Douglas Raymer is commissaris in North Bath, een verlopen industriestadje in het noorden van de staat New York. Hij is bijna aan zijn pensioen toe, maar misschien moet hij eerst nog een paar zaakjes afhandelen, denkt hij, zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Wie Richard Russo's begin jaren 90 geschreven maar vorig jaar pas vertaalde roman Niemands gek heeft gelezen, herinnert zich Raymer allicht nog als de sullige politieagent die zijn gebrek aan ruggengraat trachtte te camoufleren met een overdaad aan stoer vertoon. Niemands gek speelde in de jaren 80. In Allemans gek schuiven we tien jaar op. Het aantal verkrotte huizen in North Bath is nog even ...

Douglas Raymer is commissaris in North Bath, een verlopen industriestadje in het noorden van de staat New York. Hij is bijna aan zijn pensioen toe, maar misschien moet hij eerst nog een paar zaakjes afhandelen, denkt hij, zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Wie Richard Russo's begin jaren 90 geschreven maar vorig jaar pas vertaalde roman Niemands gek heeft gelezen, herinnert zich Raymer allicht nog als de sullige politieagent die zijn gebrek aan ruggengraat trachtte te camoufleren met een overdaad aan stoer vertoon. Niemands gek speelde in de jaren 80. In Allemans gek schuiven we tien jaar op. Het aantal verkrotte huizen in North Bath is nog even hoog, net als de werkloosheid, en de meeste mannen trachten hun verdriet nog steeds te verdrinken in een flesje Budweiser. Allemans gek opent op het kerkhof, waar rechter Barton Flatt aan zijn laatste reis begint. Terwijl Raymer zich bedenkt dat het stiksel op het gewaad van de langharige priester wel heel erg veelkleurig en complex is, wat allicht betekent dat hij een vriendin heeft of zelf graag borduurt, speelt hij in zijn broekzak met de afstandsbediening van een garagepoort. Wat een pervert, denken een moeder en haar dochter die hem zo bezig zien. Staat de commissaris daar wat aan zijn jongeheer te frunniken, op zo'n moment! Het is een typische scène voor Richard Russo, de schrijver die met een bijna onwereldse genade zijn personages neerzet als de tragikomische figuren die we in onze beste of slechtste momenten allemaal zijn. De afstandsbediening hoort immers niet bij Raymers eigen garage. Ze werd gevonden in de auto van zijn vrouw, die verongelukte net toen ze hem ging verlaten voor een ander. Als ik iedere dag een straat afwerk, denkt Raymer, moet ik ooit de garage vinden waar de afstandsbediening bij hoort, en de man met wie mijn Becka een relatie had. Wat hij daarná zal doen, weet hij niet. Russo hangt zijn boeken eerder aan zijn personages dan aan een spannende plot op. Zo is er Sully, die de hoofdrol speelde in Niemands gek. Op zijn zeventigste leeft hij niet langer van het ene rotklusje naar het andere klotebaantje: hij heeft geërfd en op de paardenrennen gewonnen, maar krijgt van de dokter te horen dat hij nog maximaal twee jaar heeft. Aannemer Carl kan na zijn prostaatoperatie niet langer rekenen op het lichaamsdeel dat in North Bath menig huwelijk, waaronder dat van hemzelf, te gronde heeft gericht en concentreert zich op zijn steeds verder achteruitboerende en kwalijk ruikende zaak. En, niet te vergeten: er is Roy, de extreem gewelddadige schoonzoon van de caféuitbaatster, die net uit de gevangenis is ontslagen en een van Raymers kopzorgen zal worden. Net zoals Russo's vorige romans speelt Allemans gek in Trump-country. Zijn personages zijn de mensen wier job de voorbije decennia verdwenen is en die nu soms uit armoede in een camper wonen. Washington hebben ze al lang opgegeven. Nee, beseffen ze, ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Ze vechten terug op hun manier, door hun leven ondanks alles weer zin en waardigheid te geven, door een knipoog, een lach en heel veel wederzijds begrip.