Een stevige portie fictie op zondagavond is een lange traditie bij Eén, die ik al enkele jaren even traditioneel probeer te negeren. Maar na de zoveelste reeks over een slagers-, boeren- of bakkersgezin dat twaalf afleveringen lang een Man bijt hond-segment staat te spelen, lijkt Vlaanderen toch stille...

Een stevige portie fictie op zondagavond is een lange traditie bij Eén, die ik al enkele jaren even traditioneel probeer te negeren. Maar na de zoveelste reeks over een slagers-, boeren- of bakkersgezin dat twaalf afleveringen lang een Man bijt hond-segment staat te spelen, lijkt Vlaanderen toch stilletjesaan uit zijn comfortzone te treden. Met Clan, Beau Séjour en de al te zeer genegeerde reeksen Generatie B en De 16 beginnen we ons te meten aan al die Netflix-reeksen waar we zo op geilen. En Tabula rasa gaat weer een stapje verder, met boommonsters, gezichtloze mensen en Bilall Fallah die een Griek speelt. Maar wanneer er iets vernieuwends op onze openbare omroep verschijnt, kan ik het niet laten om mezelf even te verlagen en in de kelders van het internet te gaan kijken naar de commentaren van uitgesproken Vlaamse kijkers. Ik hoopte stiekem op 'Met wie zijn belastinggeld is al dat zand betaald?' en 'Waarom moet dat zand rood zijn? De VRT loopt weer scheef van de sossen!' Tabula rasa is een topshow, maar de ultieme topshow is voor mij dat nukkige vastgeroeste publiek van Eén dat iets nieuws moet ondergaan. Dat wild met de armen wapperend en onverstaanbaar naar het scherm roept, als het monster van Frankenstein dat in contact komt met een meute kwade dorpelingen met fakkels. Door Tabula rasa heb ik een nieuwe traditie op zondagavond: kijken naar geweldige nieuwe fictie en zien hoe slim we een reeks kunnen maken. Tot de gemiddelde Eén-kijker zich gedwongen ziet te zappen naar iets simpelers.