Spoiler alert: lees dit niet als u het laatste seizoen nog niet helemaal bekeken hebt.

We hadden het zelf ook gemist, maar de meest besproken cameo in de laatste aflevering van Game of Thrones bleek een waterflesje te zijn. Als je goed kijkt in de scène waarin een tribunaal mag bepalen wie er op de gesmolten troon gaat zitten, kun je half verstopt achter de voet van Sam een plastic fles zien. Of toch als je het beeld op pauze zet, de kleurinstellingen van je tv aanpast en maximaal inzoomt. Dat was dan ook het interessante. Niet dat dat flesje er was, maar dat iemand de moeite had gedaan om het te zoeken.

Zeven seizoenen lang hadden fans van de reeks al hun tijd gestoken in welke symboliek er in de outfits van Sansa zit, hoe de evolutie van Jon Snows haar die van Ned Stark weerspiegelt en hoe Daenerys past in de voorspellingen over Azor Ahai uit George R.R. Martins boeken. Het laatste seizoen hebben fans hun tijd gestoken in het zoeken naar fouten van de makers. Het zegt veel over hoe snel en hoe hard de perceptie rond Game of Thrones gekeerd is. Dat de finale nooit iedereen tevreden zou stemmen, stond bij voorbaat vast. Maar hoe Game of Thrones in vier episodes het krediet van negen jaar, 67 eerdere afleveringen en bijna 70 uur aan televisie wist te verspelen had niemand zien aankomen. Nog voor de finale al was er een petitie om het seizoen te remaken, 'deze keer met competente schrijvers'. Meer dan een miljoen mensen onderschreven de boodschap.

Een maand geleden leek alles nochtans juist te zitten. Er was goodwill bij zowel fans als critici. Er circuleerden een hoop theorieën die allemaal valabele bevredigende eindes zouden zijn. De makers hadden twee jaar hun tijd genomen om het einde te maken dat ze wilden. De helft van de episodes had de lengte van een film. Zelfs de eerste twee afleveringen waren een prima build-up naar de finale twee gevechten die zouden volgen. En toen ging het plots haperen.

De meest besproken cameo in de laatste aflevering: een waterflesje. Het interessante daaraan: iemand had de moeite gedaan om het te zoeken.

***

Het begon met The Battle of Winterfell, de duurste tv-aflevering aller tijden, alleen was ze zo donker gefilmd dat je als kijker twintig minuten lang de contrast- en brightness-instellingen van je tv zat te controleren. Dat was ergens grappig. Nergens grappig was dat zes seizoenen opbouw naar het gevecht tegen de Night King eindigde met 's werelds matigste strijdplan, dat uiteindelijk enkel succes had omdat er een deus ex machina uit de lucht viel, in de vorm van Arya. Daarop volgde het koffiebekerincident: een plastic kopje dat Daenerys was vergeten weg te zetten tijdens de viering van haar overwinning en dat op het internet uitgroeide tot een symbool voor de slordigheid van de scenario's. Vervolgens werd Daenerys uit het niets even zot, net lang genoeg om zonder enig doel of strategie een stad plat te branden.

En dan was er die laatste aflevering.

In vijftien minuten tijd zagen we hoe Jon Snow Daenerys neersteekt, Tyrion berecht wordt, Tyrion de koning kiest die hem zal berechten, Bran tot koning gekozen wordt, iemand Bran 'de Brakke' noemt en Sansa het Noorden krijgt zonder dat er iemand reageert.

Geen van die dingen hield ook maar enigszins steek.

Dat was dan ook het gevoel dat overheerste in dat laatste seizoen. Er zat een soort haast in. Alles werd afgehandeld aan een razend tempo. En met die haast was er een knulligheid in de reeks geslopen. Kruisbogen die plots geen draken meer konden raken, dat soort knulligheid. Maar het was vooral iets onbestemds dat stoorde. Seizoen acht leek op Game of Thrones. Maar het voelde niet als Game of Thrones. Het was ook de kijkervaring van die laatste aflevering. Er was niets bijster pienters, emotioneels of verrassends aan. Je registreerde het gewoon. Het was een einde. Punt.

Blijkbaar heb je dan ook tijd om naar waterflesjes te zoeken.

Er zijn twee verschillende manieren om een scenario te benaderen. Game of Thrones worstelde daar al langer mee.

'Competente schrijvers' was de voornaamste eis van de petitie om het laatste seizoen nog eens over te doen, en die was niet uit de lucht gegrepen. De gevechtscènes waren goed, verbluffend bijwijlen. Visueel horen de strijdsymfonie die The Battle of Winterfell was en de oorlogservaring van The Bells bij het knapste wat televisie al heeft voortgebracht. Maar tegelijk had de reeks een onmiskenbaar probleem met ritme, met de evolutie van zijn personages, met een gebrek aan detailzucht en met slechte dialogen. Die problemen gaan dieper dan slecht of goed schrijven. Ze hebben te maken met hoe een schrijver een verhaal benadert.

Het debacle van het laatste seizoen gaat dan ook verder dan drie of vier afleveringen terug. De wortels ervan zijn te traceren tot seizoen vijf. Dat was het seizoen dat eindigde met de dood van Jon Snow, maar vooral: het was het seizoen waarin de boeken van George R.R. Martin waren bijgebeend en showrunners David Benioff en D.B. Weiss hun eigen verhaallijnen begonnen te ontwikkelen. Naar verluidt zou Martin hen de grote lijnen hebben doorgegeven van waar hij met de boeken naartoe wilde, maar de concrete invulling liet hij aan Benioff en Weiss.

Wat volgde, was een clash van twee stijlen van schrijven. In literatuur, tv en cinema heb je ruwweg twee manieren om een verhaal te benaderen: je hebt pantsers en je hebt plotters, een onderscheid dat de laatste weken plots overal in de Anglo-Amerikaanse pers ter sprake kwam. Plotters hebben tijdens het schrijven een groot, gedetailleerd plan van waar het verhaal naartoe gaat in hun hoofd. Concreet: reeksen als De dag of Clan lijken geschreven door plotters. Pantsers (afgeleid van de uitdrukking 'to fly by the the seat of your pants', wat zoveel betekent als 'voortgaan op je instinct') prefereren dan weer het verhaal al schrijvend achter hun computer te ontdekken. Stephen King is een bekende pantser, die er prat op gaat dat hij zijn verhalen bijna organisch schrijft.

Seizoen acht leek op Game of Thrones. Maar het voelde niet als Game of Thrones.

Geen van de twee benaderingen is op zich beter of slechter. Plotten leidt vaker tot een strakker geheel en een bevredigender einde, simpelweg omdat de schrijver daar al van in het begin naartoe werkt. Maar er zijn ook valkuilen: niet zelden worden personages pure plotvehikels en wordt er te strak in functie van het einde geschreven, waardoor het aan creativiteit inboet. Pantsers hebben het dan weer makkelijker om personages van vlees en bloed te schrijven en bedenken vaak verrassender plotwendingen, maar komen niet zelden in de problemen tegen het einde van het verhaal, wanneer alle losse eindjes aan elkaar geknoopt moeten worden.

Het interessante is dat George R.R. Martin enerzijds en David Benioff en D.B. Weiss anderzijds extreme voorbeelden zijn van beide benaderingen. Martin, een prototype van de pantser, heeft zijn manier van schrijven vaak met tuinieren vergeleken. 'Een tuinier graaft een gat, laat er een zaadje in vallen en begiet het. Hij weet min of meer wat voor zaadje het is - een fantasyzaadje, of een mysteryzaadje, of wat dan ook. Maar als de plant eenmaal begint te groeien, weet de tuinier niet hoeveel vertakkingen de plant zal hebben of hoe groot ze zal worden. Hij ontdekt het terwijl de plant groeit.' Om u een idee te geven: in de boeken worden 2103 personages bij naam genoemd.

Dat is een aardig tuintje.

Veel van de beste momenten in de eerste seizoenen van Game of Thrones komen uit die benadering voort. The Red Wedding, bijvoorbeeld, een wraakactie van Lord Frey omdat Robb Stark een huwelijkspact had verbroken, was plotmatig een geschifte wending. Ze was enkel te snappen vanuit de motivatie van Walter Frey. Net daardoor was die scène zo verrassend: geen enkele plotter zou een hoofdpersonage killen om een stom voorval uit het verleden dat iedereen vergeten was. Zie ook: de dood van Ned Stark of de dood van Oberyn.

Alleen: hoe meer zaadjes Martin plantte, hoe meer hij op zijn limieten botste. Het is geen toeval dat Martins zesde A Song of Ice and Fire-boek al acht jaar op zich laat wachten en nog altijd niet in zicht is. Nu hij naar een einde toe moet werken, wordt hij geconfronteerd met een wildgroei aan personages, subplots en motivaties die hij moet zien samen te brengen. Dat probleem viel ook op in de tv-reeks: het zaadje dat Martin met Dorne of met de High Sparrow had gezaaid, bleek in seizoen vijf en zes een plant te veel. Nog maar eens een machtsstrijd met een heleboel intriges was niet wat Game of Thrones nodig had.

Arya Stark: waarom heeft ze al die seizoenen haar kunde als moordenares en intrigante geperfectioneerd?

Enter Benioff en Weiss, twee showrunners uit de tv-wereld, sowieso al meer het terrein van plotters. Toen het bronmateriaal uit de boeken op was, zag je dan ook een andere stijl van schrijven verschijnen. Vanaf seizoen zes begonnen de showrunners in snel tempo subplots af te ronden en personages achterwege te laten. In George R.R. Martin-termen: ze begonnen te snoeien. Dat proces versnelde exponentieel bij de start van seizoen zeven, toen de makers zichzelf een eindpunt gaven: er zouden nog dertien afleveringen volgen en dan was het gedaan.

Achteraf bekeken was dat een bijna hallucinante beslissing. Met de streamingoorlog die op komst is, had HBO allicht graag nog enkele seizoenen gezien. Bovendien was de kijker het duidelijk nog niet beu. Allicht hebben Benioff en Weiss Martins tuin simpelweg onderschat en dachten ze dat dertien afleveringen genoeg moest zijn om de reeks rustig af te ronden. Waarna ze werden geconfronteerd met de realiteit: in twintig uur tijd het volledige universum van Game of Thrones naar een eindstrijd voeren. Hun enige optie: superplots.

De laatste twee seizoenen waren dan ook één rechte lijn naar het einde, waarvan nauwelijks afgeweken werd. Een van de weinige subplots - de laatste intrige van Little Finger, die tot zijn dood zou leiden - leek meteen ook het meest geforceerde uit alle seizoenen.

Tegelijk brachten Benioff en Weiss hun eigen voorkeuren naar de reeks. Met name: een nieuwe standaard zetten voor blockbuster-tv. Het volgende project waar ze zich aan wagen, is de nieuwe Star Wars. Dat lijkt geen toeval. In de laatste twee seizoenen vonden ze manieren om de budgetten op te pompen, introduceerden ze een nieuw soort tv-cinematografie en bouwden ze hun verhalen rond grote, epische veldslagen. Iets wat ze met verve deden: Game of Thrones was in zijn laatste twee seizoenen grootser en epischer dan ooit. Maar dat kwam met een prijs: ze moesten er Martins tuin voor afbranden.

Bij deze gaan we de tuinmetafoor even laten rusten.

Beloofd.

Seizoen acht is wat je krijgt als die twee benaderingen clashen.

Het is opvallend hoe veel van de problemen van het laatste seizoen terug te voeren zijn tot die clash van schrijfstijlen (de tv-plotters die het overnemen van de pantser die hopeloos vastzat). Op zich waren alle grote verhaallijnen in de laatste afleveringen vintage Game of Thrones. Daenerys' transformatie tot tiran was een verrassende twist in de traditie van The Red Wedding. De gruwel van de verwoesting van King's Landing was de perfecte deconstructie van de heroïek van soortgelijke gevechten in The Lord of the Rings. Met Bran de Brakke eindigde er een koning op de troon die niemand verwacht had maar die ergens wel aanvaardbaar was. Jon Snows verbanning naar de Night's Watch was een laatste fuck you richting het idee van de chosen one, ook een dada van Martin. Maar geen van die wendingen voelde doorleefd of gemotiveerd aan. It didn't feel earned, was de grootste kritiek die in de Engelstalige pers te lezen was.

De transformatie van Daenerys in The Bells, de voorlaatste episode, was daar het perfecte voorbeeld van. Dat Daenerys een tiran dreigde te worden, was een idee waar de reeks al veel langer mee speelde. We hebben het hier over een vrouw die uit wraak slavenhandelaars had laten branden en de meesters van Meereen had gekruisigd. Alleen waren dat acties die op dat moment steek hielden binnen haar psychologie en motivatie. Haar finale twist was dat niet. Daenerys had net doorheen de seizoenen geleerd dat genade ook een sterkte is.

De enige reden om in één aflevering gek te worden, was de plot. Daenerys moest gek worden om in de laatste aflevering dramatisch vermoord te kunnen worden door Jon Snow. Want dat was de plot die op voorhand beslist was.

Idem voor Tyrions pleidooi om Bran de Brakke koning te maken. Het houdt geen steek dat een gevangene de koning mag aanstellen die over zijn lot zal beslissen. Het houdt geen steek dat Grey Worm dat laat gebeuren, dat Dorne instemt met een koning die ze niet kennen en dat Sansa in een moeite het Noorden krijgt zonder dat iemand daar over klaagt. Het houdt enkel steek als je ervan uitgaat dat Bran op de troon moet eindigen en het Noorden onafhankelijk moet zijn - en je nog heel weinig schermtijd hebt om daar te raken.

Bij de start van seizoen 7 gaven de makers zichzelf een eindpunt: nog dertien afleveringen en gedaan. Achteraf bekeken is dat bijna hallucinant.

Het rigoureuze plotgedreven schrijven had nog een ander neveneffect: het raakte aan de essentie van hoe Martin zijn wereld gebouwd had. Een van de grote sterktes van Game of Thrones was dat het zijn eigen mythologie had. De voorspellingen waar de reeks mee speelde, waren daar een prima voorbeeld van. Cersei werd als kind voorspeld dat ze door een 'kleine broer' vermoord zou worden, wat veel van haar gedrag tegenover Tyrion verklaarde. Uiteindelijk zou ze onder een burcht eindigen zonder dat de voorspelling ooit nog ter sprake was gekomen. Arya werd herhaaldelijk voorspeld dat ze drie kleuren van ogen zou sluiten - bruin, blauw en groen. In de laatste aflevering vertrok ze op wereldreis en vroeg niemand zich nog af wat die groene ogen waren.

Het ding is: het zou niet onlogisch zijn als Martin die voorspellingen uiteindelijk zelf ook zou hebben weggewuifd. Het zou passen in zijn idee dat Game of Thrones de clichés van de epiek à la Lord of the Rings net moest onderuithalen. Maar dan had het onderwerp tenminste nog even ter sprake moeten komen.

Ook de personages zelf werden opgeofferd. Tyrion ging in één seizoen van wijze raadgever naar een domme Hand die foute beslissing na foute beslissing nam. Arya, die seizoenen lang haar kunde als intrigante en moordenaar had geperfectioneerd, kon plots geen ander plan bedenken dan 'letterlijk uit de lucht vallen en de Night King neersteken'. Cersei, die zich gevecht na gevecht een prima, zij het wat immorele strateeg had betoond, kwam in de finale battle dan weer niet verder dan als een Comical Ali uit het raam staren en de realiteit niet onder ogen willen zien - was dat trouwens een verwijzing naar Der Untergang?

Geen enkel personage gedroeg zich nog als zichzelf. Ze waren dan ook zichzelf niet meer. Hun enige innerlijke motivatie was: het einde dat Martin in grote lijnen vooropgesteld had faciliteren.

Triump des Willens: enige gelijkenis met Star Wars en The Lord of the Rings is niet geheel toevallig.

En dan was er nog het laatste probleem: Game of Thrones wilde de fans ter wille zijn. Op voorhand leken alle personages het laatste seizoen in te gaan zonder plot armor ('plotbescherming', die maakt dat personages blijven leven omdat ze later nog nodig zijn). Maar zodra de Night King en Cersei verslagen waren, bleken alle geliefde personages op miraculeuze wijze nog in leven te zijn. Dat was een teleurstelling. Sansa die het Noorden kreeg, Jon Snow en Tyrion die niet geëxecuteerd werden, de raad die uit een vriendenclubje werd samengesteld: het olijke einde leek in de eerste plaats voort te komen uit angst om fans voor het hoofd te stoten. En daarbij vergaten Benioff en Weiss één ding.

Game of Thrones had nooit dat soort fans.

Het eindresultaat leek meer op klassieke epische fantasy. Net het genre waar Game of Thrones zich ooit tegen wilde afzetten.

Elk verhaal versmalt naar het einde toe qua focus, maar bij Game of Thrones werd er heel veel flou. Het laatste seizoen had je niet meer het gevoel naar een verhaal te kijken, maar naar de samenvatting van een verhaal, opgeschreven op een reeks post-its aan de muur, waarbij je de pijltjes ertussen kon zien. Alsof Benioff en Weiss de grote lijnen van Martin braaf gevolgd hebben, maar niet wisten hoe ze die moesten invullen. Het rare is dat Game of Thrones, gestript tot zijn narratieve essentie, op iets anders begon te lijken.

Er zat een opvallende visuele knipoog in die laatste aflevering, wanneer Daenerys aan de verwoeste Red Keep een speech geeft voor haar leger Unsullied en Dothraki, netjes symmetrisch opgesteld. Ze gaf de speech in het Valyrean en Dothraki, maar ze had het even goed in het Duits kunnen doen. De parallellen met Hitlers speech in Triumph des Willens waren overduidelijk. Wat dan weer interessant is, omdat zowel Star Wars als The Lord of the Rings exact dezelfde scène al eens gekopieerd hadden - met respectievelijk Darth Vader en Sauron in de rol van Hitler. Het was moeilijk om daar geen statement in te zien: Benioff en Weiss leken Game of Thrones te willen eindigen in de traditie van de grote fantasy epics. Een traditie waarin de wereld verwoest dreigt te worden, tenzij één iemand één dingetje kan doen dat de Death Star verwoest. Een traditie waarin goed en kwaad het tegen elkaar opnemen en de chosen one op een queeste moet om een ring in een vulkaan te gooien.

Het probleem was dat Game of Thrones nooit zo'n reeks was. Het wordt al eens vergeten, maar A Song of Ice and Fire, de boeken waarop Game of Thrones gebaseerd is, waren in de jaren negentig net een poging om de clichés van de fantasy onderuit te halen. Game of Thrones draaide niet om de strijd tussen goed en kwaad, maar om personages die zich net daartússen situeerden. Game of Thrones draaide niet om grote gevechten, maar om kleine intriges en manoeuvres. Game of Thrones draaide niet om romantische heroïek, maar om immorele realpolitik. In hun poging om Game of Thrones snel, efficiënt en gepolijst naar zijn eindspel te brengen, raakten Benioff en Weiss aan de essentie van hoe de reeks ooit begon.

Misschien was dat wel de meest verrassende dood van dat laatste seizoen.

Game of Thrones zelf.

Game of Thrones

Nog steeds te zien in Play van Telenet.