Toen de Italiaanse filosoof en semioticus Umberto Eco (1932-2016) in 1980 zijn debuutroman De naam van de roos op de markt bracht, kon hij niet voorzien dat het boek in de ruim 35 jaar die volgden meer dan 50 miljoen keer over de toonbank zou gaan. Enigszins logisch, want zijn vuistdikke moordmysterie over de pientere franciscaan William van Baskerville, die anno 1327 in een Italiaans benedictijnerklooster de dood van enkele monniken onderzoekt en er tegelijk een schisma binnen de katholieke kerk moet oplossen, is allesbehalve een simpele whodunit. Het is een intrigerend meesterwerk dat excelleert op meerdere niveaus, een voortdurend spel met woorden, namen, symbolen en metaverwijzingen naar literatuur dat de lezer onderdompelt in de duistere sfeer van de middeleeuwen en de gruwelen van de inquisitie.

Hoofdrolspeler John Turturro had voor hij het script las nog nooit van De naam van de roos gehoord.

Onmogelijk te verfilmen, werd aanvankelijk over het boek geopperd. Tot Fransman Jean-Jacques Annaud in 1986 iedereen verraste met een duistere én razend spannende filmadaptatie. Nu, ruim dertig jaar later, probeert de door de wol geverfde tv-maker Giacomo Battiato alles nog eens over te doen voor het tv-publiek, maar een onverdeeld succes is dat niet geworden. Integendeel, want de Italiaan en zijn team plegen minstens drie halsmisdaden tegen het boek.

Misdaad 1 Te weinig ambitie

Battiato was voldoende gewapend om van deze RAI-adaptatie een succes te maken: een naar Europese maatstaven duizelingwekkend budget (30 miljoen euro), twee bekende namen (John Turturro en Rupert Everett) als respectievelijk William van Baskerville en de wrede inquisiteur Bernardo Gui, én acht episodes van een uur om minstens enkele dubbele bodems uit het boek uit te diepen.

Helaas doet Battiato heel weinig met die middelen en verspilt hij kostbare tijd aan randzaken die zowel het boek als de serie weinig eer aandoen. Personages als Adso van Melk (het Duitse talent Damian Hardung), de jeugdige novice van William, krijgen een backstory die weinig aan het verhaal toevoegt en Eco's boeiende basisvertelling zelfs in de weg lopen. Zo worden de eerste twee afleveringen dusdanig volgepropt met flashbacks en nieuwe, overbodige personages dat je al snel de kluts kwijtraakt. De roos verwelkt dus al nog voor ze goed en wel tot bloei is gekomen.

Misdaad 2 Dodelijke ernst

Wat weleens vergeten wordt, is dat Eco's roman tussen alle moorden, religieuze intriges en brandstapelgruwel door ook heel veel humor bevat. Het boek draait niet voor niets om de zoektocht naar een verloren gewaand manuscript van Aristoteles' Poetica over het belang van lachen. William van Baskerville, een kruising van Sherlock Holmes en de Engelse monnik-filosoof William van Ockham, is bovendien een bijdehante detective wiens gevoel voor humor even groot is als zijn geloof.

Annaud had dat destijds begrepen en trok met Sean Connery een charismatische hoofdrolspeler aan die zich met één opgeheven wenkbrauw en tal van kwinkslagen heel sympathiek maakte. De benedictijnen met wie Baskerville in het Italiaanse klooster af te rekenen kreeg, waren dan weer levende clichés: aartslelijk, met potsierlijke kapsels of haakneuzen en - ondanks hun bedrevenheid in het illustreren en kopiëren van geschriften - niet bijster snugger.

Weinig van dat alles in de serie. John Turturro, de man die in films als Barton Fink en The Big Lebowski enkele onvergetelijke tragikomische en hysterische personages neerzette, loopt er dromerig, dodelijk ernstig en ietwat verloren bij. Niet helemaal verrassend, als je weet dat hij voor hij het script las nog nooit van De naam van de roos had gehoord, laat staan dat hij Eco's boek had gelezen of de film gezien. Ook de benedictijnen zijn eerder saai en kleurloos. In Annauds versie was Michael Lonsdale een intimiderende abt en was Ron Perlman hilarisch als de zwakbegaafde monnik Salvatore. In de serie maken die personages nauwelijks een verschil. Hebben we wél heel hard om moeten lachen: Rupert Everett als de moordzuchtige pauselijke gezant Bernardo Gui, al was dat allicht niet de bedoeling.

Misdaad 3 Te anachronistisch

Voor een serie die zich in een van de donkerste periodes uit de Europese geschiedenis afspeelt, is The Name of the Rose bovendien nogal fel belicht. Waar in het boek en de film de actie zich meestal voltrok in het halfduister en het schijnsel van fakkels en olielampen lugubere schaduwen op de kloostermuren wierp, filmde Battiato het gros van de scènes overdag. Ook de abdij, die toch wordt bewoond door een twintigtal fris geschoren en gewassen vrijgezelle mannen zonder poetshulp, ligt er opvallend netjes bij. Het is niet het enige anachronisme in de serie.

Om maar te zeggen: The Name of the Rose is te mak, humorloos en gekunsteld om te kunnen wedijveren met de filmadaptatie van Jean-Jacques Annaud en - al helemaal - met de magistrale roman van Umberto Eco.

The Name of the Rose

Nu in Play van Telenet.