1. Waarom houdt de kerk zo obstinaat vast aan het celibaat?

STEFAN VAN DIERENDONCK: Liefde is net zo goed een irrationele sprong als religie. Het gaat om precies dezelfde passie, maar dan in een andere context. Daarom is het inderdaad verbazingwekkend dat de kerk haar priesters de liefde verbiedt. Historisch gezien is dat wel te begrijpen. Het celibaat was een manier om het kerkelijk bezit niet te moeten opdelen onder de zonen van de priesters. Het vloeide ook voort uit het alles-of-nietsdenken dat je maar één heer kunt dienen, en dus niet God en vrouw tegelijkertijd. Ik begrijp die gedachte wel, maar zo werkt de wereld niet. Een mens kan meerdere relaties aangaan. Hij kan veranderen.
...

STEFAN VAN DIERENDONCK: Liefde is net zo goed een irrationele sprong als religie. Het gaat om precies dezelfde passie, maar dan in een andere context. Daarom is het inderdaad verbazingwekkend dat de kerk haar priesters de liefde verbiedt. Historisch gezien is dat wel te begrijpen. Het celibaat was een manier om het kerkelijk bezit niet te moeten opdelen onder de zonen van de priesters. Het vloeide ook voort uit het alles-of-nietsdenken dat je maar één heer kunt dienen, en dus niet God en vrouw tegelijkertijd. Ik begrijp die gedachte wel, maar zo werkt de wereld niet. Een mens kan meerdere relaties aangaan. Hij kan veranderen. VAN DIERENDONCK: Het is gewoon angst. Natuurlijk wil je als belangrijk instituut je macht niet opgeven. Je bent immers bang om veel kwijt te raken. Maar misschien verlies je wel alles door je te veel aan het bestaande vast te klampen. Als de kerk in de toekomst relevant wil blijven moet ze af van zaken als het celibaat of het verbod op voorbehoedsmiddelen. Soms hoop ik dat haar overkomt wat het Tibetaanse boeddhisme is overkomen: dat al haar bezittingen worden afgenomen en zij zich daardoor alleen nog hoeft te concentreren op de geestelijke waarden van het geloof. Laat de kerk dan maar eens tonen wat ze werkelijk te bieden heeft. Al dat Vaticaanse marmer weerhoudt de kerk van echte devotie. Schenk dat weg aan de staat, denk ik dan. VAN DIERENDONCK: Ik ontdekte niet alleen de liefde voor een vrouw, maar ook die voor de wereld. De vrome melodieën maakten plaats voor radio en tv. Ik begon andere kleren te dragen en ging naar andere plaatsen. Dat veranderde me. In die zin snap ik de angst van de kerk wel. We gaan de deur niet openzetten voor de wereld, denken ze, want dan komen mensen op een hellend vlak terecht. De belofte die ik ooit heb afgelegd, maakt echter nog steeds deel uit van mijn identiteit. Ik beschouw mezelf nog steeds als priester. Vandaar dat dit thema ook altijd terug zal keren in mijn boeken. God is in onze geseculariseerde wereld geen betekenisloos woord voor me geworden.