Dat heb je met ladders: op een dag donder je ervan af. Sigvaldi heeft wel een mooi uitzicht: vanaf de stoep staart hij naar de blauwe lucht die boven Stavanger hangt en naar de jonge vrouw die zich over zijn gebroken lijf ontfermt. Uit zijn gebarsten schedel sijpelen herinneringen. Hij denkt vooral aan zijn dochter, zijn verloren dochter Ásta. Een dochter die hij op een dag het huis uit bonjourde, een dochter die hij een hoerenjong noemde - een dochter die met een zware emotionele rugzak door Europa trekt maar altijd naar IJsland wordt teruggelokt.
...

Dat heb je met ladders: op een dag donder je ervan af. Sigvaldi heeft wel een mooi uitzicht: vanaf de stoep staart hij naar de blauwe lucht die boven Stavanger hangt en naar de jonge vrouw die zich over zijn gebroken lijf ontfermt. Uit zijn gebarsten schedel sijpelen herinneringen. Hij denkt vooral aan zijn dochter, zijn verloren dochter Ásta. Een dochter die hij op een dag het huis uit bonjourde, een dochter die hij een hoerenjong noemde - een dochter die met een zware emotionele rugzak door Europa trekt maar altijd naar IJsland wordt teruggelokt. Ásta maakt er het beste én een potje van. Als probleemjongere komt ze op een boerderij terecht - schapen hoeden, bij wijze van heropvoeding - maar als pientere adolescent slaagt ze er wel in een paar diploma's te scoren. Ze houdt van literatuur, van theater en filosofie, en versiert zelfs een job op een krantenredactie. En ze houdt van mannen, liefst van het onbereikbare, getrouwde type. Vaderfiguren, want iemand moet toch voor haar zorgen? Kunstenaars, want iemand moet haar toch schoonheid bijbrengen? Tussen de vrolijke tragedies van Sigvaldi en Ásta door ontmoeten we ook nog een schrijver die verdacht veel op Jón Kalman Stefánsson lijkt. Hij heeft zich op het platteland teruggetrokken, vastberaden een roman te schrijven. Dat is buiten de buurman gerekend die geregeld komt aanlopen en Jón voor zijn commercieel karretje wil spannen: 'Vroeger had IJsland alleen schapen en Björk, en die laatste is al een paar keer verkocht. Natuurtoerisme, dát is de toekomst. Authenticiteit, dat willen de mensen. Afzien in de kou, achter schapen aanrennen, naar het poollicht gapen, én vet veel geld neertellen voor die ervaring.' Een bonkige schrijver in de buurt zou prima staan in de reisbrochure dus misschien wil Jón wel gratis in de vuurtoren gaan wonen, net zo romantisch. De roman waaraan Jón werkt, is natuurlijk Het verhaal van Ásta. Geen bijster origineel trucje en hoewel je aanvankelijk valt voor de mild ironische toets waarmee de auteur zijn personages neerzet, gaat het feelgoodelement na een tijdje op je zenuwen werken. Huiselijk geweld, ontheemde kinderen, overspel, drank: daar een prettige Disney-saus over gieten stoot tegen de borst. Jón Kalman Stefánsson kent zijn metier maar deze roman blijft wat in de ijle polaire lucht hangen, en de krampachtigheid waarmee hij alle verhaallijntjes netjes wil verstrengelen, lijkt een toegift aan het brede publiek.