Samanta Schweblins ‘Het Goede Kwaad’ staat vol verdorven verhalen om heerlijk in te wentelen

4 / 5
Samanta Schweblin, auteur van Het Goede Kwaad © Oscar Gonzalez/Sipa USA

Samanta Schweblin, Meridiaan Uitgevers

Het Goede Kwaad

Oorspronkelijke titel: El Buen Mal, 220 blz, 23,00 euro

4 / 5
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Verontrustende verhalen met dode dieren en dode kinderen – welkom in de niet zo vrolijke wereld van Samanta Schweblin.

Elke jonge ouder weet: je moet ogen op je rug hebben. Een kleine onoplettendheid is voldoende voor een ritje naar het ziekenhuis. Kinderen hebben geen besef van de harde wetten van de fysica. Zonder nadenken rennen ze de straat op. Of ze denken dat ze een superheld zijn en dat de zwaartekracht voor hen niet geldt. Ze steken ook dolgraag dingen in hun mond, vooral giftige dingen, en wanneer vader zich omdraait, merkt hij meteen dat er iets loos is met zijn zoontje: ‘Heb je iets ingeslikt, vertel op, ik zal niet boos zijn.’ Natuurlijk doet het kind alsof zijn neus bloedt, maar twee dagen later staat het hele gezin op de spoedafdeling te kijken naar een röntgenfoto: yep, dat is een lithiumbatterij. En yep, er is sprake van lekkage.

De openingsscène van Het oog in de keel leest als een preventiefolder van Kind en Gezin, maar wie het oeuvre van de Argentijnse schrijver Samanta Schweblin een beetje kent, weet dat dit maar het begin is van de gruwel. Het kleine huiselijke ongeluk ontaardt in ontvoering en dreigtelefoons, en pagina na pagina schroeft Schweblin het ongemak op. Het oog in de keel is zonder meer een van de beste kortverhalen van het afgelopen decennium, en haar bundel Het goede kwaad bevat nog meer unheimische schoonheid.

Centrale zin: ‘Eindelijk raak ik met mijn voeten de drabbige bodem, langzaam, als een astronaut die op de maan landt.’

Zo is er het openingsverhaal Welkom bij de club waarin een vermoeide huisvrouw een wel zeer diepe duik in het water neemt en daarbij betrapt wordt door haar buurman, een misantroop die van zijn huis een vesting heeft gemaakt. De knorrige man blijkt uiteindelijk haar redder te zijn, maar elke verlossing vraagt ook om een offer – misschien was de vrouw toch beter onder water gebleven.

Mochten Shirley Jackson en Stephen King een bastaardkind hebben gehad, dan zou Schweblin wel eens het resultaat kunnen zijn van die onheilige verbintenis. Bij Schweblin is elke zin in dreiging gedrenkt en je leest soms met een halve hand voor je ogen uit angst voor de volgende pagina. Haar wereld is wreed en geen enkele goede daad blijft onbestraft. Lees er het slotverhaal De baas op bezoek maar op na. Een jonge vrouw wil een verwarde bejaarde helpen maar in het kielzog van het oudje duikt de duivel op, klaar om die brave ziel eens lekker te roosteren. Het goede kwaad is geen boek voor wie weekhartig is, en misschien ook niet het ideale cadeau voor een komend kraambezoek, maar o wat is het heerlijk wentelen in de verdorven verhalen van Schweblin.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content