Chi sei? (1974) - Franco Micalizzi

Italiaanse horrorfilms zijn ofwel geniaal ofwel goedkope rip-offs. Welke film onder welke noemer valt, hangt soms van de kijker af. Maar één ding staat vast: de muziek is haast altijd fantastisch. Met een vrouw die zwanger is van de duivel en een hoofd dat 180 graden draait, moet je niet ver kijken om te weten waar de inspiratie hier vandaan kwam. Rosemary's Baby? The Exorcist? Dit is een geschifte B-prent waarin de duivel zelf het voorwoord doet, u leest dat goed. De soundtrack van Franco Micalizzi bestaat echter helemaal naar de geest van al deze eigenaardigheid uit groovy jazzdeuntjes.

Exorcist II: The Heretic (1977) - Ennio Morricone

Wie echt wil zien wat style over substance betekent, moet deze tegenreactie op de originele Exorcist eens bekijken. Daar waar het origineel uitblonk in interessante kwesties, onhoudbare spanning en shockerende beelden, blinkt het vervolg uit in een onsamenhangend verhaal en absurde beelden. Zo verkleedt James Earl Jones zich als kakkerlak terwijl hij een appel uitspuwt en raaskalt een ladderzatte Richard Burton de ene onzinningheid na de andere. Die laatste probeert ook een brand te doven met een houten stok terwijl er een brandblusser langs hem aan de muur hangt. Maar ondanks al zijn fouten beschikt Exorcist II wel over een bloedmooie cinematografie en een steengoede voodooscore van dé Italiaanse filmcomponist bij uitstek, Ennio Morricone. Zo goed zelfs dat Morricone Regan's Theme recycleerde voor de Tarantino-prent The Hateful Eight (2015).

Purple Rain (1984) - Prince

Laat het duidelijk zijn dat deze film vooral diende om Prince's muzikaal talent te laten botvieren. Zijn acteertalent was helaas minder verbluffend. Prince speelt in deze semi-bio een personage met de subtiele naam The Kid, de frontman van het al even fijnzinnig bedachte The Revolution. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Purple Rain werd genomineerd voor zowel een Oscar als voor twee Razzies. Prince regisseerde zelf een sequel: Graffiti Bridge (1990), goed voor vijf Razzienominaties. Hoe dan ook, Purple Rain beschikt ongetwijfeld over één van de beste soundtracks ooit.

Zombi 3 (1988) - Stefano Mainetti

Er is in deze idiote zombieprent een scène waarin een afgehakt hoofd volledig op eigen kracht uit een diepvries komt en een nietsvermoedende burger te lijf gaat. Dat is zowat de manier waarop deze film omgaat met de fysicawetten, en met logica in het algemeen. Het verhaal is té dwaas om uit te leggen. Horrormeester Lucio Fulci regisseerde zo'n twintig minuten van deze onzin, de rest werd door klungelende knechten neergepoot. De muziek van Stefano Mainetti is wél aanstekelijk: een mix van cheesy synths en rock die onmiskenbaar uit de jaren 80 komen.

1492: Conquest of Paradise (1992) - Vangelis

Vijf eeuwen geleden vaarde Columbus per ongeluk tegen het Amerikaanse continent aan. Dat moet gevierd worden, dacht Ridley Scott. Die heeft met Gladiator (2000) en Kingdom of Heaven (2005) behoorlijk onderhoudende periodefilms afgeleverd, maar deze poging is eentje om te vergeten. Gérard Depardieu bazelt in een onverstaanbaar Engels en Scott laat ook de melodramatiek hoogtij vieren. En toch, Vangelis, Griekenlands favoriete exportproduct na feta, zet een soundtrack neer die elke scène zowat drie keer interessanter maakt. Met een mengeling van synthpop en Gregoriaanse gezangen is dit een score die de film moeiteloos overstijgt.

Batman Forever (1995) - Elliott Goldenthal

Het begin van de ondergang voor de eerste filmreeks rond Batman: de visueel verbluffende Tim Burton wordt in de regiestoel vervangen door de infantiele Joel Schumacher. Rock bottom bereikt Schumacher pas met Batman & Robin (1997), maar Batman Forever is nu ook niet meteen een meesterwerk. Jim Carrey en Tommy Lee Jones zetten het op een overacteren waar zelfs Johnny Depp jaloers op zou zijn. Visueel laat Schumacher ook de donkere gothic look van Gotham vallen voor een kitscherige speeltuin met schreeuwerige kleuren die met elkaar botsen. Gelukkig was er één opvolger die wel goed gekozen was. Elliott Goldenthal vervangt op overtuigende wijze Danny Elfman voor de score. Onder andere U2, Seal en Massive Attack zorgden voor enkele bijdrages.

Jeanne d'Arc (1999) - Éric Serra

Luc Besson begon zijn carrière als cinéma du look-regisseur. Cinéma du look was een Franse beweging die 'le look' verkoos boven het narratieve. Die look was vaak zo prachtig dat het hem terechte successen opleverde met Le grand bleu (1988) en Nikita (1990). Maar tegen 1995 begint Besson Mila Jovovich in zowat elke film te casten en doet hij pogingen om wél zinnige verhalen te brengen, wat niet zijn sterkste kant bleek. Zo mag la Jovovich Jeanne d'Arc neerzetten in een weinig uitgebalanceerd middeleeuws drama waarin de Oekraïense meer schreeuwt dan praat. Huiscomponist Éric Serra is naar goede gewoonte wél zijn vertrouwde zelve, met voor zijn doen nochtans atypische composities. Ver weg van zijn gewoonlijke industriële sound, zet hij hier in op een traditionele filmscore, inclusief kerkkoren.

(JVDV)

Italiaanse horrorfilms zijn ofwel geniaal ofwel goedkope rip-offs. Welke film onder welke noemer valt, hangt soms van de kijker af. Maar één ding staat vast: de muziek is haast altijd fantastisch. Met een vrouw die zwanger is van de duivel en een hoofd dat 180 graden draait, moet je niet ver kijken om te weten waar de inspiratie hier vandaan kwam. Rosemary's Baby? The Exorcist? Dit is een geschifte B-prent waarin de duivel zelf het voorwoord doet, u leest dat goed. De soundtrack van Franco Micalizzi bestaat echter helemaal naar de geest van al deze eigenaardigheid uit groovy jazzdeuntjes.Wie echt wil zien wat style over substance betekent, moet deze tegenreactie op de originele Exorcist eens bekijken. Daar waar het origineel uitblonk in interessante kwesties, onhoudbare spanning en shockerende beelden, blinkt het vervolg uit in een onsamenhangend verhaal en absurde beelden. Zo verkleedt James Earl Jones zich als kakkerlak terwijl hij een appel uitspuwt en raaskalt een ladderzatte Richard Burton de ene onzinningheid na de andere. Die laatste probeert ook een brand te doven met een houten stok terwijl er een brandblusser langs hem aan de muur hangt. Maar ondanks al zijn fouten beschikt Exorcist II wel over een bloedmooie cinematografie en een steengoede voodooscore van dé Italiaanse filmcomponist bij uitstek, Ennio Morricone. Zo goed zelfs dat Morricone Regan's Theme recycleerde voor de Tarantino-prent The Hateful Eight (2015).Laat het duidelijk zijn dat deze film vooral diende om Prince's muzikaal talent te laten botvieren. Zijn acteertalent was helaas minder verbluffend. Prince speelt in deze semi-bio een personage met de subtiele naam The Kid, de frontman van het al even fijnzinnig bedachte The Revolution. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Purple Rain werd genomineerd voor zowel een Oscar als voor twee Razzies. Prince regisseerde zelf een sequel: Graffiti Bridge (1990), goed voor vijf Razzienominaties. Hoe dan ook, Purple Rain beschikt ongetwijfeld over één van de beste soundtracks ooit. Er is in deze idiote zombieprent een scène waarin een afgehakt hoofd volledig op eigen kracht uit een diepvries komt en een nietsvermoedende burger te lijf gaat. Dat is zowat de manier waarop deze film omgaat met de fysicawetten, en met logica in het algemeen. Het verhaal is té dwaas om uit te leggen. Horrormeester Lucio Fulci regisseerde zo'n twintig minuten van deze onzin, de rest werd door klungelende knechten neergepoot. De muziek van Stefano Mainetti is wél aanstekelijk: een mix van cheesy synths en rock die onmiskenbaar uit de jaren 80 komen.Vijf eeuwen geleden vaarde Columbus per ongeluk tegen het Amerikaanse continent aan. Dat moet gevierd worden, dacht Ridley Scott. Die heeft met Gladiator (2000) en Kingdom of Heaven (2005) behoorlijk onderhoudende periodefilms afgeleverd, maar deze poging is eentje om te vergeten. Gérard Depardieu bazelt in een onverstaanbaar Engels en Scott laat ook de melodramatiek hoogtij vieren. En toch, Vangelis, Griekenlands favoriete exportproduct na feta, zet een soundtrack neer die elke scène zowat drie keer interessanter maakt. Met een mengeling van synthpop en Gregoriaanse gezangen is dit een score die de film moeiteloos overstijgt.Het begin van de ondergang voor de eerste filmreeks rond Batman: de visueel verbluffende Tim Burton wordt in de regiestoel vervangen door de infantiele Joel Schumacher. Rock bottom bereikt Schumacher pas met Batman & Robin (1997), maar Batman Forever is nu ook niet meteen een meesterwerk. Jim Carrey en Tommy Lee Jones zetten het op een overacteren waar zelfs Johnny Depp jaloers op zou zijn. Visueel laat Schumacher ook de donkere gothic look van Gotham vallen voor een kitscherige speeltuin met schreeuwerige kleuren die met elkaar botsen. Gelukkig was er één opvolger die wel goed gekozen was. Elliott Goldenthal vervangt op overtuigende wijze Danny Elfman voor de score. Onder andere U2, Seal en Massive Attack zorgden voor enkele bijdrages.Luc Besson begon zijn carrière als cinéma du look-regisseur. Cinéma du look was een Franse beweging die 'le look' verkoos boven het narratieve. Die look was vaak zo prachtig dat het hem terechte successen opleverde met Le grand bleu (1988) en Nikita (1990). Maar tegen 1995 begint Besson Mila Jovovich in zowat elke film te casten en doet hij pogingen om wél zinnige verhalen te brengen, wat niet zijn sterkste kant bleek. Zo mag la Jovovich Jeanne d'Arc neerzetten in een weinig uitgebalanceerd middeleeuws drama waarin de Oekraïense meer schreeuwt dan praat. Huiscomponist Éric Serra is naar goede gewoonte wél zijn vertrouwde zelve, met voor zijn doen nochtans atypische composities. Ver weg van zijn gewoonlijke industriële sound, zet hij hier in op een traditionele filmscore, inclusief kerkkoren.(JVDV)