In de voorbije kwarteeuw nam Audiard de meest verschillende genres en archetypes onder handen, en of het nu ging om een gevangenisfilm ( Un prophète, 2009), een outsiderromance ( De rouille et d'os, 2012) of een vluchtelingendrama ( Dheepan, 2015), telkens slaagde hij erin tot de kern van zijn ambigue personages door te dringen en verder te reiken dan de pitch deed vermoeden.
...

In de voorbije kwarteeuw nam Audiard de meest verschillende genres en archetypes onder handen, en of het nu ging om een gevangenisfilm ( Un prophète, 2009), een outsiderromance ( De rouille et d'os, 2012) of een vluchtelingendrama ( Dheepan, 2015), telkens slaagde hij erin tot de kern van zijn ambigue personages door te dringen en verder te reiken dan de pitch deed vermoeden. In The Sisters Brothers waagt hij zich nu aan de western, maar verwacht dus geen stereotiepe prairieprent. De Franse maestro neemt u mee in het spoor van de broers Eli (John C. Reilly) en Charlie Sisters (Joaquin Phoenix), die jacht maken op twee goudzoekers (Jake Gyllenhaal en Riz Ahmed). Maar hoewel het bloed, het zweet en de whiskey onderweg rijkelijk vloeien, is het resultaat een soms ook verrassend tedere en grappige bromance die met scherp schiet op cowboyclichés. Audiard baseerde zich op de gelijknamige roman van Patrick deWitt, die hij met zijn coscenarist Thomas Bidegain naar zijn hand zette. Dat deed hij op vraag van John C. Reilly en diens vrouw, producente Alison Dickey, die de rechten op de bestseller kochten. 'Voor Amerikaanse regisseurs zijn westerns verhalen over hun roots, hun mythologie', aldus Audiard. 'Voor mij zijn het films over mannen met hoeden, revolvers en paarden. Die outsiderspositie gaf me de vrijheid om meer op de personages en de dialogen te letten dan op de landschappen.'Wilde je iets toevoegen aan de westerncanon? Jacques Audiard: We volgden gewoon het verhaal, en dat roept vragen op die traditionele westerns zelden beantwoorden. Vaak hebben westernpersonages geen geweten, trauma's of onderbewustzijn. Ze moeten ook nooit plassen of hun tanden poetsen. Onze outlaws wel. Waren de klassieke westerns dan geen inspiratiebron? Zo zit er in je film een knipoog naar The Searchers. Audiard: (knikt) Dat shot in de deuropening, Dat beeld kent iedereen. Ik vond het geestig om dat om te draaien. In The Searchers (1956) staat John Wayne in die deur om te vertrekken, nieuwe oorden te verkennen. Ook thematisch: het is een van de eerste westerns die aandacht hadden voor de psyche van de personages. In mijn film komen de broers terug thuis, keren ze als het ware terug naar de canon. Het is het enige metafilmische grapje dat ik me gepermitteerd heb. Mijn grootste inspiratiebron was trouwens geen western, maar The Night of the Hunter (1955), een donker noirsprookje. Je hebt deWitts boek danig naar je hand gezet. Zo worden de broers en de goudzoekers bij jou niet door indianen beroofd. Audiard: Je kunt native Americans in het hedendaagse klimaat niet zomaar meer afbeelden als slechteriken. Niet zonder hun motivaties te vermelden, of ook van hen complexe personages te maken. Daar ging het verhaal niet over, en we hadden er de tijd niet voor, dus hebben we de indianen met rust gelaten. De goudzoekers fungeerden in het boek ook meer als comic relief, maar dat werkte niet. Je zou kunnen vermoeden dat die... Audiard: (vult zelf aan) Homoseksuele gevoelens koesteren voor elkaar? Zeker. Ook dat maakt hen interessant. Het zijn goed opgeleide, gemanierde heren in een ruw en eenzaam milieu. Het Wilde Westen was een mix van allerlei klassen, standen, religies en rassen. Was het een droom om, na al je successen in Frankrijk, ook eens een Amerikaanse film te maken? Audiard: Niet per se. Ik wilde wel graag eens met Amerikaanse acteurs werken. Plus: ik zag meteen het filmisch potentieel van het materiaal. Er zit een naïviteit in de roman die constant onderuit gehaald wordt. Eli en Charlie zijn kinderen in een mannenlijf en een machowereld. Vandaar dat het geweld iets sprookjesachtigs heeft. Het is niet de bedoeling realistisch te zijn. In feite is het een western voor mensen die niet echt van westerns houden. Zoals ik. (lacht)Hoe bedoel je? Audiard: Ik vind de meeste, klassieke westerns te zwart-wit, te macho. Ik hou vooral van de westerns uit de jaren 70: The Missouri Breaks, Little Big Man, Jeremiah Johnson... Die boden een genuanceerder levensvisie. Ze informeerden me als jonge cinefiel ook over de wereld, én over vrouwen. Van John Wayne heb ik maar weinig over vrouwen geleerd. (lacht)