Soms moet je eerst jezelf verliezen om je leven weer op de rails te krijgen. Dat overkomt ook de dertigjarige Parijzenaar Mathieu (Pierre Deladonchamps, bekend van de thriller L'inconnu du lac) wanneer hij op kantoor een telefoontje uit Canada krijgt: zijn vader Jean, die hij nooit heeft ontmoet, is net overleden.

Als Mathieu, zelf een gescheiden vader, ontdekt dat hij ook nog twee halfbroers heeft, reist hij naar Montreal om er zijn vaders begrafenis bij te wonen. Zo hoopt hij zijn broers te ontmoeten en eindelijk te achterhalen wie zijn pa was - het enige wat Mathieus moeder voor haar dood daarover heeft gelost is dat hij tijdens een onenightstand is verwekt.

Eens ter plekke wordt Mathieu nogal koel ontvangen door Pierre (Gabriel Arcand), de beste vriend van zijn vader. Die heeft voor Mathieu nog een verrassing in petto: Jeans lijk is vermist en ligt vermoedelijk op de bodem van een meer, het gevolg van een faliekant afgelopen boottocht. Mathieu besluit om mee naar het lijk op zoek te gaan.

In Le fils de Jean doet de gerespecteerde Franse scenarist-regisseur Philippe Lioret wat hij ook in het migrantendrama Welcome al voorbeeldig deed: een klassiek opgebouwd verhaal met tact vertellen, waarbij een blik of een gebaar soms meer zegt dan honderd woorden.

Lioret structureert zijn losse adaptatie van de gelijknamige roman van Prix Goncourt-winnaar Jean-Paul Dubois als een polar, met centraal de queeste van de twee kibbelende broers, de altijd sarcastische Pierre en de zwijgzame maar hardnekkige Mathieu. Hij zet zijn liefde voor het misdaadgenre extra in de verf door van zijn hoofdpersonage een (eenmalig) detectiveschrijver te maken, hier en daar complimentjes uit te delen richting misdaadkleppers als James Crumley en Manuel Vázquez Montalbán en zijn film te voorzien van een verrassende ontknoping. Het resultaat is een intimistisch drama over familiegeheimen, afstamming en vaderschap.

Le Fils de Jean

Zaterdag 6/6, 22.35, Canvas

Soms moet je eerst jezelf verliezen om je leven weer op de rails te krijgen. Dat overkomt ook de dertigjarige Parijzenaar Mathieu (Pierre Deladonchamps, bekend van de thriller L'inconnu du lac) wanneer hij op kantoor een telefoontje uit Canada krijgt: zijn vader Jean, die hij nooit heeft ontmoet, is net overleden. Als Mathieu, zelf een gescheiden vader, ontdekt dat hij ook nog twee halfbroers heeft, reist hij naar Montreal om er zijn vaders begrafenis bij te wonen. Zo hoopt hij zijn broers te ontmoeten en eindelijk te achterhalen wie zijn pa was - het enige wat Mathieus moeder voor haar dood daarover heeft gelost is dat hij tijdens een onenightstand is verwekt. Eens ter plekke wordt Mathieu nogal koel ontvangen door Pierre (Gabriel Arcand), de beste vriend van zijn vader. Die heeft voor Mathieu nog een verrassing in petto: Jeans lijk is vermist en ligt vermoedelijk op de bodem van een meer, het gevolg van een faliekant afgelopen boottocht. Mathieu besluit om mee naar het lijk op zoek te gaan. In Le fils de Jean doet de gerespecteerde Franse scenarist-regisseur Philippe Lioret wat hij ook in het migrantendrama Welcome al voorbeeldig deed: een klassiek opgebouwd verhaal met tact vertellen, waarbij een blik of een gebaar soms meer zegt dan honderd woorden. Lioret structureert zijn losse adaptatie van de gelijknamige roman van Prix Goncourt-winnaar Jean-Paul Dubois als een polar, met centraal de queeste van de twee kibbelende broers, de altijd sarcastische Pierre en de zwijgzame maar hardnekkige Mathieu. Hij zet zijn liefde voor het misdaadgenre extra in de verf door van zijn hoofdpersonage een (eenmalig) detectiveschrijver te maken, hier en daar complimentjes uit te delen richting misdaadkleppers als James Crumley en Manuel Vázquez Montalbán en zijn film te voorzien van een verrassende ontknoping. Het resultaat is een intimistisch drama over familiegeheimen, afstamming en vaderschap.