'Voor Amerikanen zijn westerns verhalen over hun roots, hun mythologie', zei Jacques Audiard onlangs nog in Knack Focus over zijn eerste Engelstalige film The Sisters Brothers. 'Voor mij zijn het films over mannen met paarden, hoeden en pistolen. Die outsiderspositie gaf me de vrijheid om meer op de personages en de dialogen te letten dan op de landschappen. Bij mij zijn de personages de landschappen.'
...

'Voor Amerikanen zijn westerns verhalen over hun roots, hun mythologie', zei Jacques Audiard onlangs nog in Knack Focus over zijn eerste Engelstalige film The Sisters Brothers. 'Voor mij zijn het films over mannen met paarden, hoeden en pistolen. Die outsiderspositie gaf me de vrijheid om meer op de personages en de dialogen te letten dan op de landschappen. Bij mij zijn de personages de landschappen.' Net als in Un prophète (2009), De rouille et d'os (2012) en Gouden Palm-winnaar Dheepan (2015) haalt Audiard het maximum uit een bedrieglijk simpele premisse en dringt hij door tot de diepere emotionele kern van de figuren die zijn gepimpte genrefilms bevolken. In dit geval zijn dat in de eerste plaats: de broers-huurmoordenaars Eli (John C. Reilly) en Charlie (Joaquin Phoenix) Sisters, die in opdracht van een louche entrepreneur twee gehaaide goudzoekers (Jake Gyllenhaal en Riz Ahmed) moeten klissen. Onderweg vloeien het zweet, het bloed en de whiskey rijkelijk, zoals dat hoort in een zichzelf respecterende, in machismo gedrenkte western. Maar tussen de shoot-outs en saloonbezoeken trakteert Audiard, die zich samen met huisscenarist Thomas Bidegain baseerde op de gelijknamige bestseller van de Canadees Patrick deWitt, ook op introspectie, twijfel, humor en zelfs verrassend tedere broederliefde. Geen wonder dus dat The Sisters Brothers, met zijn complexe karakterschetsen en ambigue wereldbeeld, eerder tegen de revisionistische westerns van de seventies (denk aan The Missouri Breaks, Little Big Man) dan tegen het werk van pakweg John Wayne aanschurkt, al is de enige expliciete knipoog die Audiard zich permitteert er nota bene een in de richting van John Fords The Searchers, misschien wel Waynes meest iconische western. Gingen de personages daarin via een queeste op de prairie op zoek naar zichzelf en hun plek in een snel veranderende wereld, dan doen ze dat in dit postmoderne geval namelijk ook. Alleen slaat Audiard bij momenten verrassender wegen in dan Ford indertijd, met revolverhelden die hun dromen, vadercomplexen en zelfs hun persoonlijke hygiëne bediscussiëren. Of zoals de Franse genremaestro zelf met de nodige ironie aangaf: 'Dit is een western voor mensen die niet echt van westerns houden, zoals ik.' Af en toe voel je dat de reis van The Sisters Brothers belangrijker is dan de bestemming, en de climax laat je enigszins op je honger zitten. Dat neemt echter niet weg dat Audiard op een bevlogen manier met humor, tragiek, avontuur en suspense jongleert, en daarbij kan bogen op een excellente cast en dito camerawerk van onze onvolprezen landgenoot Benoît Debie. Welkom in het Wilde, maar ook warme en geestige Westen.