Het is dit jaar nog moeilijker dan anders om de Academy Awards serieus te nemen. If Beale Street Could Talk is niet genomineerd voor de Oscar voor beste film terwijl die meer sterren verdient dan Green Book, BlacKkKlansman, Vice, A Star Is Born en Bohemian Rhapsody, die allemaal wel mogen hopen op die hoge onderscheiding. De lompe afwijzing verbaast des te meer omdat Jenkins twee jaar geleden met Moonlight, over het ontluiken van een homoseksuele Afro-Amerikaanse jongen uit de achterbuurten van Miami, de Oscar voor beste film won - u herinnert zich ongetwijfeld nog de chaos toen Faye Dunaway en Warren Beatty eerst per abuis La La Land als winnaar aankondigden.

Liefde beschermt je misschien niet tegen onheil maar kan je wel van de wanhoop redden. Dat is de kern van mijn film.

If Beale Street Could Talk is een bewerking van het gelijknamige boek van wijlen de geëngageerde schrijver James Baldwin (1924-1987). Beale Street is de straat in Memphis waar de bluesmuziek ontstond. Volgens Baldwin is elke zwarte in Amerika daar geboren, maar zijn verhaal speelt zich niet daar af, wel in het Harlem van de jaren zeventig. Het jong koppel Tish en Fonny ontdekt er hoe intens en overweldigend de liefde kan zijn maar hun geluk is van korte duur: Fonny wordt beschuldigd van een brutale verkrachting en vliegt achter de tralies. Jenkins toont dat alles zo zacht als het kan, zo hard als het moet. Onuitstaanbare ongelijkheid en racisme gaat hij niet uit de weg maar in navolging van grote voorbeelden als Wong Kar-wai is de regisseur er vooral op uit de kijker te bedwelmen met weelderige, zinnenprikkelende en onbeschaamd romantische cinema. 'Deze prachtige film vloeit als muziek. Een zachte weeklacht, diep geworteld in liefde en tederheid', tweette Alfonso Cuarón, de Mexicaan die met Roma op kop loopt in de Oscar-race.

Jenkins is naar eigen zeggen een grote Baldwin-fan, maar If Beale Street Could Talk kende hij eigenlijk niet.

Barry Jenkins: Een goede vriendin kon daar gewoon niet bij. Ze omschreef de roman alsof Baldwin een scenario voor de tv-serie Law & Order had geschreven. Bovendien vond ze dat ik de geknipte persoon was om hem te verfilmen. Dat soort tips gaan bij mij haast altijd het ene oor in en het andere weer uit maar deze keer nam ik de raad ter harte. Ik las het boek en de puurheid van de liefde tussen Tish en Fonny greep me enorm aan. Als het over sociale onrechtvaardigheid ging, kon Baldwin heel gedreven, kritisch en kwaad zijn. Hij wond zich vreselijk op als de volstrekt onrealistische Amerikaanse droom weer maar eens werd gepropageerd. Maar hij kon ook bijzonder sensueel, weelderig en romantisch schrijven. If Beale Street Could Talk combineert zijn polemische, contestaire kant met zijn hartstochtelijke geloof in liefde en sensualiteit.

Baldwin zou zelfs neergeschreven hebben hoe je If Beale Street Could Talk best verfilmt.

Jenkins: Er bestaat een groot notitieboek met aantekeningen en ideeën voor de ideale cast en regisseur. Baldwin dacht aan François Truffaut, Louis Malle, Gordon Parks (sociaal bewogen fotograaf en later de eerste belangrijke zwarte regisseur in Hollywood, bekend van Shaft , nvdr.) en theaterregisseur Lloyd Richards. Uiteindelijk ben ik het geworden. Hopelijk keert hij zich nu niet om in zijn graf. (lacht)

Hij noteerde ook enkele ideeën voor een eventueel filmscenario. Hij dacht aan een voice-over met de stem van Tish. Het coole is dat ik die notities pas onder ogen kreeg toen ik al vijf versies van het scenario had geschreven, mét een voice-over van Tish. Het was een hele geruststelling dat ik zijn ideeën spontaan al had toegepast.

Zelfs met de Oscar voor Moonlight in mijn hand, geloofde ik nog niet dat ik had gewonnen.

Weinig bekend is dat Baldwin ook een filmcriticus was.

Jenkins: Een hele goeie en scherpe op de koop toe. Lieve hemel, wat zou ik bang geweest zijn voor zijn kritiek! (lacht) Maar het is dubbel: ergens ben ik ook zeer benieuwd naar wat hij van de film zou hebben gevonden.

In een ijzersterke scène vertelt de jonge Tish haar vader en zus dat ze ongehuwd zwanger is. Ze schaamt zich diep maar dan spreekt haar aanvankelijk boze zus de gevleugelde woorden: 'Unbow your head, sister!'

Jenkins: Een vrouw liet op Twitter weten dat ze een pin gemaakt heeft met die quote, die overigens rechtstreeks uit het boek komt. Tijdens een testscreening reageerde een andere vrouw zeer emotioneel op die scène. Ze ging ervan uit dat de vader in razernij zou uitbarsten en zijn dochter zou buitengooien. Toen dat niet gebeurde, schaamde ze zich diep.

De zwangerschap van Tish is een schok maar het gezin spant samen. Haar zus vat de weerbaarheid perfect samen met die woorden. 'Unbow your head, sister', er is niets om beschaamd voor te zijn. Het kernidee van de film is dat liefde je misschien niet beschermt tegen onheil maar je wel van wanhoop kan redden.

Ondanks zijn onschuld vliegt Fonny de gevangenis in. Zwarte Amerikanen hebben vijf keer meer kans dan blanken op een celstraf.

Jenkins: Yeah, het is waanzinnig. Tegenwoordig beschikken we in veel gevallen over camerabeelden, waardoor iedereen kan zien welk zwaar onrecht die, die en die zwarte man is aangedaan. En nog heeft dat géén gevolgen. Stel je gewoon even voor hoe het dan geweest moet zijn toen zulke beelden nog niet of amper bestonden. Hoeveel shit moet er toen niet gebeurd zijn?

Amerika is overigens geen uniek geval. Véél landen kampen ermee dat de aanklager en de verdediging niet naar de waarheid zoeken maar van een rechtszaak een spel maken met winnaars en verliezers. Dat leidt tot perverse zaken en ongelofelijke onrechtvaardigheid.

In zijn essay The Devil Finds Work toont Baldwin dat cinema lang niet zo onschuldig is als we denken. Zie jij dat ook zo?

Jenkins: Ik geloof dat hij dat idee in de late jaren zestig gelanceerd heeft. Dat was profetisch toen, want kijk waar we vandaag staan. We lezen lang niet zo veel als we kijken. Of het nu naar een nieuwsflash van vijftien seconden, een muziekclip of - ik zal maar een Europees voorbeeld nemen - een volledige voetbalwedstrijd is, we zitten constant te kijken. Hoeveel uur per dag kijken we niet naar een van de vele schermen in ons leven: je telefoon, je tablet, je computer, je televisie, je uurwerk... Zelfs als je naar de websites van grote media als The New York Times, The Washington Post of Der Spiegel surft, bots je op filmpjes in plaats van geschreven teksten. Beeld is dominanter dan ooit. Cinema is in die zin geen soft power meer maar echte power.

Is er reden tot ongerustheid?

Jenkins: Er is reden tot waakzaamheid. Een vakman kan zo'n verschrikkelijk verleidelijke film maken dat we ons helemaal niet meer bewust zijn van de boodschap die hij naar voren schuift, en die soms zéér agressief is - je kunt er haat mee verspreiden. Net omdat cinema echte macht is, hebben mensen zoals ik een grote ethische verantwoordelijkheid. We moeten heel goed nadenken over welke verhalen we waarom vertellen en we moeten de waarheid eer aandoen.

Droom je soms nog van die beruchte Oscar-avond en het pijnlijk misverstand met La La Land?

Jenkins: Mijn dromen laten me met rust maar dat voorval is wel de wereld rondgegaan. Het blijft maar opduiken in gesprekken en ik word regelmatig aangeklampt door mensen die vragen waar ze mij van kennen.

Mijn filmtaal is zacht. Ik ben niet openlijk agressief. Ik maak geen statements, ik werp vragen op. Daardoor wordt er minder makkelijk naar me geluisterd. Dankzij de Oscars en dat voorval zijn er méér mensen naar Moonlight gaan kijken. Daar ben ik dankbaar voor. Maar het was een zeer rare avond. Emotioneel zwaar zelfs, eerlijk gezegd. Ik kon écht amper geloven dat we zelfs genomineerd waren. Die nominatie en alles wat erbij hoort, staan in zo'n schril contrast met hoe we Moonlight gemaakt hebben. Moonlight was compromisloos en mij hadden ze altijd geleerd dat zulke films niet in aanmerking komen voor Oscars. En wat dat misverstand betreft: toen het eenmaal was rechtgezet, geloofde ik nog steeds niet dat we hadden gewonnen. Op de Oscar zelf stond niets geschreven en het duurde veertig minuten voor ik het papieren bewijs in handen kreeg. Zelfs met de Oscar in mijn hand, geloofde ik nog niet dat ik had gewonnen. Ik weet niet wát dat over mij zegt maar vast iets donkers. Dat heeft me pijn gedaan.

Waar staat die Oscar nu?

Jenkins: Vroeger stond hij op de vloer achter de zetel, nu op een luidspreker waar iedereen die binnenkomt hem meteen kan zien.

Ook al lijden zwarte mensen in Amerika, dat wil niet zeggen dat er geen schoonheid is in hun leven. Dat is godverdomme waar jazz en blues om draaien.

Het viel me op dat je onbekende, tien jaar oude debuutfilm Medicine for Melancholy veel kwaliteiten gemeen heeft met Moonlight en If Beale Street Could Talk.

Jenkins: Zeg het gerust zoals het is: in die tijd had ik al meer films gemaakt moeten hebben. Ik dacht dat ik na mijn debuut vertrokken was maar vijf jaar later moest ik vaststellen dat ik nog geen stap dichter bij mijn tweede film was. Daar was ik niet goed van.

Wat die gelijkenissen betreft: mijn films zijn alledrie liefdesverhalen. Ik zeg dat niet graag maar zo is het wel. De vraag is waarom liefdesverhalen me zo aantrekken. Ik vermoed dat het te maken heeft met mijn obsessie voor periodes in mijn leven waarin ik overspoeld werd met liefde of er juist van verstoken bleef. Blijkbaar raakt dat veel mensen, en dan vooral de zwarte mens die in het middelpunt van mijn films staat.

Ik dacht ook aan de filmische kwaliteiten. Heb je altijd al oog gehad voor schoonheid en sfeer?

Jenkins: Goeie vraag. Toen ik aan de filmschool begon, moet ik technisch een van de minst onderlegde studenten uit mijn klas geweest zijn. Te mijner verdediging: ik zat in een sterk lichting met David Robert Mitchell (regisseur van It Follows en Under the Silver Lake , nvdr.), Amy Seimetz (actrice en regisseur, onder meer van de tv-serie The Girlfriend Experience ) en Wes Ball (regisseur van The Maze Runner ). Ik had meteen door dat ik serieus mijn best moest doen om visueel héél goed te worden en te begrijpen hoe beeld werkt. We draaiden toen nog op film. Je kon niet zomaar iets opnemen, je moest op voorhand goed nadenken over welk beeld je precies wilde.

Geef je schoonheid voorrang op andere aspecten?

Jenkins: Ik denk het wel. Ik heb genoeg jonkies gezien die heel interessante zaken te vertellen hadden maar die niet werden gehoord. Je moet cinematografisch het verschil maken, je moet ervoor zorgen dat de mensen je werk zien staan. De vorm is heel belangrijk voor me. Superbelangrijk zelfs in het geval van If Beale Street Could Talk.

Je schreef voor Esquire een essay over Baldwin naar het scherm vertalen. Als ik even mag parafraseren: men gaat er te gemakkelijk van uit dat de zware overlevingsstrijd van zwarte mensen uitgedrukt moet worden met angst, miserie, verdriet en donkerte. Een mooie, meeslepende afspiegeling van het zwarte leven wordt te snel afgedaan als niet authentiek.

Jenkins: (knikt) Ook al zijn zwarte mensen in Amerika het slachtoffer van afgrijselijke misdaden en worden ze zowel door de regering als door medeburgers of de arm der wet slecht behandeld, dat wil niet zeggen dat er geen vreugde en schoonheid is in het leven van een zwarte. Brutaal gesteld: dat is godverdomme waar jazz en blues om draaien.

Mijn film moest die vreugde, die schoonheid-ondanks-de-moeilijkheden weerspiegelen. Daar is hard aan gewerkt. In de woonkamer van production designer Mark Friedberg sprak ik wekelijks af met cinematograaf James Laxton en kostuumontwerper Caroline Eselin. We dronken een goed glas wijn, gaven foto's door, bespraken verschillende moodboards. Traag maar zeker schoof alles mooi in elkaar. De kleuren van de kostuums vonden bijvoorbeeld hun weg naar de director of photography en de production designer. We vonden dat het een weelderige film moest zijn. Daar is toch niets mis mee? Het is toch niet omdat het verhaal donkere elementen bevat dat het beeld ellendig moet zijn? Leve de schoonheid.

© GETTYIMAGES

Niet alleen de weelderige cinematografie valt op. Je laat je acteurs een paar keer rechtstreeks in de lens kijken. Wat is daar de bedoeling van?

Jenkins: Acteren is een intellectuele inspanning. Een acteur valt nooit helemaal samen met zijn personage, zeker niet als je verplicht bent om snel te werken, zoals bij ons het geval was. Maar met wat geluk en getalenteerde spelers zijn er meestal wel een paar momenten waarop het onderscheid tussen acteur en personage even wegvalt. Zoals je al mediterend even weg kunt zijn van de wereld. Op zo'n momenten is er geen enkele barrière meer en krijgt de kijker een idee van het innerlijk van het personage. Een schrijver van The New York Times merkte een bijkomend effect op.

Vertel.

Jenkins: In de bioscopen van jouw land zal drie vierde van het publiek voor If Beale Street Could Talk blank zijn. Die mensen zullen recht in de ogen van een zwart personage kijken en zich moeten identificeren met wat hij of zij voelt en denkt. Zwarte mensen lezen al eeuwen boeken en kijken al meer dan een eeuw naar films met een blanke als middelpunt. Ze zijn het gewoon om door de ogen van een blanke te kijken. Blanken hebben véél minder kansen om te kijken door de bril van mensen die eruitzien zoals ik. Regisseurs als Ryan Coogler, Ava DuVernay, Dee Rees, Spike Lee, Jordan Peele en ik geven jullie die kans nu wel.

If Beale Street Could Talk

Vanaf 13/2 in de bioscoop.

BARRY JENKINS

Geboren (in 1979) en getogen in Liberty City, een arme buurt van Miami, waar ook zijn film Moonlight zich afspeelt.

Verloor op jonge leeftijd zijn vader, zijn moeder was verslaafd aan crack.

Zijn romantische debuutfilm Medicine for Melancholy (2008) kreeg niet de bijval die hij verdiende.

Sleutelde in de zomer van 2013 in het Brusselse café Lord Byron aan het scenario voor Moonlight.

Moonlight(2016) won de Oscar voor beste film, een primeur voor een lgbtq-film, met bovendien een volledig zwarte cast. Ali Mahershala werd de eerste moslim die een acteer-Oscar ontving.

Bewondert het werk van Wong Kar-wai en Claire Denis.

Werkt aan een miniserie op basis van De ondergrondse spoorweg, de meesterlijke roman van Colson Whitehead over slavernij.