Op het einde van de Eerste Wereldoorlog moeten soldaten Albert en Édouard van hun luitenant Pradelle nog op verkenning. De an sich al zinloze missie loopt faliekant af: Albert wordt zo goed als levend begraven onder een dood paard en Édouards onderkaak wordt door een granaatinslag weggeblazen. Maar ze overleven het allebei.
...

Op het einde van de Eerste Wereldoorlog moeten soldaten Albert en Édouard van hun luitenant Pradelle nog op verkenning. De an sich al zinloze missie loopt faliekant af: Albert wordt zo goed als levend begraven onder een dood paard en Édouards onderkaak wordt door een granaatinslag weggeblazen. Maar ze overleven het allebei. Na de oorlog knoopt de goedaardige Albert in Parijs de eindjes aan elkaar als boekhouder. De rebelse Édouard, die een andere identiteit heeft aangenomen en een masker over zijn verminkte gelaat draagt, leeft in armoede op een zolderkamer en kan nog net wat schamele francs verdienen met de tekeningen die hij maakt. De twee voelen zich aan hun lot overgelaten en besluiten de Franse staat op te lichten: ze zetten een schijnhandel op in oorlogsmonumenten. een zwendel waarbij ze opnieuw het pad kruisen van Pradelle, die een lucratieve business is gestart met de overfacturatie van lijkkisten van gesneuvelde soldaten. Naar patriottisme of heldenmoed zult u met andere woorden tevergeefs zoeken in deze bij momenten imponerende verfilming van de gelijknamige roman van Pierre Lemaitre, die daarmee in 2013 de Prix Goncourt won. In sommige scènes van deze Franse superproductie van 17 miljoen euro, die met evenveel zwier over de loopgraven zweeft als de chique Parijse salons in duikt, spelen tot driehonderd figuranten mee. Regisseur Albert Dupontel was in Frankrijk voordien al een bekende naam, zowel voor zijn comedy, zijn acteerwerk als voor de films die hij zelf regisseerde, zoals Bernie (1996), Enfermés dehors (2006) en 9 mois ferme (2013). Au revoir là-haut (2017), waarin hij zelf ook Albert vertolkt, staat mijlenver van de bescheiden burleske komedies over sociale outcasts waar hij voordien om bekendstond. Van oorlogsdrama naar klucht, van fantasy naar melodrama en weer terug: dit wraakverhaal tegen de achtergrond van de klassenstrijd doet het een bravoure die telkens weer verrast. Het leverde hem maar liefst vijf Césars op.