Lander Haverals: Ik had al vaker samengewerkt aan campagnes van Te Gek?! (een vzw die het taboe rond geestelijke gezondheid probeert te slopen, nvdr.) en zij hebben ons ook hiervoor benaderd, aanvankelijk om samen met fotograaf Lieve Blancquaert een expo rond de thematiek op te zetten in het Museum Dr. Guislain. We wilden niet puur op de verslaving focussen, maar ook op de mensen uit de omgeving die er onrechtstreeks mee geconfronteerd worden, en de onvoorwaardelijke liefde voor hun ouder of kind. Lieve heeft hen geportretteerd, wij hebben ze geïnterviewd in een studio om de foto's van tekst en uitleg te voorzien. Ik wilde al langer iets met wegwerpcamera's doen, en heb de niet-verslaafden zo'n camera gegeven. Tijdens de research en bij het horen van de verhalen die daaruit voortkwamen, wisten we meteen: hier zit veel meer in. En ook: dit wordt heel moeilijk.

En zo hebben jullie beslist om drie ouder-kindduo's gedurende langere tijd te volgen.

Haverals: Op het moment dat we begonnen te filmen gebeurde er heel wat in hun leven, zoals wel vaker bij dit soort projecten. Valerie, de moeder van Charlie, ondernam toevallig net na de interviews een zelfmoordpoging, gelinkt aan haar medicatieverslaving. We hebben met hen rond de tafel gezeten en ze waren bereid om hun verhaal verder te delen. Zo is de docu op een organische manier gegroeid, en zwaarder geworden dan we hadden voorzien. Aan het begin van de rit waren alle mensen die we hadden gekozen al een paar jaar clean.

Verslavingsproblemen winnen tijdens de pandemie aan kracht, nu mensen meer thuiszitten. Merkte je dat ook tijdens de opnames?

Haverals: Niet rechtstreeks. De film is een coproductie met het VAD, het Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs. Via medewerkers hoorden we wel dat de oproepen tijdens corona waren verdriedubbeld, zeker in de eerste golf. De impact was met name groot bij mensen die al met de problematiek worstelden.

Ging de zware thematiek ook op je eigen psyche wegen?

Haverals: Tuurlijk. Als je lang genoeg documentaires maakt, weet je daar wel mee om te gaan. We zijn geen verslavingsspecialisten, wel verhalenvertellers die willen ontroeren, in de hoop een dialoog op gang te brengen zonder zelf een standpunt in te nemen of de kijker met informatie te overladen. Door documentaires als deze te maken krijg je inzicht in het leven van mensen met wie je anders waarschijnlijk nooit in contact zou zijn gekomen. Dat werkt verrijkend.

Tussen ons

Zondag 30/5, 21.00, Canvas

Lander Haverals: Ik had al vaker samengewerkt aan campagnes van Te Gek?! (een vzw die het taboe rond geestelijke gezondheid probeert te slopen, nvdr.) en zij hebben ons ook hiervoor benaderd, aanvankelijk om samen met fotograaf Lieve Blancquaert een expo rond de thematiek op te zetten in het Museum Dr. Guislain. We wilden niet puur op de verslaving focussen, maar ook op de mensen uit de omgeving die er onrechtstreeks mee geconfronteerd worden, en de onvoorwaardelijke liefde voor hun ouder of kind. Lieve heeft hen geportretteerd, wij hebben ze geïnterviewd in een studio om de foto's van tekst en uitleg te voorzien. Ik wilde al langer iets met wegwerpcamera's doen, en heb de niet-verslaafden zo'n camera gegeven. Tijdens de research en bij het horen van de verhalen die daaruit voortkwamen, wisten we meteen: hier zit veel meer in. En ook: dit wordt heel moeilijk. En zo hebben jullie beslist om drie ouder-kindduo's gedurende langere tijd te volgen. Haverals: Op het moment dat we begonnen te filmen gebeurde er heel wat in hun leven, zoals wel vaker bij dit soort projecten. Valerie, de moeder van Charlie, ondernam toevallig net na de interviews een zelfmoordpoging, gelinkt aan haar medicatieverslaving. We hebben met hen rond de tafel gezeten en ze waren bereid om hun verhaal verder te delen. Zo is de docu op een organische manier gegroeid, en zwaarder geworden dan we hadden voorzien. Aan het begin van de rit waren alle mensen die we hadden gekozen al een paar jaar clean. Verslavingsproblemen winnen tijdens de pandemie aan kracht, nu mensen meer thuiszitten. Merkte je dat ook tijdens de opnames? Haverals: Niet rechtstreeks. De film is een coproductie met het VAD, het Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs. Via medewerkers hoorden we wel dat de oproepen tijdens corona waren verdriedubbeld, zeker in de eerste golf. De impact was met name groot bij mensen die al met de problematiek worstelden. Ging de zware thematiek ook op je eigen psyche wegen? Haverals: Tuurlijk. Als je lang genoeg documentaires maakt, weet je daar wel mee om te gaan. We zijn geen verslavingsspecialisten, wel verhalenvertellers die willen ontroeren, in de hoop een dialoog op gang te brengen zonder zelf een standpunt in te nemen of de kijker met informatie te overladen. Door documentaires als deze te maken krijg je inzicht in het leven van mensen met wie je anders waarschijnlijk nooit in contact zou zijn gekomen. Dat werkt verrijkend.