In de doorsnee muziekdocumentaire vertellen ouder wordende mannen over hun betrokkenheid bij een legendarische rockgroep of de opnames van een klassiek geworden plaat, terwijl ze genoeglijk met de knoppen van een heel groot mengpaneel schuiven. The Doors: When You're Strange (2009) is niet dat soort muziekdocumentaire. De film start met beelden van Jim Morrison die langs een Amerikaanse snelweg staat te liften. Een auto stopt en even later zie je de zanger zelf aan het stuur zitten. De radio zingt iets van Otis Redding tot hij onderbroken wordt door een nieuwslezer die de dood aankondigt van... Jim Morrison. Daarna volgt een heftige achterwaartse montage van concert- en andere beelden die ons naar het begin brengen, en het ontstaan van de mythe.

De beelden van Morrison als lifter zijn gelicht uit een experimentele film met de naam HWY: An American Pastoral, die werd gedraaid in de zomer van 1969 en nog altijd op een release wacht. Los van structuur, vrij van beeldvoering en hallucinogeen van inslag is het een tijdsdocument binnen een tijdsdocument, en slechts een van de vele hier opgediepte schatten die de fans zullen verblijden. Ook na zijn meesterlijke openingszet laat regisseur Tom DiCillo (Living in Oblivion) de terugblik immers achterwege. Hij presenteert liever een lappendeken van voornamelijk onuitgegeven beeldmateriaal, aan elkaar gestikt door de voice-over van Johnny Depp.

In minder dan de tijd van een gemiddelde Doors-intro heeft DiCillo een tijdsgewricht geschetst en de generatiekloof uitgediept, om zich vervolgens vast te zuigen op de bewogen geschiedenis van het psychedelische viertal. Het zal niet verbazen dat hij daarbij inzoomt op de hulpeloze goeroe aan de microfoon. Sinds zijn vroege dood in 1971 is de legende rond Jim Morrison met steeds grovere pen herschreven, maar When You're Strange fungeert ook als reminder dat hij al bij leven en betrekkelijk welzijn alle aandacht naar zich toe trok. Toch waren de overgebleven leden van The Doors niet ontevreden over de film. Ray Manzarek, Robbie Krieger en John Densmore werden in The Doors (1991) van Oliver Stone nog herleid tot slippendragers van hun enigmatische frontman, en Tom DiCillo gaf ze hun oorspronkelijke plaats terug: naast de zanger, elk als een kwart van een van de felst rockende, swingende, tegen de haren in strijkende, lévende kwartetten die de sixties hebben opgeleverd.

The Doors: When You're Strange

Zaterdag 12/12, 23.30, NPO 3

In de doorsnee muziekdocumentaire vertellen ouder wordende mannen over hun betrokkenheid bij een legendarische rockgroep of de opnames van een klassiek geworden plaat, terwijl ze genoeglijk met de knoppen van een heel groot mengpaneel schuiven. The Doors: When You're Strange (2009) is niet dat soort muziekdocumentaire. De film start met beelden van Jim Morrison die langs een Amerikaanse snelweg staat te liften. Een auto stopt en even later zie je de zanger zelf aan het stuur zitten. De radio zingt iets van Otis Redding tot hij onderbroken wordt door een nieuwslezer die de dood aankondigt van... Jim Morrison. Daarna volgt een heftige achterwaartse montage van concert- en andere beelden die ons naar het begin brengen, en het ontstaan van de mythe. De beelden van Morrison als lifter zijn gelicht uit een experimentele film met de naam HWY: An American Pastoral, die werd gedraaid in de zomer van 1969 en nog altijd op een release wacht. Los van structuur, vrij van beeldvoering en hallucinogeen van inslag is het een tijdsdocument binnen een tijdsdocument, en slechts een van de vele hier opgediepte schatten die de fans zullen verblijden. Ook na zijn meesterlijke openingszet laat regisseur Tom DiCillo (Living in Oblivion) de terugblik immers achterwege. Hij presenteert liever een lappendeken van voornamelijk onuitgegeven beeldmateriaal, aan elkaar gestikt door de voice-over van Johnny Depp. In minder dan de tijd van een gemiddelde Doors-intro heeft DiCillo een tijdsgewricht geschetst en de generatiekloof uitgediept, om zich vervolgens vast te zuigen op de bewogen geschiedenis van het psychedelische viertal. Het zal niet verbazen dat hij daarbij inzoomt op de hulpeloze goeroe aan de microfoon. Sinds zijn vroege dood in 1971 is de legende rond Jim Morrison met steeds grovere pen herschreven, maar When You're Strange fungeert ook als reminder dat hij al bij leven en betrekkelijk welzijn alle aandacht naar zich toe trok. Toch waren de overgebleven leden van The Doors niet ontevreden over de film. Ray Manzarek, Robbie Krieger en John Densmore werden in The Doors (1991) van Oliver Stone nog herleid tot slippendragers van hun enigmatische frontman, en Tom DiCillo gaf ze hun oorspronkelijke plaats terug: naast de zanger, elk als een kwart van een van de felst rockende, swingende, tegen de haren in strijkende, lévende kwartetten die de sixties hebben opgeleverd.