Tweeënzeventig minuten. Zo akelig lang duurde de raid van de rechtse extremist Anders Breivik, die op 22 juli 2011 een bloedbad aanrichtte op Utøya, een Noors eilandje waar enkele honderden socialistische jongeren hun zomerkamp hielden. Daarbij vuurde hij in totaal 405 kogels af, met als gruwelijke eindbalans: 69 doden (77, als je er de slachtoffers van zijn bomaanslag net daarvoor in het regeringskwartier in Oslo bijtelt), plus een nationaal trauma dat nog steeds niet verwerkt is.
...

Tweeënzeventig minuten. Zo akelig lang duurde de raid van de rechtse extremist Anders Breivik, die op 22 juli 2011 een bloedbad aanrichtte op Utøya, een Noors eilandje waar enkele honderden socialistische jongeren hun zomerkamp hielden. Daarbij vuurde hij in totaal 405 kogels af, met als gruwelijke eindbalans: 69 doden (77, als je er de slachtoffers van zijn bomaanslag net daarvoor in het regeringskwartier in Oslo bijtelt), plus een nationaal trauma dat nog steeds niet verwerkt is. Erik Poppe toont de horror die de jongeren op die doemdag meemaakten in realtime, in één enkele take die je meesleurt in het kielzog van de negentienjarige Kaja (revelatie Andrea Berntzen). Hoe ze eerst lacht en keuvelt met vrienden, hoe ze verward reageert op de eerste geweerschoten, hoe ze uiteindelijk rent, vlucht en vecht voor haar leven terwijl de kogels ook haar om de oren fluiten. Poppe en zijn cameraman Martin Otterbeck maken er een helse ervaring van, waarbij het monster in kwestie - Breivik dus - geen enkele keer in beeld komt. Die gedurfde aanpak oogst zowel lof als kritiek. De een vindt de film een integere poging om recht te doen aan de gruwel die de jongeren meemaakten, en die ook eens het verhaal van de slachtoffers vertelt. Anderen vinden het een dubieuze onderneming die flirt met exploitatie. Door de context te skippen en met geen woord te reppen over Breivik en diens motivatie is wat je overhoudt immers evengoed een spannende survivalthriller. 'Over Breivik is al genoeg gezegd en geschreven', zo verdedigt Poppe zich. 'Over de slachtoffers weten we weinig of niks. Mijn film is een poging dat recht te zetten.' In Noorwegen zelf kon Utøya 22. juli, ondanks de polemiek en het gevoelige onderwerp, alvast op heel wat bijval rekenen. Ook op internationale festivals - de film ging in Berlijn in première - liet hij bij velen een diepe indruk na. Dat kon niet - of toch minder - worden gezegd over 22 July, het Netflix-docudrama van Britse Bourne-menner Paul Greengrass over dezelfde gebeurtenissen. Hoewel die film wél aandacht schonk aan de ideologische achtergrond, minder de thrillerkaart trok en focuste op wat er na de aanslagen gebeurde, kreeg Greengrass, vooral in Noorwegen, heel wat kritiek te slikken. Omdat hij zijn Noorse cast Engels liet praten, maar vooral omdat hij Breivik wél een gezicht, en volgens critici, bijgevolg een forum voor zijn perverse ideeën gaf. 'Je kunt niet onderzoeken wat er is gebeurd en waarom het is gebeurd, zonder ook Breivik te onderzoeken', verdedigde Greengrass zich in dit blad, hoewel hij Poppes film op dat ogenblik nog niet had gezien. 'Er moet een moment komen waarop je de confrontatie met hem aangaat. Met hem als persoon, maar vooral met zijn ideeën. Je maakt het probleem alleen maar erger door te doen alsof die niet reëel zijn, alsof ze geen gezicht hebben, alsof ze geen aantrekkingskracht hebben op duizenden, miljoenen anderen.' Daar denkt Poppe, die vroeger als oorlogsfotograaf tal van conflictzones bezocht en dus ervaring heeft met het in beeld brengen van terreur, trauma en verlies, dus helemaal anders over. 'Wat me de voorbije jaren opviel, is dat er in verband met deze aanslagen heel veel gediscussieerd werd over technische zaken. Over hoe het kwam dat de hulpdiensten zo laat in actie kwamen, over Breivik die zich beklaagde over zijn strenge gevangenisregime. Het leidde de aandacht af van wat er die dag écht is gebeurd, en wat we amper een paar jaar na de feiten alweer dreigen te vergeten. Daarom wilde ik de slachtoffers en de overlevenden centraal stellen, en de gebeurtenissen in herinnering brengen vanuit hun perspectief. De film behoort hen toe.' Dat hij Breivik buiten beeld laat - je hoort enkel de 405 schoten die hij afvuurde - past volgens Poppe, die twintig overlevenden interviewde, perfect in dat opzet. 'Die jongeren wisten niet wat hen overkwam, wie de dader was, waar die zich bevond. Ook voor hen had hij geen gezicht. Bovendien vind ik het belangrijk, als je kijkt naar de opmars, in heel Europa, van het neofascisme waar hij een vertegenwoordiger van is, dat je Breivik als persoon niet groter of menselijker maakt dan hij is.' Poppe heeft lang nagedacht of je die dag wel in een cinematografische vorm kunt vatten, en zo ja in welke. 'We vonden een single take de integerste manier om de ervaringen van de jongeren weer te geven. Documentaires kunnen je wel een intellectueel idee geven van hoe het gevoeld moet hebben, maar nooit zo direct, intuïtief en immersief als een fictiefilm.' Over de polemiek maakt hij zich niet te veel zorgen. 'Tuurlijk waren de families van de slachtoffers vooraf bezorgd, maar de reacties op de testscreenings waren positief. Ze vonden het een eerlijke en respectvolle film. Er zal bij dit soort films altijd discussie zijn over wat je mag tonen en wanneer je het mag tonen, maar als je wacht tot iedereen het eens is, is het vaak te laat en dreigt een tragedie te worden vergeten. Dat verdienen de slachtoffers van Utøya niet. Dat verdient geen enkel slachtoffer van terreur.'