Lies Van der Auwera: In het begin van de eerste lockdown was ik nog een opdracht aan het afwerken. Daarna heb ik zoals zovelen even niks gedaan. Dat voelde niet zo comfortabel. Ik vroeg me af hoe andere artiesten en creatieve freelancers die buiten de steunmaatregelen vallen en hun plannen doorkruist zagen met die stilstand omgaan. Hoe kun je out of the box denken en blijven creëren? Maar het hoofdverhaal van de documentaire werd het probleem met de verschillende kunstenaarsstatuten. Die versnippering zat voor de crisis al niet goed en is ti...

Lies Van der Auwera: In het begin van de eerste lockdown was ik nog een opdracht aan het afwerken. Daarna heb ik zoals zovelen even niks gedaan. Dat voelde niet zo comfortabel. Ik vroeg me af hoe andere artiesten en creatieve freelancers die buiten de steunmaatregelen vallen en hun plannen doorkruist zagen met die stilstand omgaan. Hoe kun je out of the box denken en blijven creëren? Maar het hoofdverhaal van de documentaire werd het probleem met de verschillende kunstenaarsstatuten. Die versnippering zat voor de crisis al niet goed en is tijdens mijn research nog prangender geworden. Ik ben Tom Kestens, die door de crisis de artiestencoalitie mee had opgericht, gevolgd naar het parlement. Daar voelde je al hoe moeilijk die discussie is, en hoe scheef de perceptie zit ondanks de crisis. Artiesten werden in 2020 teruggeworpen op hun kernbezigheid: iets maken. Is de lockdown nog ergens goed voor geweest? Van der Auwera: Het goede is dat de nieuwe regering een betere sociale bescherming voor kunstenaars opneemt in haar regeerakkoord. En dat artiesten zich verenigd hebben, in de artiestencoalitie en nadien in de Crisiscel Cultuur. De wens om sneller rechtstreeks in gesprek te gaan met beleidsmakers sluimerde al langer. Deel je hun frustratie dat de brede cultuursector onfair behandeld werd? Van der Auwera: Tuurlijk. Tijdens de versoepelingen in de zomer konden veel evenementen in beperkte vorm doorgaan, en dat zou nu ook perfect kunnen. De protocollen liggen klaar. We zullen moeten wachten tot dat opnieuw kan. Ik hoop ook dat organisaties in hun programmatie kansen blijven geven aan nieuwe artiesten die nog geen naam hebben gemaakt, zodat niet steeds dezelfden straks opnieuw op een podium mogen. Ik heb voor de documentaire twee startende artiesten gevolgd: een pas afgestudeerde muzikant, die karren is gaan ontsmetten in de Carrefour, en een meisje met Congolese roots, dat net had beslist om voor een danscarrière te gaan en dan plots in de financiële problemen kwam. Voor hen is de realiteit nog harder. Wat kan de politiek nog doen? Van der Auwera: Eerst en vooral begrijpen hoe kunstenaars in elkaar zitten. Vaak botsen artiesten op onbegrip bij de regelende instanties. Bovendien verrichten ze veel onzichtbaar en onbetaald werk. Ik weet niet hoe je dat moet oplossen, maar het is iets om over na te denken. Wat hoop je met de docu te bereiken? Van der Auwera: Dat zoveel mogelijk mensen haar zien. En dat politieke partijen die bevooroordeeld naar kunstenaars kijken op een andere manier over hen gaan nadenken. Ik wil termen als links en rechts vermijden, maar er wordt nog altijd veel in een bepaalde richting over artiesten gedacht. Dat mag wel eens doorbroken worden.