William Jackson meldde zich in 1910 aan bij het tweede South Wales Borderers-infanterieregiment, en zo belandde hij vier jaar later ook in de hel van de Eerste Wereldoorlog. Hij vocht in verschillende grote veldslagen van die wereldbrand, onder meer op Gallipoli en aan de Somme. Daar raakte hij in 1916 onder machinegeweervuur zo ernstig gewond dat hij terug naar Engeland moest voor herstel, waar hij zijn latere echtgenote ontmoette, met wie hij vijf kinderen zou krijgen. 'Het klinkt vreemd,' zegt Lord of the Rings-regisseur Peter Jackson, 'maar als die schutter mijn grootvader da...

William Jackson meldde zich in 1910 aan bij het tweede South Wales Borderers-infanterieregiment, en zo belandde hij vier jaar later ook in de hel van de Eerste Wereldoorlog. Hij vocht in verschillende grote veldslagen van die wereldbrand, onder meer op Gallipoli en aan de Somme. Daar raakte hij in 1916 onder machinegeweervuur zo ernstig gewond dat hij terug naar Engeland moest voor herstel, waar hij zijn latere echtgenote ontmoette, met wie hij vijf kinderen zou krijgen. 'Het klinkt vreemd,' zegt Lord of the Rings-regisseur Peter Jackson, 'maar als die schutter mijn grootvader daar niet geraakt had, zou ik er nu niet zijn.' Hij heeft zijn grootvader nooit gekend ('ik zou wel willen, dan zou ik hem op een fles schnaps trakteren'), maar zijn vaders verzameling boeken over WO I maakte op de regisseur als kind al een diepe indruk. Hij aarzelde dan ook geen moment toen hij benaderd werd door het Britse Imperial War Museum en 14-18 Now, een cultureel programma bij de herdenking van honderd jaar Eerste Wereldoorlog. Hij kon in de archieven van het museum en de BBC putten uit tachtig uur deels ongeziene beelden, destijds geschoten als propaganda voor het thuisfront, en honderden uren audiomateriaal. Vier jaar sleutelde Jackson aan wat uiteindelijk de documentaire They Shall Not Grow Old is geworden, een technisch huzarenstuk van anderhalf uur in het kielzog van de Britse soldaten in de loopgraven van het westelijke front. Om de oude beelden te restaureren en in te kleuren schakelde Jackson zijn gerenommeerde special-effectsbedrijf in. Een belangrijk euvel was wat hij het Charlie Chaplin-effect noemt, de onbedoeld komische kwaliteit van de springerige beelden, veroorzaakt doordat ze gemaakt werden met camera's die met de hand werden vastgehouden en aan snelheden van slechts dertien à vijftien frames per seconde. De frontsoldaten verdienden beter, vond Jackson. Zijn team creëerde met de computer nauwgezet tussenframes met als resultaat helder beeld en natuurlijke, realistische camerabewegingen, alsof ze met de allermodernste camera's zijn opgenomen. Van voice-overs van historici moest Jackson ook niet weten. Op de geluidsband hoor je enkel BBC-interviews met oorlogsveteranen uit de jaren 60 en 70. Liplezers werden ingezet om te achterhalen wat de soldaten op de geluidloze historische beelden zeiden, waarna hun zinnen door stemacteurs werden ingesproken. Ook de herrie van het krijgsgewoel werd nauwgezet gereconstrueerd. Naast een masterclass in beeld- en geluidmanipulatie, die allerlei vragen oproept over wat je wel of niet met bestaand filmmateriaal mag doen, werd They Shall Not Grow Old zo ook een baanbrekende tijdscapsule. Als uw hartslag al de hoogte in gaat bij het zien van een wolk mosterdgas die dichterbij komt, wacht dan tot u de wezenloze gezichten ziet van de piepjonge, anonieme soldaten wier laatste uur misschien geslagen is.