Serge Gainsbourg: alles behalve seks

02/03/16 om 10:50 - Bijgewerkt om 14:17

Bron: Knack Focus

Behalve de liefde en seks - beluister hier vijf van Serges sekssongs - omvatten de meer dan 636 songtitels van Serge Gainsbourg ook andere, niet minder relevante thema's. Vijf op een rij!

Serge Gainsbourg: alles behalve seks

© Tony Frank

Zelfmoord: Le poinçonneur des Lillas (1958)

De Song: Weinig songs vatten zo goed de uitzichtloosheid van een bestaan als deze, over een kaartjesknipper in de Parijse metro die letterlijk smacht naar een hoger leven. Wordt zijn finale lotsbeschikking hier nog gesuggereerd, dan is Gainsbourg in latere songs explicieter. In 'Chatterton' (1967) bijvoorbeeld, genoemd naar de Engelse dichter die zich op zijn zeventiende van het leven beroofde; in 'Quand mon six trente-cinq me fait les yeux doux' (1964); en in het op Boris Vians 'Je mourrai d'un cancer de la colonne vertébrale' geïnspireerde 'Suicide' (1982).

Extra: Tom Barman coverde deze song een paar jaar geleden op een tribute-plaat voor Gainsbourg, samen met Guy Van Nueten. Hij vertolkte 'm live op De Wereld Draait Door.

Vaderliefde: La poupée qui fait (1973)

De Song: Perverse geesten zien er graag een fetisj in voor seks met opblaaspoppen, maar 'La poupée qui fait' is toch veeleer een ode aan zijn twee jaar prille dochter Charlotte. Later recidiveerde hij met 'Shush! Shush! Shush!' Charlotte (1977), waarvan de titel ironisch genoeg geïnspireerd is op Robert Aldrichs horrorfilm 'Hush, Hush, Sweet Charlotte', en met het verschroeide duet 'Lemon Incest' (1984). Finaal schrijft hij met 'Charlotte For Ever' (1986) een film én een album voor haar.

Extra: Gainsbourg maakte ook odes aan zijn andere erven. Check onder andere 'Lulu', opgedragen aan zijn zoon en vertolkt samen met diens moeder, Bambou.

Nationalisme: Aux Armes Etc. (1979)

De Song: Na 'Je t'aime moi non plus' zijn tweede grootste schandaalsong. Geïnspireerd door The Sex Pistols' 'God Save The Queen' (1977) zet Gainsbourg flarden van het Franse volkslied op een reggaebeat, en raakt de goegemeente hard in het tricolore hart. Het woekert een bij momenten wansmakelijk antisemitisch debat over de Franse identiteit (Gainsbourg is een Franse jood met Russische roots). Gainsbourg claimt op geniale wijze het laatste woord: met de opbrengst van het succesnummer koopt hij het originele manuscript van 'La Marseillaise'.

Extra: Gainsbourg, geflatteerd door de interesse van 'les p'tits gars', laat na de release van het album en de song geen gelegenheid onbenut om voor de televisiecamera's zijn gelijk te staven, zelfs in een rechtstreeks uitgezonden telefonische confrontatie met 'le peuple'.

Drugs: Aux Enfants de la chance (1987)

De Song: Sleutelsong op 'You're Under Arrest', een conceptalbum over een relatie met een verslaafde, indirect geïnspireerd op zijn nieuwe muze Bambou, ex-model én gebruiker. Zijn pleidooi is even striemend als hartverscheurend: 'Dites-leur et dis-leur / de casser la gueule aux dealers'.

Extra: Eerder was hij minder moraliserend: in 'Coco and Co' (1964) rijmde hij de verschillende verslavingen van zijn jazzmuzikanten aan elkaar, en in 'My lady héroïne'(1977) zitten genoeg dubbele bodems om een hele coca-plantage in te verstoppen.

Homoseksualiteit: Kiss Me Hardy (1984)

De Song: Het is midden jaren tachtig, aids discrimineert, homo's worden geviseerd en Gainsbourg provoceert. Om komaf te maken met zijn imago van misogyne macho afficheert hij zich op de hoes van funkrockalbum 'Love on the Beat' als dandy travestiet. In 'I'm the boy' snuift hij de geur van dark rooms op en in 'Kiss Me Hardy', genoemd naar de vermeende laatste woorden van Admiraal Nelson, ingefluisterd aan zijn lover boy, scheepskapitein Thomas Hardy, suggereert hij zelf biseksuele neigingen te hebben.

Extra: In 1963 al schreef hij een song waarin hij het opneemt voor homo's. De titel: 'Dieu que les hommes sont méchantes'.

Karel Degraeve

Lees en luister ook: Serge Gainsbourg: de sekssongs.

Onze partners