Zeker in deze steriele streamingtijden waarin films komen en gaan, gebeurt het weleens dat er een nooit in de bioscoop uitgebrachte topper aan de door algoritmes en reclame gedicteerde aandacht ontsnapt. Zo'n film is A Sun, een pakkend, inventief, breed uitwaaierend en prachtig geschoten familie-epos van de Taiwanese regisseur Chung Mong-Hong. Vorig jaar gooide hij hoge ogen in Toronto en Sundance, en zowel in de States als in Azië haalde hij meerdere eindejaarslijstjes, maar toch zit de film bij ons al meerdere maanden opgesloten in de kerkers van Netflix, een paar etages on...

Zeker in deze steriele streamingtijden waarin films komen en gaan, gebeurt het weleens dat er een nooit in de bioscoop uitgebrachte topper aan de door algoritmes en reclame gedicteerde aandacht ontsnapt. Zo'n film is A Sun, een pakkend, inventief, breed uitwaaierend en prachtig geschoten familie-epos van de Taiwanese regisseur Chung Mong-Hong. Vorig jaar gooide hij hoge ogen in Toronto en Sundance, en zowel in de States als in Azië haalde hij meerdere eindejaarslijstjes, maar toch zit de film bij ons al meerdere maanden opgesloten in de kerkers van Netflix, een paar etages onder Malcolm & Marie, The Prom, The Dig en andere danig gepushte en overschatte 'content'. In zijn vijfde langspeler toont Chung, die sinds zijn debuut Parking (2008) tussen auteurs- en genrecinema schippert, hoe een middenklasseclan wordt verscheurd wanneer A-Ho, de jongste zoon des huizes, in de cel belandt na een gewelddadig incident, waarop het gezin uiteindelijk met een nog ingrijpender gebeurtenis af te rekenen krijgt. De vader, een trotse rijschoolinstructeur met als motto 'pluk de dag, kies je pad', is zodanig ontgoocheld in zijn criminele zoon dat hij enkel nog oog heeft voor zijn oudste: een beloftevolle, timide student geneeskunde. De moeder probeert ondanks alles bruggen te slaan en ontfermt zich over A-Ho's minderjarige, zwangere vriendinnetje. Het is een bochtig en complex emotioneel parcours dat in ruim tweeënhalf uur wordt afgelegd, maar de observaties zijn raak en herkenbaar en op de weg richting catharsis passeer je ook de nodige sitcomsituaties en zelfs korte, geanimeerde intermezzo's. Het is een filmbuffet dat bij momenten doet denken aan het werk van Edward Yang, de betreurde Taiwanese meester achter Yi Yi. Ook de vroege familiedrama's van Ang Lee zijn nooit veraf, al heeft Chung duidelijk ook goed gekeken naar de familiale misdaadepossen van Martin Scorsese en zelfs naar een meloklassieker als Ordinary People, dat ook over rivaliserende broers binnen een emotioneel verkrampt gezin ging. Bovendien oogt de film, die op geen enkel moment de kleffe toer opgaat, verbluffend mooi. Shot na shot word je getrakteerd op diepe kleuren, strakke kaders, krachtige composities en elegante travellings langs schoolgangen, gevangeniscellen en keukentafels die bij vlagen zo dromerig en melancholisch ogen dat je grootstadstilist Wong Kar-Wai haast buiten beeld hoort applaudisseren. Ter info: Chung is zelf ook cameraman van zijn films, maar dan onder het heel erg Japans klinkende pseudoniem Nagao Nakashima. Een prachtig gefilmd, geschreven en vertolkt familiedrama over leven en overleven, liefde en lijden, verlies en vergeving, en alle menselijke morsigheden daartussenin.