Voor de meeste filmliefhebbers mag Paul Greengrass dan te boek staan als de regisseur die superspion Jason Bourne tot drie keer toe richting de nok van de box office joeg, de helmboswuivende Brit, die in de jaren tachtig begon als tv-documentairemaker, heeft ook altijd oog gehad voor wat er zich in de échte wereld afspeelde. Cinema en journalistiek gaan bij Greengrass vaak hand in hand, wat resulteert in waarachtig ogende films die je te midden van de actie droppen. Denk maar aan Bloody Sunday (2002), zijn reconstructie van de protestmars in het Noord-Ierse Derry die in 1972 eindigde in een bloedbad. Of aan United 93 (2004), zijn al even meeslepende gijzelingsthriller over wat er zich precies afspeelde aan boord van United Airlines vluchtnummer 93 tijdens de aanslagen van 9/11.
...

Voor de meeste filmliefhebbers mag Paul Greengrass dan te boek staan als de regisseur die superspion Jason Bourne tot drie keer toe richting de nok van de box office joeg, de helmboswuivende Brit, die in de jaren tachtig begon als tv-documentairemaker, heeft ook altijd oog gehad voor wat er zich in de échte wereld afspeelde. Cinema en journalistiek gaan bij Greengrass vaak hand in hand, wat resulteert in waarachtig ogende films die je te midden van de actie droppen. Denk maar aan Bloody Sunday (2002), zijn reconstructie van de protestmars in het Noord-Ierse Derry die in 1972 eindigde in een bloedbad. Of aan United 93 (2004), zijn al even meeslepende gijzelingsthriller over wat er zich precies afspeelde aan boord van United Airlines vluchtnummer 93 tijdens de aanslagen van 9/11. In zijn nieuwste film 22 July zoomt Greengrass opnieuw in zijn energieke veritéstijl in op een traumatische gebeurtenis met hevige politieke naschokken. Onderwerp dit keer zijn de aanslagen die de rechtse extremist Anders Behring Breivik pleegde op 22 juli 2011 in Noorwegen. Greengrass toont hoe de terrorist toen eerst een bom liet ontploffen in de regeringswijk van Oslo, om daarna een bloedbad aan te richten op het nabijgelegen eiland Utøya, waar sociaaldemocratische jongeren net een zomerkamp hielden. Hoe de ordediensten en de toenmalige Noorse premier Jens Stoltenberg reageerden op de gruwel. Hoe de moeder en de advocaat van Breivik met de feiten en zijn fascistische ideeën omgaan. Greengrass laat geen facet onbelicht, maar focust vooral op de slachtoffers - enkele argeloze jongeren die op Utøya hun zomervakantie vieren en hun verontruste ouders - en op het serene (verwerkings)proces dat op de aanslagen volgde. Sensatiezucht kun je Greengrass dus niet aanwrijven. Bovendien verleenden verschillende overlevenden hun medewerking aan de film, die nu te zien is op Netflix - voor niet-abonnees van de streamingdienst is 22 July helaas enkel in de Brusselse Cinéma Palace. Toch neemt de bedachtzame aanpak niet weg dat er op voorhand al kritiek en zelfs een petitie tegen het project kwam. Vooral in Noorwegen viel Greengrass' keuze om niet in het Noors maar in het Engels te draaien niet in goede aarde, terwijl anderen vonden dat hij als outsider sowieso beter niet te diep roerde in nationale wonden die nog steeds niet zijn geheeld. Is 22 July een dapper en meesterlijk drama, zoals The Guardian kopte? Of is het een clichématige en lompe film, zoals The Film Stage hekelde? Even polsen bij Greengrass zelf. De film is gebaseerd op het boek One of Us van de Noorse journaliste Åsne Seierstad. Het laatste deel daarvan gaat over Breiviks jeugd, maar dat sla je in je film over. Waarom precies? Paul Greengrass: Je hebt maar dik twee uur en dus moet je keuzes maken. Ik heb ontzettend veel research gedaan en Seierstads boek was verreweg het beste wat ik gelezen heb. De film die ik wilde maken is: Noorwegen vecht voor democratie. Dit is geen portret van een massamoordenaar. Het gaat ook niet uitsluitend over 22 juli. Dat is slechts een deel van de film. Het is een hommage aan de weerbaarheid van de democratie. Het gaat over hoe mensen reageerden op de terreur. Hoe ze vochten voor tolerantie en rechtschapenheid. Dat is voor mij wat het verhaal relevant en universeel maakt voor vandaag en morgen. Is dat de reden waarom je de film in het Engels en niet in het Noors hebt gedraaid, ook al gebruik je Noorse acteurs en de echte locaties? Greengrass: Ik heb overwogen om in het Noors te draaien. Al spreek ik geen woord van die taal, en kun je nu eenmaal je job niet doen als je niet weet wat je acteurs aan het zeggen zijn. Op een bepaald moment dacht ik: ik doe het toch. Tot ik steeds meer begon te beseffen dat het verhaal van 22 July zich momenteel in eender welk westers land aan het afspelen is. In veel landen wordt de democratie aangevallen door extremisten. Overal is extreemrechts aan een opmars bezig. Overal wordt het politieke discours harder. Overal hoor je dezelfde xenofobe praat. Dat inzicht overtuigde me om de film toch te maken met een Noorse cast en een Noorse crew. De ziel blijft Noors, en dat vond ik essentieel om waarachtig en respectvol te kunnen zijn. Iedereen bleek achter dat idee te staan, ook de Noren. Niet alle Noren, gelet op de kritiek. Het ligt duidelijk nog altijd gevoelig. Greengrass: Ik hoop dat elke Noor de film ziet en iedereen mag er uiteraard zijn oordeel over vellen. Maar dit is niet de eerste film over een waargebeurde tragedie en ook niet de laatste. Er zijn de afgelopen zeven jaar duizenden artikels en analyses geschreven over de gebeurtenissen. Er zijn documentaires en boeken over gemaakt. In Noorwegen. In België. In de hele wereld. Waarom zou ik dan geen analyse mogen maken? In een gezonde democratie worden trauma's net op die open manier verwerkt. Erik Poppe heeft ook een film over de gebeurtenissen gemaakt. En straks volgt er nog een miniserie. Ik vind dat een goede zaak. Wat telt, is niet of ze worden gemaakt. Wat telt, is hóé ze worden gemaakt. Behandelen ze het onderwerp met respect? Zijn hun bedoelingen ernstig? Hebben ze de betrokkenen geraadpleegd? Of is het louter sensatie en uitbuiting van de feiten? Dat zijn de vragen die men moet beantwoorden. Mensen verbieden om een film te maken over een bepaald onderwerp, dat is net symptomatisch voor het repressieve klimaat waarmee we in stijgende mate geconfronteerd worden. Er is in Noorwegen zelfs een petitie tegen je film opgestart omdat je Breivik in je film een gezicht en een forum geeft. Hoe ga je daarmee om? Greengrass:(geïrriteerd) Ik vind het nogal makkelijk van jou om als journalist een bepaalde toon te zetten en de gemoederen op te hitsen. Heeft het magazine waarvoor je schrijft ooit gedacht: we zouden beter geen verhaal brengen over Breivik? Allicht niet. En terecht. Maar dan vind ik het wel dubieus om een klimaat te creëren waarin een film al afgemaakt wordt nog voor zijn release. En dus moeten journalisten zwijgen over het feit dat er een petitie is tegen de film? Greengrass: Ik vind gewoon dat mensen zelf hun oordeel moeten vellen. De film spreekt voor zich. Ik kan alleen maar zeggen dat we heel bedachtzaam te werk zijn gegaan en gedurende het hele proces de mening van de families van de slachtoffers hebben gevraagd. Dat wil niet zeggen dat iedereen de film goed moet vinden, maar het betekent tenminste dat we hem met een groot hart hebben gemaakt. Je moet niet alles uitvergroten of polariseren. Er moet ruimte zijn voor debat en discussie. Dat is heel belangrijk in een democratie. De pers moet ervoor zorgen dat die ruimte er is en moet niet blind op elke slogan of opinie springen. Waarom is er een petitie tegen mijn film en niet tegen die van Erik Poppe? Of tegen die miniserie? Of tegen wat er in jouw blad over Breivik is verschenen? De film van Erik Poppe kreeg ook kritiek en werd zelfs als uitbuiting van de gebeurtenissen bestempeld. Er mag toch een debat zijn? Greengrass: Een debat is prima. En als mensen tegen mijn film zijn, moeten ze dat zeker zeggen. Heb ik geen probleem mee. Ik heb wel een probleem met stemmingmakerij. Heb je Utøya 22. juli van Erik Poppe gezien? Greengrass: Nog niet. Ik ben benieuwd naar zijn aanpak en visie. Poppe laat Breivik buiten beeld en focust enkel op hoe de jongeren de slachtpartij op Utøya beleven. Sommigen verwijten jou dat je te veel aandacht geeft aan Breivik en dat er over zijn kant van het verhaal wel genoeg is bericht. Poppe zei: 'We weten inmiddels alles over Breivik, maar bijna niets over de slachtoffers. Met mijn film wil ik dat rechtzetten.' Greengrass: Ik vind niet dat je kunt onderzoeken wat er is gebeurd en waarom het is gebeurd zonder ook Breivik te onderzoeken. Alles wat je onderneemt, is per definitie een onvolledig beeld, een interpretatie. Maar Breivik buiten beeld laten? Dat begrijp ik niet. Er moet toch een moment komen waarop je de confrontatie met hem aangaat? Met hem als persoon, maar vooral met zijn ideeën. Je maakt het probleem alleen maar erger door te doen alsof die ideeën niet reëel zijn, alsof ze geen gezicht hebben, alsof ze geen aantrekkingskracht uitoefenen op duizenden, miljoenen anderen. Ze zijn deel geworden van het publieke discours. Je móét ze tonen, net zoals je moet tonen hoe Breiviks ideeën juridisch, moreel en ideologisch werden verslagen. Dat de rechtspraak en de democratie hem een krachtdadig antwoord geboden hebben. Hij is niet verslagen met een wapen. Hij is verslagen in een rechtbank. Hij is verslagen door mensen die in hun democratische idealen geloven. Dat is wat ik wil tonen. Dat is waar mijn film over gaat. Wat je niet toont, is expliciet geweld. Greengrass:(knikt) Er zitten maar een paar scènes in waarin je doden ziet vallen. Ik heb dit vooraf uitvoerig besproken met de zelfhulpgroep die de slachtoffers hebben opgericht. Enerzijds vonden ze het belangrijk dat het geweld niet mooier gemaakt werd dan het was, dat de film duidelijk maakt welke gruwelijke dingen ze meegemaakt hebben. Anderzijds wil je niet dat het een actiethriller wordt. Ik heb mijn uiterste best gedaan om dat evenwicht te bewaren. Het is geen gorefest. De film komt uit op Netflix en dus niet of nauwelijks in de bioscoop. Waarom ben je met hen in zee gegaan? Greengrass: Ik vind het belangrijk dat jonge mensen de film zien en nadenken over extremisme en democratie. Jongeren waren Breiviks doelwit. Wie waren de doelwitten op de London Bridge? In Manchester? Jongeren. Het feit is dat jonge mensen niet naar arthousebioscopen gaan, maar films online bekijken. Netflix bood me de mogelijkheid om al die jongeren over de hele wereld te bereiken. Is dit een politieke film van een politieke filmmaker? Greengrass: Mijn taak is: mensen een spiegel voorhouden. Hun tonen: dit is wat er in de wereld gebeurt. Dit is waar we heen gaan. Willen we dat en wat kunnen we eraan doen? Dat was ook de reden waarom ik Bloody Sunday en United 93 heb gemaakt. Maar evengoed Captain Phillips en tot op zekere hoogte zelfs de Jason Bourne-films. Dat waren fictiefilms voor een groot publiek, maar ze speelden zich af in de echte wereld, en op de achtergrond speelden echte issues. Iets zonder sérieux of realisme zou ik nooit kunnen maken. Daarvoor boeit de wereld me veel te veel.