Opgelet: deze recensie bevat spoilers over seizoen 1 en 2 van Stranger Things.
...

Er moet, buiten uw opa die niet weet hoe hij Netflix moet gebruiken, haast geen mens zijn die Stranger Things nog niet gezien heeft -- of er toch minstens niet op café over gehoord heeft. Met Matt en Ross Duffer, die de reeks bedachten, schreven en regisseerden, heeft televisie misschien zijn eigen Coen-broers beet. De dertienjarige Millie Bobby Brown, die de bovennatuurlijk begaafde 'Eleven' speelt, was niet meer weg te slaan van magazinecovers en de rest van de jonge cast vulde menige talkshowzetel. En dat Winona Ryder, in de jaren tachtig een it-girl, maar met de jaren eerder bekend vanwege haar kleptomanie, plots weer op het voorplan zou treden al helemaal niet.En dat allemaal voor een horrorserie over een jongetje dat ontvoerd wordt naar een parallelle wereld. Meer nog: over een horrorserie die eigenlijk niet meer is dan een eightiesmash-up, een reeks die er geen geheim van maakt dat ze bakken mosterd bij Stephen King en Steven Spielberg heeft gehaald. Letterlijk alles in Stranger Things hebt u al ergens gezien of gelezen.Dat is in het nieuwe seizoen niet anders, behalve dan dat de Duffers nu 8 miljoen dollar per aflevering konden uitgeven. De verhaallijn van seizoen 1 wordt afgedaan als een verzinsel. Eleven, die in de finale van dat seizoen door de duisternis werd opgeslokt, zou een voortvluchtige Russische spion zijn. Chief Hopper vindt haar en houdt haar nu verborgen in een huisje in het bos. Wat aanvankelijk een schattige vader-dochterband is, ontspoort.Will lijdt aan posttraumatische stress na zijn ervaring met de Demogorgon. Zijn angst en de onvoorwaardelijke loyaliteit van zijn moeder Joyce, die zelfzekerder overkomt, is diep ontroerend. En vergeet Eleven: de gevoelige Will is de nieuwe ster van de serie. Er zijn ook nieuwe personages (zoals Max, een roodharig meisje dat de harten van de jongens verovert) en nevenpersonages krijgen wat meer diepgang. De vrienden van Mike gaan door met hun leven, wat ze nu zelfs vloekend doen, maar worden elk op hun eigen manier verplicht om de feiten -- nu ja -- onder ogen te zien. Dat er iets niet klopt in hun wereld. En dat de grote mensen niet te vertrouwen zijn. Dat hebt u overigens ook al meer dan eens gelezen of gezien, onlangs nog in de nieuwe verfilming van Stephen Kings It. Prepubers racen nog meer op BMX'en door de voorstad, ze hangen nog meer in lunaparken rond en dansen dronken op Duran Duran -- en iets oudere tieners luisteren naar Talking Heads en lezen Kurt Vonnegut. Er zijn felle discussies over wie nu het coolste Ghostbusters-personage is, er zijn The Craft-Halloweenkostuums, The Terminator draait in de bioscoop, in voortuinen staan bordjes voor de herverkiezing van president Reagan. Een nostalgische ziel weet dus waarin te zwelgen, maar zulke details liggen er soms ook vingerdik op: wanneer een van de jongens een reptiel naar binnen smokkelt, zie je een beeldje van E.T. op de kast staan. Het duurt ook even voor het allemaal goed en wel op gang komt, maar vanaf aflevering vier zit u weer op het puntje van uw comfy chair. En dat voor een hoogst onoriginele serie. Strange things.