Dit artikel is op 13 mei 2016 verschenen in de Knack Collector's Edition over Prince, uitgebracht na zijn overlijden.
...

Ergens halverwege Purple Rain komt Prince op zijn paarse Honda aangereden bij zijn ouderlijke huis. Op de stoep zit zijn moeder, huilend, nadat ze nog maar eens in elkaar is geslagen. Hij stormt het huis in, op zoek naar zijn vader. 'Where are you? Answer me, motherfucker!' - niemand kan 'motherfucker' zeggen zoals Prince. Wanneer hij plots pianoklanken hoort, maakt hij een vinnige, elegante James Brown-pirouette en stapt hij naar de kelder, waar zijn vader eenzaam achter een piano een lied speelt en hem vertelt dat hij beter nooit trouwt. Niet veel later schiet zijn vader zich door het hoofd. Het is het moment waarop je je als kijker twee dingen realiseert.Een: Prince is geen groot acteur.Twee: Purple Rain is geen gewone muziekfilm.Op zich is het makkelijk om, 32 jaar later, met Purple Rain te lachen. Heel makkelijk. Het verhaaltje over twee muzikale rivalen - The Kid, gespeeld door Prince, en Morris, gespeeld door zijn jeugdvriend Morris Day - die strijden om een meisje, is even flinterdun als naïef. De misogynie - vrouwen worden mishandeld, aanbeden of mishandeld én aanbeden - is ingehaald door de tijdsgeest. De gesatureerde MTV-esthetiek van regisseur Albert Magnoli is hopeloos gedateerd. Paarse motorfietsen hebben met de jaren beduidend aan cool ingeboet. En toch werkt Purple Rain. Op een rare, rare manier. Maar hij werkt.En daar heeft die ene scène in de kelder veel mee te maken. Purple Rain wil namelijk veel zijn. Een coming-of-ageverhaal van een jonge muzikant. Een grootse tienermusical die Prince' podiumenergie vat. Een onderzoek naar de band tussen artiest en publiek. Een promotool voor singles als When Doves Cry, Let's Go Crazy en I Would Die 4 U. Maar één ding is de film niet: een hagiografie. The Kid is een weinig sympathiek, vrouwonvriendelijk personage met een aparte seksuele uitstraling - niet meteen het imago waar een popicoon van droomt. Op een bepaald moment heeft hij een visioen van zijn eigen zelfmoord - ook niet iets wat wij Beyoncé zouden zien doen. Maar vooral het spel met feit en fictie is ronduit waanzinnig. De vader van The Kid is een mislukte jazzpianist met losse handjes - een personage dat verdacht veel lijkt op Prince' eigen vader. De kelder in zijn ouderlijke huis was de plek waar Prince piano leerde spelen. En het nummer dat zijn fictieve vader in de film op piano speelt, heet Father's Song. Een compositie van John L. Nelson - dat is Prince' échte vader. Denk de - overigens uitstekende - muzikale intermezzo's, de naaktscène van Apollonia en de eindeloze motorritten weg en je houdt over: Prince die zijn eigen oedipale nachtmerrie naspeelt. 'Maybe I'm just like my father': het klonk nooit gemeender dan in Purple Rain.In de zomer van 1984 deed Prince iets waar enkel The Beatles tot dan in waren geslaagd: simultaan op één staan met een single, een plaat én een film. Het was Prince die, op het toppunt van zijn roem, de volgende stap in zijn carrière zette: zichzelf mythologiseren. Dat hij dat met het geschifte, ongrijpbare en overambitieuze Purple Rain deed, zegt min of meer alles over welke artiest hij wilde worden.Alleen spijtig van die paarse Honda.Toch serieus aan cool ingeboet.