‘Siena: The Rise of Painting’ toont in Londen hoe de Renaissancekunst écht is begonnen

© Hugo Maertens
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Denkt u dat de renaissance begon met Leonardo en co.? Think again. In de National Gallery in Londen onthult de prachttentoonstelling Siena: The Rise of Painting 1300-1350 hoe Siënese meesters emotie, beweging en drama introduceerden in de kunst.

Een kleine jongen, gekleed als een volwassene, maar met kinderlijke handen en voeten, strekt zich uit om de sluier van zijn weemoedig kijkende moeder op te tillen. Alsof hij haar gezicht beter wil zien, en zij al weet wat er later met hem gaat gebeuren. Het is een tedere, haast ondeugende geste die breekt met de strenge, statische Byzantijnse traditie, en zodoende een stille revolutie inluidt. Hier geen stijve, spirituele iconen, maar menselijke, intieme figuren vol emotie. Over welk werk het gaat? Over Duccio’s ontroerende Madonna en kind, geschilderd rond 1290-1300. Waar het paneel gemaakt werd? In Siena, de Toscaanse stad die in die periode helemaal openbloeide, dankzij de pelgrimsroute tussen Canterbury en Rome, en vooral: dankzij Simone Martini, de broers Pietro en Ambrogio Lorenzetti, Duccio di Buoninsegna en andere kunstenaars die schilderden met nooit eerder – of elders – vertoond gevoel voor drama.

De renaissance begon niet plots toen Mona Lisa mysterieus naar Leonardo lachte, of Michelangelo ondersteboven hing in de nok van de Sixtijnse Kapel.

Ze brachten gezichten vol gevoel, lieten lichamen bewegen in de ruimte, vertelden pakkende verhalen op kleurrijke panelen, en vonden zo mee de schilderkunst uit zoals we die dik zeven eeuwen later nog steeds kennen. Overdreven? Hyperbolisch? Promopraatjes om toeristen mee te lokken? Ga dan naar de tentoonstelling Siena: The Rise of Painting 1300-1350 in de National Gallery in Londen, en wees verbluft, ontroerd en passioneel overtuigd van het feit dat de renaissance niet plots begon toen Mona Lisa mysterieus naar Leonardo lachte, of Michelangelo ondersteboven hing in de nok van de Sixtijnse Kapel.

Siena – Fiorentina: 1 – 0

Rond 1300 was Siena – met zijn beroemde, schelpvormige Piazza del Campo – een kosmopolitisch centrum waar handel en bankwezen hand in hand gingen met religieuze devotie. De stad wedijverde met Firenze, maar terwijl Florentijnse vormvernieuwers als Giotto de nadruk legden op monumentale vormen en lineair perspectief, kozen de Siënese schilders voor elegantie, kleur en decoratieve pracht. De maagd Maria was de beschermheilige van de stad, en haar beeltenis domineerde de kunstproductie, zoals Duccio’s iconische Maestà getuigt. Het monumentale altaarstuk uit de kathedraal van Siena, onthuld in 1311, is een van de hoogtepunten van de vroege renaissance, en op de expo schitteren enkele panelen van de predella – waarop het altaar rust – die taferelen voorstellen uit het leven van Christus.

Varie Opere © Studio Lensini Sie

Siena’s artistieke bloei had ook te maken met zijn ligging op de Via Francigena, de pelgrimsroute die Noord-Europa met het pauselijke Rome verbond. De invloed van reizende handelaars en kunstenaars zorgde ervoor dat Siënese schilders elementen uit de Franse gotiek en Byzantijnse iconografie integreerden in hun werk. De Franse gotiek inspireerde tot het gebruik van lange, gestileerde figuren en lineair perspectief. De Byzantijnse invloed uitte zich in gouden achtergronden en symmetrische composities, die de spirituele intensiteit nog versterkten. Die mix resulteerde in een unieke stijl, vol verfijning en emotionele diepgang, die de conculega’s uit Firenze, Venetië en andere stadsstaten deed denken: gaat onze volgende citytrip niet best richting Siena?

Een van de grootste meesters die uit deze artistieke vloedgolf voortkwam, was Simone Martini. Zijn werk Christus ontdekt in de tempel (1342), een van de vele meesterwerken op de  tentoonstelling, barst van het psychologische vernuft. De jonge Jezus staat met gekruiste armen en een uitdagende blik tegenover zijn ouders Jozef en Maria, die hem zowel met opluchting als verontwaardiging aankijken, nadat hij drie dagen verdwenen was. Het is een scène vol onderhuidse spanning, waarin Martini’s talent voor expressie en lijnvoering volledig tot zijn recht komt. En die akelig herkenbaar en hedendaags oogt, zeker voor wie ooit zelf een eigengereide tiener in huis had. Nu ja, alsof er ook andere zijn. De befaamde dichter en humanist Petrarca, die een portret van zijn geliefde Laura door Martini liet schilderen, prees diens metier en stelde dat ‘geen enkele Griekse meester zich kon meten met Martini’s vermogen om schoonheid vast te leggen’ en dat ‘zijn werk de hoogste vorm van artistieke expressie bereikte.’

Italiaanse influencers

Martini’s invloed reikte dan ook tot ver buiten Siena. Na zijn vestiging in Avignon, waar hij werkte aan het hof van paus Johannes XXII, beïnvloedde hij de hofkunst over heel Europa. Avignon, dat in die tijd Rome naar de kroon stak als centrum van de katholieke wereld, trok kunstenaars van overal uit het oude continent aan, wat Martini de kans gaf zijn kalligrafische stijl aan een breed publiek te tonen. Zijn elegante lijnenspel en verfijnde kleurgebruik sijpelden door tot in de Franse gotiek en de vroege Vlaamse schilderkunst – vooral dan bij Jan van Eyck en Hugo van der Goes.

Simone Martini’s invloed reikte tot ver buiten Siena. Tot bij Jan van Eyck en Hugo van der Goes.

Ook Pietro en Ambrogio Lorenzetti bouwden verder op de erfenis van Duccio – godfather van de Siënese schilderkunst – en brachten die naar nieuwe hoogten. Ambrogio’s Madonna van de melk (1325) toont een moeder die haar kind voedt, maar met zo’n indringend realisme dat het tafereel bijna profaan voelt. Of dermate intiem dat je niet durft te kijken, zonder je een voyeur te voelen. Het Pieve Polyptiek (1320) van Pietro Lorenzetti – de eerste Siënese schilder die on the road trok – is nog zo’n hoogtepunt van de tentoonstelling, met zijn diepgaande gevoel voor ruimte en architectuur. Ook zijn temperapanelen over het leven van Sint-Nicolaas wekken verhalen tot leven door gelijktijdigheid: verschillende scènes spelen zich af binnen hetzelfde beeldvlak, waardoor het lijkt alsof je een middeleeuwse strip doorbladert. Maar dan wel een heel moderne, met filmische jump cuts en split screens, en figuren die uit een Hollywoodiaans sandaalepos lijken te komen.

De juiste vrienden

Naast schilderkunst brengt de prachtig aangeklede, dramatisch verlichte tentoonstelling – met rustgevende, kobaltblauwe muren – ook de rijkdom van Siena’s kunstambachten in beeld. Siena was namelijk ook beroemd om zijn goudsmeden en wevers, en die luxe sijpelde door in de schilderkunst. De extravagante stofpatronen in Martini’s werken, de fonkelende gouden achtergronden en de fijnzinnige inkervingen in de lijsten tonen hoe kunst en ambacht naadloos verweven waren. Nochtans mochten gewone burgers in Siena zelf geen luxueuze stoffen dragen – de zogenaamde ‘weeldewetten’. Kleren uit zijde, versierd met goud of zilver en andere pracht en praal waren uitsluitend voorbehouden aan religieuze figuren, edellieden en heiligen in de schilderkunst, waardoor hun afbeeldingen een bijna onbereikbare glans kregen. Het was kunst als een venster naar het goddelijke. Of beter: reclame voor de statusbewuste elite die zichzelf met evenveel overgave vereeuwigde als Instagram-influencers nu.

Het was kunst als een venster naar het goddelijke. Of beter: reclame voor de statusbewuste elite die zichzelf met evenveel overgave vereeuwigde als Instagram-influencers nu.

Traditioneel wordt de renaissance als een Florentijns fenomeen beschouwd. Maar deze tentoonstelling – die eerder al in het Metropolitan in New York te zien was en ook daar voor oh’s en ah’s en vijfsterrenrecensies zorgde – herinnert je eraan dat de fundamenten van de westerse schilderkunst evenzeer in Siena werden gelegd. De speelse perspectiefeffecten in Duccio’s Maestà, de dramatische psychologie van Martini, de narratieve rijkdom van de Lorenzetti’s… Ze zijn een directe voorloper van wat later in Firenze zou exploderen. Maar toch werd Siena’s bijdrage lang ondergewaardeerd. De verantwoordelijken daarvoor? Giorgio Vasari, geboren in Arezzo, hofkunstenaar van de familie Medici in Firenze en ’s werelds eerste, echte kunsthistoricus. Vasari minimaliseerde de rol van Siena waardoor het belang van kunstenaars als Duccio en Martini naar de achtergrond verdween. Bovendien verbleekte ook de grandeur van de stad zelf. Niet door slechte recensies, maar door de Zwarte Dood. De pestplaag van 1348 decimeerde de Siënese bevolking, waarna de stad haar status als artistiek epicentrum nooit meer wist te heroveren.

Uiteindelijk nam Firenze de fakkel over, doken Leonardo, Rafael en Michelangelo op, en de rest is kunstgeschiedenis. Maar deze prachttentoonstelling – wellicht een van de meest lumineuze die u dit jaar te zien zult krijgen – zet opnieuw de schijnwerpers op Siena. In de intieme zalen van de National Gallery ontdekt u hoe middeleeuwse schilderkunst haar stijve gewaden afschudde, hoe iconen subtiel muteerden tot figuren met meer pathos en persoonlijkheid dan een rockster op het podium van Werchter, en hoe de renaissance in Siena al volop aan de gang was, terwijl men in Firenze nog de schildersezels moest opstellen. Hadden ze in Siena – de Toscaanse parel van Duccio, Martini e tutti quanti – maar dezelfde pr gehad als de Florentijnen.

Siena: The Rise of Painting 1300-1350

Tot 22.06 in de National Gallery, Londen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content