Het is geen geheim dat streamingplatform HBO hoopt dat de gemiddelde leeftijd van zijn vergrijzende abonnees gevoelig zal dalen dankzij I Love LA. De hippe reeks komt uit de koker van het dertigjarige comedytalent en internetfenomeen Rachel Sennott en draait rond een groepje Gen Z’ers dat het probeert te maken in de entertainmentindustrie in LA. De finale kwam in de kerstvakantie online.
Sennott, die meteen ook de hoofdrol voor haar rekening neemt, speelt Maia, een personage dat opvallend veel gelijkenissen vertoont met de Rachel Sennott die we kennen van haar sociale media. Maia beschikt niet alleen over dezelfde stereotiepe nasale Amerikaanse intonatie als haar bedenker, ze wordt vooral gekenmerkt door dezelfde cocktail van brandende ambitie en een haast exhibitionistische, ironische openheid over haar kleine kantjes. Niet toevallig wordt Sennott genoemd als opvolger van Lena Dunham.
Is het omdat ik zelf een millennial ben dat de reeks me in eerste instantie niet kan bekoren? Maia’s universum voelt alleszins dermate leeg aan dat ik het liefst weer weg had gezapt na de eerste twee afleveringen. Panikeren over ouderdom op je zevenentwintigste verjaardag, hysterisch twijfelen over de vraag of je iemand zal ontvolgen of ruziemaken over een dure handtas van Balenciaga: het zal me allemaal worst wezen.
Na enkele afleveringen begin ik echter beter te begrijpen waarom HBO zo enthousiast is over Sennott. Zo is er een episode waarin Maia en haar vrienden naar een hip feest gaan in het huis van topacteur Elijah Wood. De ontspoorde scènes met een influencer op speed die al haar posts in scène zet, zijn ronduit slim. En wanneer Wood zich ontpopt tot wereldvreemde celebrity met smetvrees, kan je niet anders dan gniffelen.
Het is geruststellend dat er een personage rondloopt in I Love LA dat trots is op zijn ‘gewone’ job als leerkracht.
Beter nog zijn de momenten waarop al het gedoe over Insta-filmpjes plaatsmaakt voor echte vriendschap en kwetsbare inzichten. Maia’s vriend Dylan, gespeeld door Josh Hutcherson, is niet alleen een baken van rust en verdraagzaamheid, hij weet evengoed in enkele zinnen duidelijk te maken waarom het geen goed idee is om een wapen in huis te hebben. Bovendien is het geruststellend dat er een personage rondloopt in I Love LA dat trots is op zijn ‘gewone’ job als leerkracht. Dat de slimste uitspraken over vriendschap uit de mond komen van een overdreven positieve, christelijke popzanger met miljoenen volgers, is ook al een slimme vondst van Sennott.
Al blijft de leegte altijd op de loer liggen. Maia en haar vrienden mogen dan wel minder narcistisch blijken dan de gemiddelde inwoner van LA uit de reeks, het blijft draaien om het juiste feestje en de juiste jurk in de hoop carrière te kunnen maken.
Sennott wordt vaak beschreven als stem van een generatie dankzij – toegegeven, grappige – online filmpjes waarin ze de draak steekt met de Hollywoodcultuur die geobsedeerd is door uiterlijk vertoon. Maar net zoals ze op haar socials lacht met het leven dat ze tegelijkertijd ambieert, bevestigt ze ook met I Love LA veeleer het status quo, in plaats van de hele holle TikTok-competitie in vraag te stellen. Maia zal haar ziel niet verkopen in ruil voor een vette cheque, maar ze heeft onmiskenbaar een materialistische visie op succes.
Dat er met geen woord gerept wordt over de huidige staat van de wereld, vind ik bovendien bizar voor een reeks die beweert de tijdsgeest te willen vatten. Uiteraard hoeft niet alle hedendaagse fictie politiek te zijn, maar op basis van Sennotts wereldbeeld voel ik mijn hoop voor de mensheid weer een tikkeltje verder slinken.