Heel af en toe komt een film de bioscoop binnengewaaid die je van het eerste, intens cinematografische shot bij je nekvel grijpt, om je pas na honderdtwintig spookachtig mooie minuten vol passie, pijn en poëzie los te laten. If Beale Street Could Talk, de eerste film van Barry Jenkins sinds zijn met een Oscar bekroonde Moonlight (2016) en gebaseerd op de gelijknamige roman van schrijver, activist en sensualist James Baldwin (1924-1997), is zo'n bedwelmende droom van een film.

Centraal in Jenkins' nieuwste staan Tish (KiKi Layne) en haar artistiek aangelegde jeugdvriend Fonny (Stephan James), twee jonge mensen uit Harlem, New York die anno 1974 verliefd worden op elkaar, tot Fonny valselijk van verkrachting wordt beschuldigd, met alle blues van dien. Naast een hartverscheurend liefdesverhaal is If Beale Street Could Talk ook een liefdesverklaring aan de cinema, met dat diep gesatureerde kleurenpalet, die wulpse mise-en-scène, die smachtende soundtrack en die indringende close-ups waarbij Tish en Fonny de camera en bij uitbreiding de kijker af en toe frontaal aankijken, alsof het Afro-Amerikaanse ecce homo-tableaus betreft.

Schrijver James Baldwin zou het ook onbegrijpelijk vinden dat de Academy deze prachtprent niet eens een nominatie voor beste film waardig achtte.

Net als Moonlight (het drieledige portret van een jonge, zwarte homo uit da hoods van Miami) baadt alles, ondanks de sociaal-realistische context, in een spiritueel sfeertje. Al gaat Jenkins dit keer nog een stap verder, met nog meer visuele bravoure. Het is alsof hij een esthetische balsem wil leggen om zijn beproefde personages, en hij en cameraman James Laxton onrecht en uitsluiting te lijf gaan met pure schoonheid en empathie, zoals ook James Baldwin in zijn zinnenprikkelende, nochtans heel erg etnisch, seksueel en klassebewuste proza weigerde te verzuipen in gepreek of miserabilisme. Uit dissidentie. Uit fierheid. Uit zelfrespect.

'Elke zwarte Amerikaan is geboren in Beale Street', schreef Baldwin, verwijzend naar de mythische plek in Memphis waaraan de jazz en de blues zijn ontsproten. 'Beale Street is onze erfenis.' Ook in Jenkins' loyale lezing is het een metaforische plaats van tragiek en triomf, de wieg van de zwarte ziel en waardigheid. Om dat te onderlijnen wordt het verhaal van Tish en Fonny - hoe specifiek, raak geschetst en aangrijpend ook - niet strikt lineair maar via subtiele sprongen in de tijd verteld, waarbij Jenkins, die duidelijk meer inspiratie bij Claire Denis en Wong Kar-Wai haalde dan bij de Black Panthers van deze wereld, zich zo elegant als een balletdanser toont.

Dat betekent niet dat alles werkt. De scènes met Tish' en Fonny's vriendelijke, Joodse huisbaas zijn iets te demonstratief en heel af en toe dreigt deze Black Love Matters-film zijn dramatische epicentrum uit het oog te verliezen. Maar gelukkig nooit voor lang, en nooit zonder je visueel te prikkelen of emotioneel te raken, als kleine craquelures in een prachtig gepenseeld en gecomponeerd schilderij.

Als James Baldwin nog kon praten, dan zou hij dit niet alleen een wondermooie, diepromantische adaptatie van zijn roman noemen. Hij zou het ook onbegrijpelijk vinden dat de Academy deze prachtprent niet eens een nominatie voor beste film waardig achtte. Verzet u tegen dat onrecht en geef u over aan deze elegische ballade over alle Beale Streets van Amerika én daarbuiten.

If Beale Street Could Talk

Barry Jenkins met Stephan James, Regina King, KiKi Layne