Toen de Italiaanse filosoof en semioticus Umberto Eco (1932-2016) in 1980 zijn debuutroman De naam van de roos op de markt bracht, kon hij niet voorzien dat het boek in de ruim 35 jaar die volgden meer dan 50 miljoen keer over de toonbank zou gaan. Enigszins logisch, want zijn vuistdikke moordmysterie over de pientere franciscaan William van Baskerville, die anno 1327 in een Italiaans benedictijnerklooster de dood van enkele monniken onderzoekt en er tegelijk een schisma binnen de katholieke kerk moet oplossen, is allesbehalve een simpele whodunit. Het is een intrigerend meesterwerk dat excelleert op meerdere niveaus, een voortdurend spel met woorden, namen, symbolen en metaverwijzingen naar literatuur dat de lezer onderdompelt in de duistere sfeer van de middeleeuwen en de gruwelen van de inquisitie.
...