'Het is zwaar als je alles wil begrijpen. Je zou ook kunnen zeggen: we zien wel. Wat denk jij, Paul? Moet een mens alles uitpluizen en bespreken?' Aan het woord is Anna, de vrouw van Remi, een emeritus hoogleraar antropologie die zijn ex-student Paul meesleurt in een zoektocht naar het begin en het ontstaan van de mensheid, zoals hij het zelf zegt, naar de draaikolk waarin mensen in het reine proberen te komen met drift, extase en agressie, maar ook met lijden, ziekte en dood. De oude professor wil toegang krijgen tot het duistere - en ook wel het lichte - in ieder van ons dat ontsnapt aan de directe greep van de rede. De sleutel waarmee hij die kerker wil openen, is een reeks beeldjes die hij tijdens zijn jarenlange verblijf bij de Zuidwest-Congolese Yaka heeft verzameld, fetisjen, of 'kra...

'Het is zwaar als je alles wil begrijpen. Je zou ook kunnen zeggen: we zien wel. Wat denk jij, Paul? Moet een mens alles uitpluizen en bespreken?' Aan het woord is Anna, de vrouw van Remi, een emeritus hoogleraar antropologie die zijn ex-student Paul meesleurt in een zoektocht naar het begin en het ontstaan van de mensheid, zoals hij het zelf zegt, naar de draaikolk waarin mensen in het reine proberen te komen met drift, extase en agressie, maar ook met lijden, ziekte en dood. De oude professor wil toegang krijgen tot het duistere - en ook wel het lichte - in ieder van ons dat ontsnapt aan de directe greep van de rede. De sleutel waarmee hij die kerker wil openen, is een reeks beeldjes die hij tijdens zijn jarenlange verblijf bij de Zuidwest-Congolese Yaka heeft verzameld, fetisjen, of 'krachtvoorwerpen' zoals hij ze liever noemt. Ze zijn gemaakt van hout, regelmatig ontbreken er onderdelen zoals handen, oren of borsten en hun lichaam is mettertijd verrijkt met allerhande kleine objecten met een symbolische betekenis, zoals zakjes as, stukjes glas, vingernagels, plukjes haar, de aarde vanonder het bed van een weduwe, het hart van een haan, oud sperma en een vluchtige schaduw. De beeldjes werden gebruikt door sjamanen en na hun dood achtergelaten op hun graf. Vier jaar geleden schreef Koen Peeters de roman De mensengenezer, waarin hij het verhaal vertelde van zijn Leuvense hoogleraar antropologie Renaat Devisch. Omdat het fictie was, gaf hij de man de naam Remi, maar dat hij als geen ander de Yaka-cultuur kende, was waarheidsgetrouw. Zodra dat boek in de winkel was, bleek het verhaal van Devisch nog niet klaar. We moeten verdergaan, zei de vorig jaar overleden academicus aan zijn oud-student, en dat is ook wat Remi tegen Paul zegt in Peeters' nieuwe roman De minzamen. Samen moeten ze op zoek naar de zieners, waarzeggers en genezers van deze wereld. Ze moeten verder dan de Yaka durven te kijken en ook in onze cultuur de mensen vinden die de wereld niet in het keurslijf van een absolute waarheid willen persen, maar daarentegen openstaan voor het ongrijpbare en het onzegbare en die niet terugdeinzen voor de sterfelijkheid, het noodlot en het kwaad. De minzamen dus. Of beter gezegd, Paul moet ernaar op zoek gaan, als een goede secretaris in de lacaniaanse zin van het woord: iemand die met een scherp bewustzijn observeert, geen eigen meningen in het spel brengt en alles noteert in een begrijpelijke taal. Remi, moet u weten, is naast antropoloog ook psychoanalist. En dus gaat Paul praten met Fabien, de Yaka die in Brussel woont en er als de dood voor is om de beeldjes van Remi aan te raken, omdat ze te veel kracht uitstralen. Hij bezoekt de weduwe van André Ryckmans, de adjunct-gewestbeheerder van koloniaal Congo die net als Remi jarenlang de Yaka-cultuur onderzocht alvorens in 1960 een van de eerste slachtoffers te worden van de opstand tegen de Belgen. In Brugge gaat hij op bezoek bij een handoplegger die pretendeert heel wat over Pauls privéleven te weten maar er meer naast dan op zit. Daarna doet hij pater Simon aan, de beëdigde exorcist van het bisdom en hij reist zelfs naar Rome, om er in het Vaticaan priester Roger aan te treffen, die op wonderbaarlijke wijze relikwieën vermenigvuldigt door ze met zijn zakmes in drie te snijden. Het zijn ontmoetingen die Paul inzicht brengen, maar die in alles onderdoen voor de gesprekken die hij met Remi heeft, de man die op het einde van zijn leven schijft: 'In de ontmoeting spiegelen we elkaar en laten daardoor sporen achter op onszelf.'