De dagen worden stilletjesaan korter, donkerder en grauwer, uw vitamine D-tekort begint weer aan uw energie te vreten en de wereld gaat elke dag een beetje meer kapot. Gelukkig is The Baby-Sitters Club terug om uw vroegtijdig opflakkerende winterdip met de donzige mantel der liefde uit te doven. De Netflixreeks gebaseerd op de gigantisch populaire Amerikaanse kinderboekenreeks uit de jaren tachtig en negentig begon deze week aan haar tweede seizoen. En niet alleen tienjarige kiddo's zijn daar blij om.
...

De dagen worden stilletjesaan korter, donkerder en grauwer, uw vitamine D-tekort begint weer aan uw energie te vreten en de wereld gaat elke dag een beetje meer kapot. Gelukkig is The Baby-Sitters Club terug om uw vroegtijdig opflakkerende winterdip met de donzige mantel der liefde uit te doven. De Netflixreeks gebaseerd op de gigantisch populaire Amerikaanse kinderboekenreeks uit de jaren tachtig en negentig begon deze week aan haar tweede seizoen. En niet alleen tienjarige kiddo's zijn daar blij om. Het eerste seizoen groeide vorige zomer uit tot een verrassingshit. Op Rotten Tomatoes haalt de reeks een feilloze 100%. Dat lag niet bepaald in de lijn der verwachtingen. De aankondiging van de reboot werd met enig scepticisme onthaald. Er had dan ook veel kunnen misgaan met The Baby-Sitters Club. Alleen al omdat de boekenreeks van Ann M. Martin een popcultureel instituut is met meer dan tweehonderd boeken, 176 miljoen verkochte exemplaren, een filmadaptie, een HBO-reeks, graphic novels en tonnen merchandise. Reboots van zo'n teerbeminde klassiekers zijn altijd riskant. Daar komt nog eens bij dat we intussen twee decennia verder zijn en het leven van de gemiddelde dertienjarige er vandaag behoorlijk anders uitziet. Scenarist Rachel Shukert, die eerder Grote Mensen Series zoals Glow en Supergirl neerpende, beseft dat gelukkig. Ze katapulteert het verhaal van 's werelds bekendste babysittersclub naar 2021. De verhaallijnen zijn grotendeels overgenomen uit de boeken en er zijn voldoende knipogen voor de meekijkende ouder, maar de reboot is geen nostalgiefestijn geworden. Ja, de club maakt nog steeds gebruik van vaste telefonie om hun babysitafspraken vast te leggen, maar enkel omdat er een gratis telefoonabonnement bij hun internetdeal zat, Claudia om decoratieve redenen toch al een telefoon op Etsy had gekocht en alles uit de nineties nu eenmaal 'iconic' is. De personages zijn nog altijd even herkenbaar, maar de cast is een pak diverser. Tussen het babysitten door krijgen de meisjes als vanouds te maken met eerste liefdes, slechte toetsen, zieke grootouders en overbeschermende, ruziënde of afwezige ouders, alleen krijgen ze deze keer ook cyberpesters, wit privilege, wereldberoemde tiktokkers en boomers die weigeren om de juiste voornaamwoorden te gebruiken op hun bord. En de geëngageerde Dawn is intussen veganist in plaats van vegetariër, maakt zich zorgen over de Amerikaanse gezondheidszorg en zegt dingen als 'kapitalisme is een gif dat onze maatschappij van binnenuit verrot'. De reeks slaagt erin nostalgisch én fris te zijn. The Baby-Sitters Club is prettig escapisme, zonder te vervallen in een 'vroeger was alles beter'-retoriek of zware onderwerpen uit de weg te gaan. Dat is op zich al een prestatie. Maar nog belangrijker is dat de grootste aantrekkingskracht van de franchise onaangeroerd blijft: de toon. De boekenreeks werkte destijds zo goed omdat Ann M. Martin exact de juiste toon aansloeg. Lief, maar niet stroperig. Serieus, maar niet prekerig. Herkenbaar, maar niet saai. Donzig, maar niet op een irritante manier. De tv-makers weten het evenwicht te bewaren. Zowat elke aflevering eindigt met een levensles die op papier iets te veel wegheeft van een slogan van Bond zonder Naam, maar die zo fris en ongeforceerd wordt gebracht dat zelfs veertigjarige mannen een krop in de keel krijgen. Het viel vorig jaar al op: volwassen kijkers en serieuze cultuurcritici zijn dol op de schattige kindertelevisie, en lijken zich daar niet eens voor te schamen. 'The Baby-Sitters Club is retro fun with a modern message', schreef Rolling Stone. Time Magazine ging nog een stapje verder en kopte 'The Baby-Sitters Club is the only pure thing left in this world'. The New York Times omschreef de reeks dan weer als een havermout-rozijnenkoekje. Dat blijkt een verrassend accurate vergelijking te zijn: producer Lucia Aniello is een grote fan van The Great British Bake Off en wilde een net zo troostende, hoopvolle show creëren. 'Als je elke aflevering van The Great British Bake Off al hebt gezien, kijk dan naar The Baby-Sitters Club', promootte ze haar reeks. Als we de reeks met één woord moeten samenvatten, is het 'wholesome'. Net als The Great British Bake Off is The Baby-Sitters Club de ultieme comforttelevisie: een warm, oprecht en anticynisch verhaal over meisjes die zichzelf leren kennen en op hun manier de wereld proberen te verbeteren. In Stoneybrook, het fictieve dorpje waar de reeks zich afspeelt, is iedereen welkom, blijven kinderen eeuwig dertien en is een traditionele kinderparade het hoogtepunt van het jaar. Problemen worden er altijd opgelost, idealiter net voor de aftiteling. Er worden fouten gemaakt, maar enkel om ervan te leren. Ruzies worden bijgelegd met een knuffel, zelfgebakken koekjes of een goed gesprek. Er zijn geen slechteriken, enge presidenten of dodelijke pandemieën, alleen begripvolle ouders, Pinterest-perfecte slaapkamers en inzamelacties voor goede doelen. De ninetiesthemesong Say Hello to Your Friends werd dit jaar zelfs onder handen genomen door Kate Nash, zowat het muzikale equivalent van een ovenverse kaneelrol. Gezelliger wordt het niet.