Toen Arnaud Desplechin zijn vorige film Trois Souvenirs de ma Jeunesse (2015) na vijf opeenvolgende nominaties voor de Gouden Palm niet in het officiële programma van Cannes maar in het nevenfestival Quinzaine des Réalisateurs presenteerde, leek de amour fou tussen beide partijen stevig bekoeld. Maar kijk: we zijn ondertussen twee jaar verder en Desplechin mag zowaar 's werelds grootste filmkermis op gang schieten. En dat met Les Fantômes d'Ismaël, dat weliswaar...

Toen Arnaud Desplechin zijn vorige film Trois Souvenirs de ma Jeunesse (2015) na vijf opeenvolgende nominaties voor de Gouden Palm niet in het officiële programma van Cannes maar in het nevenfestival Quinzaine des Réalisateurs presenteerde, leek de amour fou tussen beide partijen stevig bekoeld. Maar kijk: we zijn ondertussen twee jaar verder en Desplechin mag zowaar 's werelds grootste filmkermis op gang schieten. En dat met Les Fantômes d'Ismaël, dat weliswaar niet in competitie zit en vanaf vandaag trouwens ook in de Belgische bioscopen loopt. Nieuwe paden slaat Desplechin daarin niet in. Wie het fantasievolle oeuvre van de Franse filmauteur kent - denk ook aan Un Conte de Noël of Jimmy P. - weet waaraan hij zich mag verwachten. Met name: aan levendige dialogen, soms op het theatrale en vermoeiende af. Aan plots en subplots die afwisselend de rode loper opeisen. Aan fictie en metafictie die een hitsige tango met elkaar dansen. En aan een flinke scheut psychoanalyse en een vleug Alfred Hitchcock om het geheel af te ronden. Dit keer voert Desplechin zijn alter ego, opnieuw vertolkt door fetisjacteur Matthieu Amalric, op als de getroebleerde filmmaker - zijn er andere? - die al een paar jaar een relatie heeft met de tedere en slimme Sylvia (Charlotte Gainsbourg) maar plots zijn labiele en passionele ex-vrouw Carlotta (Marion Cotillard) over de vloer krijgt, zijn grote liefde die nochtans al jaren vermist is en dood gewaand werd. Het blijkt het even mysterieuze als bizarre startschot voor een cryptische, maar energiek vertelde en nooit hermetische puzzel over geesten, romantiek en de zin van het leven, waarin Desplechin vettig knipoogt naar Hitchcocks Vertigo (ook daarin heette de vrouwelijke geest met dienst Carlotta) en een film-in-de-film toont als spiegel voor de knetterende kaleidoscoop aan emoties. Zoals elke Desplechin-film speelt ook deze zich dus af tussen Parijs en Roubaix, ernst en scherts, autobiografie en fictie, Eros en Thanatos, maar dat blijkt nog altijd een behoorlijk vruchtbare bodem. Een mooie, barok gecomponeerde 'film bavard' over spoken uit het verleden, met fraai volk als la Cotillard en la Gainsbourg, en dus een prima opener van het zeventigste festival van Cannes.