1. In hoeverre is vrijheid haalbaar voor een mens, is een centrale vraag in je boek. Wat denk je zelf? Vind je de vrijheid in het afzweren van de wereld, zoals Meindert, of eerder in het succesvol bemeesteren ervan, waarna je je vrijheid kunt kopen, zoals Harry denkt?

Florence Tonk: Ik ga heen en weer tussen die twee. Soms wil ik het liefst zo weinig mogelijk financiële verplichtingen hebben en een sober leven leiden, wat natuurlijk ook wel nodig is als freelancejournaliste en schrijfster. (lacht) Andere keren denk ik dat een beter inkomen me meer zekerheid en vrijheid zou geven. Wat ik intussen wel geleerd heb, i...

Florence Tonk: Ik ga heen en weer tussen die twee. Soms wil ik het liefst zo weinig mogelijk financiële verplichtingen hebben en een sober leven leiden, wat natuurlijk ook wel nodig is als freelancejournaliste en schrijfster. (lacht) Andere keren denk ik dat een beter inkomen me meer zekerheid en vrijheid zou geven. Wat ik intussen wel geleerd heb, is dat het streven naar vrijheid je helemaal niet vrij maakt. Meindert is hele dagen gefocust op zijn houtje-touwtjeleven en het vinden van gratis of goedkope zaken. Harry doet niets anders dan zijn centen tellen. Vrij kun je hen daardoor geen van beiden noemen. Ik zie dat ook onder mijn vrienden. Op een gegeven moment gaan ze carrière maken, kopen ze een groter huis en een grotere auto. Het wordt steeds meer en ik vraag me dan af hoe leuk dat na verloop van tijd nog is. Je koopt geen vrijheid, je koopt alleen ketenen. Tonk: Inderdaad, de angst om verbintenissen aan te gaan, of om zich over te geven aan een ander. Dat dat voor mijn personages geldt, ligt voor de hand. Beiden zijn beschadigd geraakt in hun kindertijd, de een doordat hij verlaten is door zijn moeder en de ander doordat hij al op heel jonge leeftijd voor zijn labiele moeder heeft moeten zorgen. Liefde is voor hen niet vanzelfsprekend. Misschien hameren ze daarom wel zo op die vrijheid, terwijl ze gewoon bang zijn om echt van iemand te houden. Tonk: De schaduwzijde van die door ons zo nagestreefde vrijheid is dat we langs elkaar heen leven. We engageren ons niet meer en vervallen daardoor in eenzaamheid. Dat we allemaal in de stad gaan wonen, helpt ook niet. We wonen heel dicht tegen elkaar aan, maar we vormen tezelfdertijd de meest vervreemde generatie ooit.