'120 battements par minute' van Robin Campilllo met Nahuel Pérez Biscayart, Arnaud Valois en Adèle Haenel.
...

Rauw, teder, vitaal, aandoenlijk, urgent, authentiek: er zijn nogal wat adjectieven die je op Robin Campillo's 120 battements par minute kunt kleven. De Franse scenarist-regisseur weet dan ook verdomd goed waar hij het in zijn derde, in Cannes met de Grand Prix du Jury bekroonde langspeler over heeft. Begin jaren negentig was Campillo namelijk zelf militant van Act Up, de beweging die op de barricades ging staan tegen aids en waarvan de sensibiliseringsacties, frustraties, successen, twijfels en mislukkingen hier zonder overtollig sentiment of visuele poespas worden bezongen. Dat Campillo de huisscenarist is van Laurent Cantet, de geëngageerde maker van de met de Gouden Palm bekroonde klassefilm Entre les murs, is eraan te zien. Net als zijn mentor kiest hij voor een intieme, docu-realistische stijl, voor improvisatorisch ogende scènes en voor een veelvoud aan personages. Zo schetst hij een levendig groepsportret van jongens en meisjes - homo, lesbisch en bi, hiv-positief en -negatief - die politici, dokters, bedrijfsleiders en de modale Fransman in de straat, dwars tegen alle vooroordelen en onwetendheid in, willen duidelijk maken dat strijden tegen aids een universele, humanitaire plicht is, en geen zaak van louter holebi's of aidspatiënten. Veel karakterontwikkeling hoeft u daarbij niet te verwachten, en Campillo besteedt als ervaringsdeskundige wel heel veel, té veel aandacht aan de felle discussies van de Act Up-leden die aan de soms ludieke, soms provocatieve en illegale acties (gooien met bloedzakjes naar farmaceutici) voorafgingen. Niet de hele rit klopt de pols dus aan 120 slagen per minuut, maar de dipjes, herhalingen en slordigheden worden ruimschoots gecompenseerd door het spontane spel van de ensemblecast, en vooral: door de scènes waar de lust for life van afdruipt. De kolerieke raid op een farmabedrijf bijvoorbeeld. Die seksscène die spannend is in meerdere betekenissen. Of het afscheid op de tonen van Smalltown Boy, de gay smartenkreet van eightiesband Bronski Beat. Bovendien is Campillo zo slim om twee personages net wat meer aandacht te schenken dan de anderen, kwestie van de verschillende vignetten een romantische ruggengraat te geven en, bij uitbreiding, de betrokkenheid te verhogen. Dat zijn Sean (Nahuel Pérez Biscayart), een seropositieve spraakwaterval die zich met plezier, passie, humor én politieke culot tot de rebelse dramaqueen van de Parijse Act Up-tak ontpopt. En Nathan (Arnaud Valois), een meer timide, niet-geïnfecteerde twintiger die bang blijkt voor seksueel contact. Campillo en zijn cameravrouw Jeanne Lapoirie zitten hen steeds dicht op de huid en promoveren hen tot hoofdgetuigen van vlees en al dan niet besmet bloed, jongeren die de aidsproblematiek op de politieke agenda prikten en het taboe errond hielpen te doorbreken. Hoewel Campillo zijn persoonlijke sympathie en politieke agenda op geen enkel moment in de kast steekt, is 120 battements par minute dan ook geen didactisch pamflet. Het is een film waarin gelachen, gehuild, gerouwd, gefeest, gevreeën, gediscussieerd en geprotesteerd wordt dat het een lieve lust is.