Zombies zijn hot, al is dat niet altijd zo geweest. Niet zo heel lang geleden waren de zwalpende vleesetende monsters een fenomeen in de marge, boden ze enkel voer voor B-films, obscure comics en pulplectuur en spraken ze slechts een bescheiden groepje diehardfans aan. En toen kwam in 2010 The Walking Dead, een weliswaar gore maar narratief heel traditionele tv-serie van de kabelzender AMC over een groepje overlevenden dat na de zombie-apocalyps een nieuw bestaan probeert op te bouwen, en zich vooral bezighoudt met oeverloos geëmmer.
...

Zombies zijn hot, al is dat niet altijd zo geweest. Niet zo heel lang geleden waren de zwalpende vleesetende monsters een fenomeen in de marge, boden ze enkel voer voor B-films, obscure comics en pulplectuur en spraken ze slechts een bescheiden groepje diehardfans aan. En toen kwam in 2010 The Walking Dead, een weliswaar gore maar narratief heel traditionele tv-serie van de kabelzender AMC over een groepje overlevenden dat na de zombie-apocalyps een nieuw bestaan probeert op te bouwen, en zich vooral bezighoudt met oeverloos geëmmer. De levende dode werd in een mum van tijd gemeengoed en het duurde niet lang voor Hollywood en de florerende betaalzenders en streamingdiensten op de kar sprongen. Met alle gevolgen van dien: vandaag zijn zombies - ooit symbool van onderdrukking en een metafoor voor een ontspoorde maatschappij - potentiële minnaars in tienerfilms (Warm Bodies), duiken ze op in gammele Jane Austen-parodieën (Pride and Prejudice and Zombies) of kunnen ze zelfs een job als rechercheur ambiëren (iZombie). Lan guinéeDe gepopulariseerde zombie van vandaag heeft niets meer te maken met de oorspronkelijke levende dode. Het woord 'zombie' ontsproot niet aan de fantasie van schrijvers of regisseurs maar aan onderdrukking en ontbering. De wandelende doden doken voor het eerst op in de 17e eeuw, in de Franse kolonie Sainte-Domingue, het huidige Haïti, en waren een hersenspinsel van de Afrikaanse slaven die door de Fransen massaal naar de Caraïben werden verscheept om er op de suikerrietplantages te werken. Ze moesten er zo hard wroeten en werden er zodanig mishandeld, dat velen van hen naar de dood verlangden. Die zou de slaven naar het lan guinée brengen, een hiernamaals dat sterke gelijkenissen vertoonde met hun continent van herkomst. Zelfmoord was volgens dat volksgeloof geen optie. Wie het lijden niet kon verdragen en de hand dan maar aan zichzelf sloeg, was eraan voor de moeite: hij zou een levende dode worden en voor eeuwig op de plantages ronddolen, gevangen in zijn eigen lichaam. De slaven gaven hem een naam: de zombie, een dreigende figuur die hen constant herinnerde aan hun miserabele bestaan. De mythe ging een eigen leven leiden, werd gretig overgeleverd en na de onafhankelijkheid van Haïti (1804) opgenomen in de voodoocultus. Voodootovenaars - bokor - zouden mensen door een soort hypnose kunnen veranderen in zombies om hen - ironisch genoeg - te kunnen inzetten als slaven. PopcultuurHet duurde nog een tijdje voor de Haïtiaanse zombie in de popcultuur werd opgenomen. In 1932 introduceerde de Amerikaanse regisseur Victor Halperin de eerste filmzombies in White Zombie, over een Haïtiaanse landeigenaar (de legendarische Bela Lugosi) die een contingent extreem klunzige waggelaars uitbouwt. En in I Walked with a Zombie (1943) van Jacques Tourneur wordt een plantage-eigenaar die zich wat vreemd gedraagt verzorgd door een argeloze verpleegster. In beide gevallen zijn de zombies zielloze maar onschadelijke wezens die de levenden niet naar het leven staan. De ommezwaai zou pas volgen in 1968, toen de Amerikaan George A. Romero in Night of the Living Dead de doden letterlijk uit hun graven liet klauteren. De walkers werden vleesetende monsters, dragers van een onbekend virus dat overgebracht wordt door een enkele zombiebeet. De moderne zombie was geboren: een moeilijk te doden - want al dode - vijand met een totaal gebrek aan intelligentie, gevoelens en ontzag voor menselijk leven. Romero zou later verklaren dat hij zich voor zijn film liet inspireren door I Am Legend (1954), een horrorroman van Richard Matheson over vampierachtige creaturen die Los Angeles en bij uitbreiding de wereld tot een ruïne hebben herleid. Al is het idee van een plaag van moordzuchtige levende doden niet nieuw. Reeds in de Bijbel werd het fenomeen vermeld. 'Uw doden zullen leven - ook mijn dood lichaam - zij zullen opstaan. [...] Ga, mijn volk, treed uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u. Verberg u voor een klein ogenblik, totdat de gramschap over is', staat te lezen in Jesaja 26:19-20. In het Chinese volksgeloof wordt het platteland naar verluidt al eeuwenlang geplaagd door jiangshi, tot leven gewekte doden die de levenskracht van de levenden absorberen. En in 1921 publiceerde de Amerikaanse horrorschrijver H.P. Lovecraft (die van de Ctuhlu-mythologie) in het culttijdschrift Home Brew de zesdelige Frankenstein-parodie Herbert West - Reanimator, over een mad professor die doden tot leven wekt, die vervolgens weer anderen infecteren.MaatschappijkritiekRomero was iconoclast genoeg om zich niet te beperken tot een verhaaltje over het gebakkelei tussen levenden en doden. Zijn zombiefilmreeks, die vandaag zes delen telt, zag hij als een vehikel om op een entertainende manier maatschappijkritiek te leveren. In Dawn of the Dead (1978) trok hij van leer tegen overdreven consumptiedrift en televisieverslaving. In Day of the Dead (1985) stelde hij ons onvermogen om te communiceren aan de kaak. Land of the Dead (2005) bevatte een boodschap over de groeiende ongelijkheid in de samenleving en Diary of the Dead (2007) over de YouTubegeneratie. Wat hij wilde zeggen met Survival of the Dead (2009), een misbaksel dat eerder gemaakt lijkt voor Plattelands-tv, is nog steeds onduidelijk. Dat boeren het vandaag niet onder de markt hebben, waarschijnlijk.Feit is dat Romero meerdere generaties filmmakers en auteurs met het zombievirus infecteerde, van Lucio Fulci (Zombi) over Sam Raimi (The Evil Dead) tot het regisseursduo Jaume Balagueró en Paco Plaza (REC). Vandaag krijgt hij de financiering van zijn films zelfs niet meer rond. Verwonderlijk is dat niet want sinds Land of the Dead heeft hij het verkorven bij zombiepuristen. In die film voerde hij immers waggelaars op die over denk- én leervermogen beschikten. Plots konden levende doden pikhouwelen hanteren, uithalen met een kapmes en ja, zelfs een machinegeweer afvuren. Zijn Zombie 2.0 werd op hoongelach en onbegrip onthaald.Ren je rot?Levende doden zijn onderhevig aan enkele wetmatigheden waaraan volgens de diehards niet mag worden getornd. Zo is de doorsneezombie heel traag, en beweegt hij zich van punt A naar punt B zoals een zatte oom dat doet terwijl hij na een trouwpartij, met zijn hemd uit de broek en zijn das om het hoofd geknoopt, naar zijn auto op zoek gaat: niet noodzakelijk in een rechte lijn. Reden: het vergevorderde rottingsproces, waardoor spieren niet meer naar behoren functioneren en dode lijven wat makkelijker door hun enkels gaan. Enkele dapperen - Zack Snyder in zijn uitstekende remake van Dawn of the Dead (2004) en Marc Forster in World War Z (2013) - probeerden de pijlsnelle zombie te lanceren, maar ook toen stonden de hardliners op hun achterste poten bij het aanschouwen van zoveel vernieuwingsdrang. De originele popcultuurzombies zijn niet alleen traag, ze zijn ook lomp en ronduit dom. Ze kunnen niet klimmen of zwemmen, niets van de grond oppikken en ook het concept 'deurklinken' kennen ze niet. Bovendien hoor je ze van meters ver aankomen door hun karakteristieke gejammer. Met andere woorden: in de strijd tussen zombie en mens is die laatste altijd in het voordeel, al moet die wel rekening houden met zaken waar levende doden géén last van hebben: vermoeidheid, angst en depressie. Je bent dus maar beter goed voorbereid als je een waggelaar te lijf gaat. Hoe te overlevenHet bracht Max Brooks - zoon van regisseur Mel Brooks - op een geniaal idee. In The Zombie Survival Guide (2003), een hilarisch handboek mét verhelderende illustraties, legt hij uit hoe je uit de grijpgrage handjes van de levende doden kunt blijven, en wat je vooral níét moet doen als je aan dit aardse tranendal gehecht bent. Brooks' handleiding bleek slechts een vingeroefening voor World War Z: An Oral History of the Zombie War (2006), een razend spannende, vlijmscherpe satire die aan de hand van interviews met diverse overlevenden een wereldwijde zombiepandemie reconstrueert en ondertussen nauwelijks verholen maatschappijkritiek levert. Een pageturner die je met bezwete handpalmen leest en door zijn aparte structuur onverfilmbaar leek. Dat bleek ook toen producent Brad Pitt (tevens hoofdrolspeler) het boek omturnde tot een weliswaar goed gemaakte maar verder vrij ordinaire actiefilm die het origineel in alle gaten verkrachtte. Van de vele originele ideeën in de roman - een fabrikant die zich rijk boert met nepproducten tegen het zombievirus, bijvoorbeeld - bleef nog maar weinig over. De fans van het boek waren kwaad, Max Brooks - die ook het scenario schreef - haalde cynisch de schouders op. De zombiemythe wordt verkocht aan de hoogste bieder en vervolgens vermarkt, en ondergaat daarmee hetzelfde lot als de vampiers, die andere tragische monsters die door de jaren heen zodanig werden mismeesterd dat ze ons geen greintje angst meer aanjagen.Zombiegekte Vandaag is de zombiegekte zo wijdverspreid dat zelfs het Center for Disease Control (CDC), de anders zo bloedernstige Amerikaanse overheidsinstantie die zich bezighoudt met het opsporen en voorkomen van epidemieën en infectieziekten op de zombietrein sprong. Op zijn website gebruikt het CDC de 'nakende dreiging' van een zombiepandemie als een middel om burgers te wijzen op het belang van een goede voorbereiding op overstromingen, epidemieën en andere rampspoed. Op zich een goed idee, al is het ook een teken aan de wand: niet de mensheid maar de zombies zelf dreigen stilaan het grootste slachtoffer te worden van een overdreven blootstelling aan het zombievirus. Het zit met andere woorden wel goed met die imminente zombie-apocalyps.