Evenementhallen brengen immersive experiences rond het werk van Monet, Van Gogh of Magritte, terwijl musea hun oude meesters nieuw leven inblazen met VR-brillen en AI. De technologiewedloop in de kunst is goed op gang. ‘Rubens was zelf een vernieuwer, hij zou die nieuwe technologieën omarmd hebben.’
Er valt de afgelopen jaren niet aan te ontsnappen. Zogenaamde immersive experiences moeten de doorsnee kunstminnaar naar evenementenhallen lokken. En dat lukt. Met 3D-projecties, 360°-beelden, geluidseffecten en virtualrealitybrillen dompelen belevingscentra bezoekers volledig onder. Geen kunstlegende blijft gespaard van de totaalervaring. Alleen al in 2025 stonden onder meer Frida Kahlo, Gustav Klimt en Claude Monet op de affiches.

En daar blijft het anno 2026 niet bij. Ook voor een les geschiedenis blijkt de VR-bril het perfecte medium. Op dit moment veroveren historische expo’s als Titanic. An Immersive Voyage (Antwerpen), The Last Days of Pompeii (Brussel) en Napoleon. De immersieve saga (Antwerpen) onze steden. Sinds december herbergt Dive, de Antwerpse nieuwkomer onder de belevingscentra, zelfs Europa’s eerste pornografische totaalbeleving, House of Erikalust.
Kunstexperts moeten er doorgaans niets van weten. Volgens hen gaan commerciële totaalervaringen voorbij aan de essentie van kunst, laten ze geen ruimte voor perspectief of materiaal, en buiten ze bezoekers uit met entertainment dat niets meer met de kunstenaar te maken heeft. De tickets zijn inderdaad een pak duurder dan die van een gemiddeld museumbezoek – de organisatoren van de digitale evenementen moeten het zonder overheidssubsidies stellen – en de term immersive experience wordt wel eens te slordig op een klassieke tentoonstelling met diaprojector geplakt. Maar de immersieve expo’s slagen wel met glans in hun opzet: het grote publiek richting kunst leiden.
Edutainment
Sinds 2024 kan je in Antwerpen naar Dive, een digital art & experience center. De evenementenlocatie beslaat 4.000 vierkante meter en is uitgerust met zestig projectoren. ‘De grootste meerwaarde is dat bezoekers een compleet andere wereld kunnen betreden’, zegt Amély Mondy, marketingdirecteur bij Dive. Een symptoom van de tijd volgens haar: ‘Mensen zoeken prikkels die offline zijn. We willen niet alleen verbluffen, maar ook een emotionele, menselijke laag toevoegen.’
Zijn immersieve expo’s altijd accuraat? Nee. Maar ze brengen je wel heel wat bij over geschiedenis en kunst’
Het publiek vindt vlot zijn weg naar Dive. Exposities rond Monet en Klimt trokken elk bijna 50.000 bezoekers. Toch zijn het vooral popculturele tentoonstellingen die de grote opbrengsten binnenrijven. ‘Bij de Titanic-expo haalden we die cijfers al op veel kortere tijd’, zegt Mondy. ‘Dankzij die bezoekersrecords kunnen we ook kleinere, experimentele projecten vertonen, zoals House of Erikalust.’
Dive profileert zich nadrukkelijk niet als museum, maar als een toegangspoort tot kunst. ‘Beide belevingsvormen moeten naast elkaar kunnen bestaan. Immersieve tentoonstellingen zijn een vorm van educatief entertainment – edutainment. Zijn ze altijd accuraat? Nee. Maar ze brengen je wel heel wat bij over geschiedenis en kunst’, aldus Mondy.
Oude meesters in HD
Veerle De Meester, manager tentoonstellingen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) ziet de digitale ervaringen als een introductie op kunst: ‘Waar sommige bezoekers de ervaring verkiezen boven het museum, zullen er evengoed mensen zijn die net door de immersieve beleving de stap naar het museum zetten.’
Toch ontsnappen musea niet aan de techrace. Zelfs de Sint-Baafskathedraal in Gent biedt nu augmented reality-tours van Het Lam Gods aan. Het KMSKA zet dan weer in op 3D-projecties, VR-toepassingen van vroege schildersateliers en interactieve schermen om de collectie toegankelijk te maken. ‘Technologie is nooit een doel op zich. We willen bezoekers anders laten kijken en meer laten zien. Dat doen we bijvoorbeeld door details uit te vergroten’, zegt De Meester.
‘Waar sommige bezoekers de immersive experience verkiezen boven het museum, zullen ook mensen door de beleving de stap naar het museum zetten.’
Een andere voorloper in de integratie van technologie in kunstbeleving is het Rubenshuis in Antwerpen. In 2024 opende de Rubens Experience, een ruimte met interactieve schermen, authentieke objecten en een immersieve projectiefilm. Het is meteen een teaser voor de heropening van de kunstenaarswoning in 2030. ‘Rubens was zelf een vernieuwer, dus hij zou die nieuwe technologieën ook omarmd hebben. Maar we vertrekken altijd vanuit het verhaal’, zegt projectleider Marieke D’Hooge. Tegelijk is het een uitdaging om technologie up-to-date te houden. ‘Je weet nooit of de toepassingen die je kiest voor een groot project nog innovatief en relevant zijn bij de opening.’
Ook artificiële intelligentie wordt volop ingezet. Voor de huidige expo over Magritte gebruikte het KMSKA geluidsfragmenten om de stem van de kunstenaar na te bootsen met AI, en momenteel wordt een AI-tool uitgewerkt waaraan bezoekers vragen kunnen stellen over Rubens’ werken en restauraties. ‘Ook wij kunnen niet om AI heen’, vult De Meester aan.
Ze leefden nog lang en virtueel
Hoe technologie zich in de toekomst zal verhouden tot het kunstveld laat zich moeilijk voorspellen, maar volgens Amély Mondy is één ding zeker: storytelling wordt alsmaar belangrijker. ‘Immersieve belevingen zullen steeds vaker vertrekken vanuit een verhaal, waarin voice-over en beeld naadloos in elkaar overvloeien.’ Ook de bezoeker zal een steeds grotere rol krijgen. ‘Bij de partners in Barcelona loopt nu Leonardo versus Michelangelo, waarin beide kunstenaars tegen elkaar worden uitgespeeld. Bezoekers kiezen een kamp en personaliseren zo hun ervaring’, aldus Mondy.

Die gedeelde nood aan innovatie en storytelling zet de deur op een kier voor samenwerkingen tussen musea en belevingscentra. ‘Er zijn mogelijkheden voor partnerschappen om bezoekers naar elkaar door te verwijzen’, zegt Mondy. Zelfs kunstwerken uitwisselen is een optie. ‘Ik zie ons eerder moderne kunst brengen, maar alles is mogelijk als alle partijen digitale kunst naar waarde schatten.’ Het KMSKA sluit samenwerking niet uit. ‘In eerste instantie zeggen we daar geen nee op. Maar als we schilderijen uitlenen, moet de locatie aan een aantal voorwaarden voldoen. Beveiliging en omgevingsfactoren zoals temperatuur en luchtvochtigheid spelen daarin een rol.’
Nochtans is dit het uitgelezen moment om samen te werken, vindt Mondy. ‘De cultuursector staat al onder druk door slinkende subsidies. We zouden veel kunnen leren van elkaar.’
Dat belevingscentra meer zijn dan louter commerciële cultuurmagnaten, is intussen ook doorgedrongen bij musea. Er heerst wederzijds respect en van echte concurrentie is nauwelijks sprake. In de huidige besparingseconomie kan uitwisseling soelaas brengen. Maar wie reikt eerst de hand?