Tobias Cobbaert
‘Elektronische lockers geven me een gevoel van machteloosheid’
Tobias Cobbaert schrijft wekelijks over wat hem wakker houdt. Of net niet.
Zowel qua sfeer als qua programmatie is de Botanique met voorsprong mijn favoriete concertzaal van het land. Maar sinds enkele maanden heb ik een puntje van kritiek. De vestiaire is er namelijk vervangen door elektronische lockers. Tegenwoordig moet je een QR-code scannen en je locker digitaal betalen, waarna je hem met je smartphone kan openen. In principe kan je ter plaatse een interface gebruiken om een kluisje te reserveren en een pincode in te stellen, maar omdat daar altijd een grote wachtrij staat, is dat eigenlijk geen optie voor mijn ongeduldige zelve.
Helaas word ik ook van dat smartphonesysteem een beetje onpasselijk. Wellicht ben ik op dat vlak gewoon te ouderwets, maar ik hou van fysieke sleutels. Misschien denken sommige lezers nu: Tobias, heb je onlangs geen column over moshpits geschreven? Is het niet net handig dat je het sleuteltje voor je locker niet kan verliezen tussen al dat geweld? Op zich klinkt dat als een goed argument. Maar weet je wat ik ook kan verliezen tijdens een wild concert? Mijn telefoon. En nu heb ik niet meer de mogelijkheid om óf mijn gsm, óf mijn toegang tot mijn spullen te verliezen. Het is alles of niets.
Van hoofdtelefoons die enkel via bluetooth kunnen verbinden, krijg ik de kriebels.
Daarnaast vind ik het gewoon niet zo fijn om zo afhankelijk te zijn van technologie. Een sleutel in een slot steken en omdraaien is een handeling waar ik alle controle over heb. Wanneer die vervangen wordt door een digitale actie, spoken er allemaal paranoïde gedachten door mijn hoofd. Wat als de batterij van mijn gsm plots leegloopt? Of als er net op het moment dat ik wil vertrekken iets mis is met mijn internetverbinding? Laat staan dat het interne systeem van de lockers begint tegen te sputteren, waardoor niemand er nog een kan openen?
Die gedachten zijn tekenend voor mijn algemene gevoelens rond technologische vooruitgang. Toen ik een nieuwe smartphone moest kopen, ben ik bijvoorbeeld krampachtig op zoek gegaan naar een model waar je nog een fysieke kabel in kan pluggen. Ook van hoofdtelefoons die alleen via bluetooth kunnen verbinden, krijg ik de kriebels. Het idee dat je dat ding moet opladen, en dat je dat kan vergeten waardoor je in het midden van een lange treinrit zonder muziek komt te zitten, voedt mijn nachtmerries. Geef mij maar een ouderwetse, betrouwbare kabel. Mijn kaartjes voor de Brusselse tram en metro koop ik tegenwoordig wel digitaal online, maar elke keer wanneer het aan de toegangspoortjes iets te lang duurt om mijn QR-code te scannen, breekt het angstzweet me alweer uit.
Ik weet dat ik veel te jong ben om te praten alsof ik de technologische vooruitgang van de maatschappij niet meer kan volgen. Maar wanneer ik een fysiek voorwerp kan aanraken en gebruiken, zonder te moeten vertrouwen op onzichtbare golven in de lucht, heb ik net iets meer het gevoel dat ik mijn eigen leven controleer. Die illusie verlies ik minder graag dan een lockersleutel.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier