Soul Boys of the Western World (Donderdag 21/3, 23.15, Canvas)

Spandau Ballet, het Britse glitterpopkwintet dat zijn naam dankt aan de Duitse gevangenis waar nazikopstukken als Rudolf Hess en Albert Speer hun straf uitzaten, maakte vooral furore in de jaren tachtig, met meer dan 25 miljoen verkochte platen en singles als Gold en True - verplichte kost voor verliefde koppeltjes op de dansvloer. Na enkele strubbelingen kwam de band in 2009 weer samen voor een succesvolle comebacktournee. Naast een op- en ondergangsportret is deze documentaire vooral een tijdsdocument van het uitzichtloze Engeland onder premier Margaret Thatcher, waar de extravagante cultfiguren annex meisjesidolen annex New Romantics van Spandau Ballet voor het nodige escapisme zorgden. Al klinkt de titel, Soul Boys of the Western World, misschien nogal blasé voor een stel eightiespopsterren met foute kapsels.

Nice People (Donderdag 21/3, 23.55, NPO2)

Sport verenigt, en dat is in Borlänge niet anders. Dat slaapstadje in een achterhoek van Zweden vangt zo'n drieduizend Somalische oorlogsvluchtelingen op en dat stuit op onbegrip én onverholen racisme bij de autochtone bevolking. Om dat te counteren stampt de excentrieke lokale journalist Patrik Andersson een Somalisch bandyteam - een variant op ijshockey - uit de grond en schrijft hij hen in voor het wereldkampioenschap dat in Siberië plaatsvindt. Grootste probleem: de Somaliërs hebben nog nooit geschaatst. Klinkt als een Zweedse variant op Cool Runnings, die Disneyfilm over het Jamaicaanse bobsleeteam? Klopt, al is dit geen fictie maar wel degelijk een docu.

Sergio Leone - portret van een outlaw (Donderdag 21/3, 22.55, NPO2)

'If you're going to shoot, shoot. Don't talk.' Die woorden komen dan wel uit de mond van Tuco, de lelijke uit The Good, The Bad and The Ugly, het citaat is duidelijk aan het genie van Sergio Leone (1929-1989) ontsproten. De Italiaanse cineast achter die spaghettiwestern wist immers als geen ander dat je in cinema beter niet al te veel tijd steekt in zaken uitleggen die je gewoon kunt tonen.

Jean-François Giré, de Franse regisseur van deze docu, is dezelfde mening toegedaan en portretteert Leone hoofdzakelijk als een man met een grote liefde voor cinema en outlaws. Dat eerste is makkelijk te verklaren: als zoon van een regisseur en een actrice zag Leone het Italiaanse neorealisme van dichtbij ontstaan - als jonkie werkte hij zelfs mee aan Vittorio de Sica's Ladri di biciclette. Zijn passie voor de mythische outlaw bloeide op toen zijn ouders op de set stonden en hij thuis de westerns van John Ford en de gangsterfilms met James Cagney verslond.

SERGIO LEONE en CLAUDIA CARDINALE op de set van Once Upon a Time in the West. © Corbis via Getty Images

Eind jaren vijftig moest de jonge Leone echter met lede ogen aanzien hoe tegendraadse Hollywoodcowboys verruild werden voor helden in tunica zoals Ben-Hur, of overmand werden door hoofsheid. 'De western raakt zichzelf kwijt in psychologie', zei hij. 'Het Westen is gemaakt door agressieve, ongecompliceerde mannen. Die kracht en eenvoud wil ik in mijn films tonen.'

Daarom haalde Leone midden jaren zestig de opgeboende westernheld weer door het stof en ontregelde hij zijn morele kompas. Hij bracht de iconografie van de Amerikaanse western naar Europa, hevelde de tv-ster Clint Eastwood over naar het grote scherm en herintroduceerde het geweld. Daarnaast hanteerde hij een confronterende, Italiaanse B-filmstijl en bracht hij de dialogen terug tot een minimum. 'Voor mij vormt muziek de echte dialoog', zegt Leone daarover in deze docu. Met iemand als Ennio Morricone op je loonlijst heb je natuurlijk makkelijk praten.

Toch leverden Leone's populaire westerns hem in Europa niet veel waardering op. Velen vonden zijn westerndebuut A Fistful of Dollars een pulpkopie van Akira Kurosawa's Yojimbo. De Japanse grootmeester vond het een goede film, en Leone zelf beschouwde het als een hommage. De Italiaan wordt trouwens zelf vaak eer betoond, onder meer door Quentin Tarantino in The Hateful Eight. Ook de titel van QT's nieuwste film, Once Upon a Time in Hollywood, is een verwijzing naar Leone's western Once Upon a Time in the West en zijn gangsterepos Once Upon a Time in America.

Al die postume eer en aandacht is trouwens meer dan terecht. Weinig cineasten wisten in zo'n beperkt oeuvre - slechts zeven langspeelfilms - zoveel paradoxen naar epische cinema te vertalen als Leone. Hij versmolt nihilistische helden met romantische idealen, weidse fotografie met extreme close-ups en gaf Amerikaanse idealen een Europese invulling. Al blijkt uit deze docu nog iets: dat de liefhebber van norse outlaws achter de schermen een familieman was.