Een Nokia om te bellen en te sms'en, een TomTom in de auto en Google op je computer thuis: dat was het niveau van consumententechnologie waar ik en enkele van mijn leeftijdsgenoten ons blijkbaar het best bij voelden. Die van de eerste vijf jaar van deze eeuw ongeveer dus.
...

Een Nokia om te bellen en te sms'en, een TomTom in de auto en Google op je computer thuis: dat was het niveau van consumententechnologie waar ik en enkele van mijn leeftijdsgenoten ons blijkbaar het best bij voelden. Die van de eerste vijf jaar van deze eeuw ongeveer dus. Sindsdien is het alvast mij wat te snel en te ver gegaan. Wat niet wilt zeggen dat ik het comfort van heel wat snufjes intussen niet gewend ben geraakt. Maar met een klein beetje afstand - en nu even gesteld dat zoiets mogelijk was, ja - dan toch liever terug naar pakweg 2005, 2006. Toch op het vlak van de spullen en de netwerken die ons omgeven. Die tijd lijkt nu de perfecte hybride te zijn geweest van de oude en de nieuwe wereld. Je reed niet meer verloren, maar niemand panikeerde als je drie minuten nergens online wat broodkruimels had gestrooid. Ik ben me er ten volle van bewust dat ik klink zoals alle oude mensen van mijn generatie nog een halve eeuw lang zullen klinken. Tot de dood ons komt redden en ons nageslacht zal zeggen: 'Daar gaat onze ouwe, met zijn antieke verhalen uit het begin van de eeuw.' Dit is mijn dieper liggend probleem: voor zover technologie geen directe meerwaarde biedt, is het een vorm van speelgoed. Bij sommige BMW's kun je nu het volume van je radio aanpassen door in de lucht wat met je vinger te zitten draaien. Ziet er niet alleen belachelijk uit, de vooruitgang ten opzichte van de draaiknop is vooralsnog niet helemaal duidelijk. En het feit dat we zoveel met speelgoed bezig zijn, baart me enigszins zorgen. Of meer nog dan dat het me zorgen baart, geeft het mij een gevoel van tot een oudere realiteit te behoren. Zo krijg ik mezelf er niet toe om als intussen toch objectief aantoonbaar volwassen mens voor een spelconsole te gaan zitten, laat staan om helemaal hysterisch te worden als er een Star Wars of soortgelijke film uitkomt en er nieuwe poppetjes te koop zijn van de franchise. Dan kan ik het niet helpen om te denken: zijn dit dan de toekomstige leiders, ouders, ingenieurs en leerkrachten? Kinderen, eigenlijk. Toch? Als je poppetjes koopt, ook al zet je ze in een glazen kast: kind. Geen verdere discussie over mogelijk. En ik heb veel begrip voor alle vormen van escapisme. Escapisme is geweldig. Escapisme is vaak de wijn bij het brood. Maar is er geen veel leuker escapisme? Waar zit precies de aantrekkingskracht van kind te willen blijven? Het feit dat het misschien lijkt alsof er weinig vreselijks aan de gang is, of dat de enige problemen in de wereld diegene zijn die achter een bekende hashtag schuilgaan, kan toch geen excuus zijn om niet voorbij de zever die op een smartphone binnenloopt te kijken? Vooral domheid en steekvlamemoties hebben gefloreerd sinds het internet sociaal werd. Populisme, oneliners en beelden gaan snel en goed door het systeem. Door de snelheid is er intussen iets verloren gegaan wat volgens mij cruciaal is voor vooruitgang, en dat is langdurige focus. Misschien is het verdwijnen van die langdurige focus niet meer dan het failliet van een wereld waarin ik gewoon wat beter paste.