezin die er sinds jaar en dag de plak zwaait, samen met haar tienerzoon Tancredi. Het is alsof de tijd in Inviolata heeft stilgestaan en vragen over de feodale manier van leven worden niet gesteld. Tenminste, tot Tancredi de boerenbuiten beu is...

Er was eens... een afgelegen, bucolisch dorpje genaamd Inviolata, waar alles nog wordt ingedeeld volgens de klassen en seizoenen. Je vindt er volkse mensen die het land bewerken, tabak kweken en beesten houden, zoals de simpele, goedhartige boerenknul Lazzaro. In een villa woont de markiezin die er sinds jaar en dag de plak zwaait, samen met haar tienerzoon Tancredi. Het is alsof de tijd in Inviolata heeft stilgestaan en vragen over de feodale manier van leven worden niet gesteld. Tenminste, tot Tancredi de boerenbuiten beu is en hij Lazzaro vraagt om zijn ontvoering mee in scène te zetten, waarop voor die laatste een nieuwe wereld opengaat. In meerdere betekenissen. Op Google Maps is het tevergeefs speuren naar het toepasselijk genaamde Inviolata, want Alice Rohrwacher neemt je in deze in Cannes met de scenarioprijs bekroonde fabel mee naar een magisch-realistische plek, naar een gedroomd Italië van toen en nu. Het is alsof haar derde film zich ophoudt tussen de verhalen van Luigi Pirandello, de films van de broers Taviani en M. Night Shyamalans The Village. Al is haar film wel gevat in een organische, ambachtelijke stijl waarin ze haar fetisjen voor het plattelandsleven, 16-millimeterfilm en de botsing tussen folklore en naturalisme nog verder doordrijft dan in Le meraviglie (2015), haar vorige, ook al in Cannes bekroonde portret van een familie bijenkwekers. Cannes-directeur Thierry Frémaux noemt Rohrwachers films daarom 'biocinema', fabels waar het aardse leven van afspat en waar een groot, genereus hart onder klopt. In elk frame voel je de hunkering naar zuiverheid, onthaasting en fantasie. Al maakt dat van dit moderne sprookje, waarvoor Rohrwacher zich baseerde op een waargebeurd incident, nog geen naïeve, nostalgiedronken rêverie. Onder de avontuurlijke, tactiel gefilmde deklaag schuilt subtiele kritiek op het holle materialisme van nu en op uitbuiting door de eeuwen heen, maar dan zonder moraliserend vingertje en met enkele hoogst verrassende wisselingen in toon, locatie en plot. Die ondergaat de 'gelukzalige Lazzaro' stuk voor stuk met beate onbewogenheid, waardoor hij tot op het einde een mysterie blijft. Is hij een spook uit vergeelde tijden? Een engel, een slachtoffer of een metafoor voor het pastorale Europa? Eén ding is zeker: hij fascineert en charmeert, net als de rest van Rohrwachers uiterst originele film.