In Dolor y gloria, dat in Cannes meedingt naar de Gouden Palm, richt de Madrileense meester zijn immer stijl- en kleurrijke camera op zichzelf. Of beter: op Salvador Mallo (Antonio Banderas), een ouder wordende filmregisseur die met fysieke kwalen kampt, met behulp van heroïne tracht af te rekenen met zijn demonen, een ex-minnaar en een ex-acteur over de vloer krijgt en onderwijl volop aan het mijmeren slaat over zijn geromantiseerde kindertijd in de schoot van zijn mama (Penélope Cruz). Verwacht u dus aan een somptueus gefilmde, tussen toen en nu zappende en intens melancholische mijmering over de luimen van de liefde en de kunst, waarin de gefêteerde maker van Todo sobre mi madre (1999), Hable con Ella (2002), Volver (2006) en ander fraais al zijn stokpaardjes - moederliefde, (homo)seksualiteit, spiritualiteit, cinefilie en nostalgie - nog maar eens gracieus en beheerst berijdt.
...

In Dolor y gloria, dat in Cannes meedingt naar de Gouden Palm, richt de Madrileense meester zijn immer stijl- en kleurrijke camera op zichzelf. Of beter: op Salvador Mallo (Antonio Banderas), een ouder wordende filmregisseur die met fysieke kwalen kampt, met behulp van heroïne tracht af te rekenen met zijn demonen, een ex-minnaar en een ex-acteur over de vloer krijgt en onderwijl volop aan het mijmeren slaat over zijn geromantiseerde kindertijd in de schoot van zijn mama (Penélope Cruz). Verwacht u dus aan een somptueus gefilmde, tussen toen en nu zappende en intens melancholische mijmering over de luimen van de liefde en de kunst, waarin de gefêteerde maker van Todo sobre mi madre (1999), Hable con Ella (2002), Volver (2006) en ander fraais al zijn stokpaardjes - moederliefde, (homo)seksualiteit, spiritualiteit, cinefilie en nostalgie - nog maar eens gracieus en beheerst berijdt. En dat doet hij andermaal in het gezelschap van Antonio Banderas. De Spaanse knuffelmacho ontmoette Almodóvar voor het eerst in 1982, brak door als acteur in diens flamboyante arthousehits Mujeres al borde de un ataque de nervios (1988) en Atame! (1989) en heeft bijgevolg zijn carrière als Hollywoods favoriete latin lover in de nineties voor een groot stuk aan Spanjes beroemdste filmmaker van de voorbije decennia te danken. Bovendien stond hij al zeven keer op de set van een Almodóvar, en dus was hij geknipt om het alter ego van ontdekker en mentor te incarneren. 'Maar het is géén autobiografie van Pedro', nuanceert hij meteen. 'Het is autofictie. Zo zou Pedro nooit heroïne gebruiken. Daar is hij veel te bang van. Nu, ik schrok er wel van hoe persoonlijk de film is, hoe dicht mijn personage Salvador bij hem staat. Daar had ik geen idee van toen hij me voor het eerst het script liet lezen.' Wanneer had je het wel door? Antonio Banderas: Toen ik het decor van Salvadors flat zag. Dat bleek een exacte kopie te zijn van Pedro's appartement. Het zijn zíjn schilderijen die je aan de muur ziet hangen, zíjn boeken die in de kasten staan. Ik draag ook kleren zoals die van Pedro in de film, zij het een maatje kleiner. (lacht) En mijn haar is warriger en in bekjes, omdat hij wilde dat ik zoveel mogelijk op hem zou lijken. In het begin had hij daar niets van gezegd. Toen hij me het script gaf zei hij: je zult bepaalde mensen en dingen herkennen. Ik wist dat hij op zichzelf doelde, maar ik wist niet in hoeverre hij wilde dat ik hem ook zou spelen. Pas toen we begonnen te repeteren drong dat tot me door. Salvador is Pedro, niet de barokke Pedro die ik van vroeger ken, maar de gelouterde en introspectieve Pedro. Ik vroeg hem: heb je dit in een klooster geschreven of zo? Het lijkt wel een biecht, een mea culpa. Salvador zoekt na jaren zijn fetisjacteur opnieuw op. Zelf heb je ook lang niet met Almodóvar gewerkt. Banderas: Toen hij me vroeg voor La piel que habito (2011) hadden we 22 jaar niet meer samengewerkt. We zijn altijd vrienden gebleven, maar hij had zijn carrière en ik de mijne. Toen we die film maakten, zei ik hem: ik ben een andere acteur geworden, ik heb ervaringen opgedaan, ik ben vader geworden. Zijn antwoord: 'Interesseert me niet. Ik wil een nieuwe, verse Antonio Banderas. We beginnen van voren af aan.' Maar dat weigerde ik. Ik wilde dat hij me zag zoals ik geworden was. Dat zorgde op de set voor heel wat spanning. Maar toen ik achteraf de film zag, een psychothriller over het creëren van nieuw leven, zag ik mezelf niet, maar een creatie die helemaal uit Pedro's koker kwam. Hij zag dingen in mij die ik van mezelf niet kende. Toen heb ik geleerd: ik ben geen generaal, ik ben een soldaat en ik ben trots dat ik in Pedro's leger mag dienen. Dat heb ik hem ook gezegd toen hij me vroeg voor Dolor y gloria. Ik heb deze keer niks aangevochten, en het was de beste ervaring die ik ooit met hem heb gehad. Vergis je niet: Pedro kan hard zijn als je dwarsligt, maar hij kan nog veel liever en genereuzer zijn als je meestapt in zijn universum, als je bereid bent je comfortzone te verlaten. En reken maar dat ik uit mijn comfortzone moest treden. Een bestaand persoon spelen is op zich al een risico, maar die bestaande persoon was me deze keer ook nog eens aan het regisseren. Gecompliceerder moest het niet worden. (lacht)Dat Almodóvar zelf geen heroïnejunk is, zei je al. Maar wat betekent 'autofictie' verder precies? Banderas: De film is niet zozeer een autobiografie, maar hij zit wel vol met dingen die Pedro wilde zeggen, maar nooit gezegd heeft. En met dingen die hij wilde doen, maar nooit gedaan heeft. De film gaat over verzoening, met zichzelf en anderen. Met zijn moeder, zijn minnaars, zijn acteurs. De acteur die Salvador gaat opzoeken, is Pedro's monster van Frankenstein. Hij is een amalgaam van alle acteurs met wie hij heeft gewerkt. Ik vorm er zelf een paar lichaamsdelen van. Welke weet ik niet. (lacht) Ik weet wel welke citaten naar mij verwijzen, welke naar Carmen Maura, naar Rossy de Palma en noem maar op. Almodóvars liefde voor zijn moeder komt ook nu weer uitgebreid aan bod. Heb je haar gekend? Banderas: Absoluut. Pedro adoreerde zijn moeder. Toen we die scène opnamen waarin mijn personage zegt: 'Sorry, mama dat ik niet geworden ben wat je had gehoopt', kreeg Pedro geen woord over zijn lippen. Maar dat moest ook niet. Ik wist wat hij wilde zeggen. Ik vóélde wat hij wilde zeggen. Sorry zou Pedro nooit zeggen. Dat is te goedkoop. Hij vraagt vergiffenis door zijn kunst. Heeft hij door zijn kunst jou ooit om vergiffenis gevraagd? Banderas: Dat hoeft niet. Als mijn carrière slechts uit de acht films zou bestaan die we samen gemaakt hebben, dan zou het nog de moeite zijn geweest om acteur te worden. Hij betekent zo veel voor mij én voor mijn land. Toen we in 1986 La ley del deseo maakten, was dat een enorm risicovolle onderneming. Ik kom zoals de meeste Spanjaarden uit een conservatieve katholieke familie en ik dacht: ze gaan me vermoorden als ze deze film zien. Dat ik in de film een kerel vermoord, daar viel niemand over. Maar dat ik een vent op de mond kuste, was een schandaal. Ik dacht: wat is er mis met deze maatschappij? Welke zieke moraal is dit? Doden is oké, maar iemand van hetzelfde geslacht graag zien niet? Pedro heeft me de ogen voor zulke zaken, voor holebirechten geopend, zoals hij de ogen van veel Spanjaarden heeft geopend. Veel mensen zijn me na La ley del deseo komen zeggen: ik heb mijn ouders toen meegenomen naar de cinema en me achteraf geout als homo. Pedro heeft de kast van katholiek Spanje, van het Franco-regime, opengebeukt. Je was nadien een van de eerste bekende acteurs die ook in Hollywood een homo durfde te spelen, in Philadelphia (1993) en in Interview with the Vampire (1994). Banderas: Toen ik naar Hollywood trok, merkte ik al snel dat ik veel opener was dan veel Amerikaanse collega's. Ik was diegene die Tom Hanks in Philadelphia moest overtuigen om me op de mond te kussen. Ik zei hem: 'Ik speel je vriendje, verdomme. Kus me, nu!' En hij zei: 'Bring it on.' En bam! Hollywood was bevrijd. Voor een stuk toch. Tom bedankt me er nog altijd voor telkens als ik hem zie. 'We waren bang', vertelde hij me. 'Bang dat mensen ons zouden veroordelen. Maar je had gelijk dat we ons daar niks van aan moesten trekken.' Was Hollywood een manier om jezelf te ontvoogden van Almodóvar? Banderas: Deels. Maar het was meer dan dat. Het was een droom. Ik kom uit Málaga. Dat ligt lichtjaren verwijderd van Hollywood. Het klonk als een grap toen ik indertijd hoorde dat ze me wilden. Ik sprak zelfs nauwelijks Engels. Het was geen kwestie van Pedro verlaten, ook al voelde hij dat toen zo aan. Voor mij was het een kwestie van vooruitkijken. Ik had het gevoel dat ik het moest proberen, dat ik anders spijt ging krijgen. Je bent inmiddels 58, niet meer die jonge latin lover. Ben je zelf ook melancholischer geworden? Banderas: Toch wel, maar dat worden we allemaal. Het heeft ook met mijn gezondheid te maken. Ik heb een hartaanval gehad tweeënhalf jaar geleden. Pedro zei me: 'Er is sindsdien iets veranderd in je gezicht, en dat wil ik in de film gebruiken.' Toen ik na die aanval in het ziekenhuis lag, zei een verpleegster me: 'Je zult je triest voelen de komende weken. Het is niks medisch. Het is je hart.' Ik vroeg: 'Hoe bedoel je?' 'Waarom denk je dat mensen zeggen dat hun hart gebroken is als ze triest zijn, en nooit dat hun hersenen of hun nieren gebroken zijn? Het hart is meer dan een zuurstofpomp. Het is een vat van emoties.' Ze had gelijk. Er overviel me een somberte, geen depressie - dat is een medische conditie - maar een tristesse. Ik ben geen huilebalk, maar de eerste weken na mijn hartaanval kon het minste me aan het huilen krijgen. Dat was een revelatie. Ik besefte: het leven is niet oneindig. Dat lees je sindsdien in mijn gezicht, en dat autobiografische element wilde Pedro toevoegen aan mijn personage. Hij heeft naar verluidt de jongste jaren zelf ook fysiek te lijden gehad. Banderas: Dat wist ik niet toen ik in Hollywood zat. Op een gegeven moment zagen we hem gewoon niet meer. In de jaren tachtig waren we overal. Op alle festivals. Op alle feestjes. Later hoorde ik voortdurend: Pedro heeft het aan zijn rug, hij heeft slaapproblemen, hij heeft migraine, hij sluit zich op in zijn huis. Het enige wat hem gelukkig maakte, was blijkbaar draaien. Op de set kwam hij weer tot leven. Filmen was zijn drug. En dat is het nog steeds. Meer dan ooit. Mis je de jaren tachtig niet, toen jij, Almodóvar, Carmen Maura, Rossy de Palma en de hele Movida Madrilena-clan de boel op stelten zetten in de Spaanse en Europese filmwereld? Banderas: Ik koester ze. We waren een energieke bende die alle regels brak. We waren de Stones van de Europese filmscene. Geld hadden we niet, fun des te meer. Het was zo leuk om al die vetbetaalde Hollywoodlui de loef af te steken. En te shockeren indien nodig. Ik herinner me nog dat we in Venetië zaten voor Mujeres al borde. Martin Scorsese was daar toen ook met The Last Temptation of Christ, zijn controversiële Jezusfilm, en overal in de stad waren er protesten van katholieke groeperingen. Hij had vlak voor ons de persconferentie gedaan waar hij het over theologie en andere serieuze zaken had, en wat was het eerste wat Rossy de Palma deed toen we de perszaal binnenliepen? Haar tieten tonen. We waren jong, zot en wild, en we genoten van elke seconde. (lacht)Wat zegt je voorgevoel: wint Almodóvar straks eindelijk eens de Gouden Palm? Banderas: Dolor y gloria is al uit in Spanje en daar waren de kritieken excellent. De eerste test heeft hij dus moeiteloos doorstaan. We voelen zelf ook dat de film sterk is en kans maakt, maar zo zijn er ongetwijfeld nog. We kunnen sowieso trots zijn. Dat is het belangrijkste.