Dat heb je met ladders: op een dag donder je ervan af. Sigvaldi heeft wel een mooi uitzicht: vanaf de stoep staart hij naar de blauwe lucht die boven Stavanger hangt en naar de jonge vrouw die zich over zijn gebroken lijf ontfermt. Uit zijn gebarsten schedel sijpelen herinneringen. Hij denkt vooral aan zijn dochter, zijn verloren dochter Ásta. Een dochter die hij op een dag het huis uit bonjourde, een dochter die hij een hoerenjong noemde - een dochter die met een zware emotionele rugzak door Europa trekt maar altijd naar IJsland wordt teruggelokt.
...